Buma/Stemra, het bedrijf dat in Nederland de belangen van componisten, tekstdichters en muziekuitgevers op het gebied van muziekauteursrecht behartigt, liegt bij de introductie van diens Fair Play Calculator en de bijpassende brochure Digitale Muzieklicenties 2010 (PDF) over de aard en omvang van het auteursrecht in het algemeen en dat van de leden van Buma/Stemra in het bijzonder. Buma/Stemra doet alsof het is gerechtigd diens licentiemodel en tarievenstructuur per 2010 dermate aan te passen dat het vanaf dan beheerders van sites met embedded entertainment-bestanden kan factureren voor ‘het gebruik van muziek’. Om bij uitblijvende betaling natuurlijk auteursrechten waakhond BREIN af te sturen op iedere non-valeur die weigert Buma/Stemra een cent voor deze flauwekul te voldoen. Het geldend auteursrecht in digitaal tijdperk brengt echter met zich mee dat niemand een cent verschuldigd is voor het plaatsen van embedded entertainment-bestanden op websites.
Wat Buma/Stemra wil is diefstal. Auteursrechthebbenden zijn volgens artikel 1 van de auteurswet 1912 gerechtigd tot het openbaar maken en verveelvoudigen van auteursrechtelijk beschermde werken. ‘Openbaar maken’ en ‘verveelvoudigen’ zijn begrippen die in de ‘natuurlijke’ betekenis van de woorden uitgelegd dienen te worden. Bij openbaar maken van een entertainment-bestand dient de inhoud van het bestand voor menselijke zintuigen waarneembaar te zijn. Bij verveelvoudigen dient een dergelijk bestand gekopieerd te zijn. Wie embedded entertainment-bestanden op een website plaatst openbaart de inhoud van dat bestand niet. Ook wordt geen verveelvoudiging van dat werk gemaakt. Er wordt pas een begin met openbaarmaking en/of verveelvoudiging gemaakt indien een internetter op de ‘play-knop’ van het embedded bestand klikt. Bij embedded entertainment-bestanden is het de internetter die openbaar maakt en/of verveelvoudigt. Niet de beheerder van de website met het embedded bestand. Op basis van het geldend auteursrecht behoeven (praktisch alle) internetters geen voorafgaande toestemming van auteursrechthebbenden om een embedded entertainment-bestand openbaar te maken of te verveelvoudigen.
Wie embedded entertainment-bestanden afspeelt heeft dus alleen toestemming nodig indien de ‘afspeler’ daarbij een beroeps-, bedrijfs- of een soortgelijk belang heeft dat anderen dan hij zelf naar de muziek kan luisteren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan afgespeelde embedded entertainment-bestanden in een kroeg. De beheerder van de site met de embedded-entertainment bestanden brengt vanzelfsprekend niks ten gehore en maakt derhalve de inhoud van entertainment-bestanden niet openbaar. Bij embedded entertainment-bestanden is het de internetter die openbaar maakt en/of verveelvoudigt. Niet de beheerder van de website met het embedded bestand. Op basis van het geldend auteursrecht behoeven (praktisch alle) internetters geen voorafgaande toestemming van auteursrechthebbenden om een embedded entertainment-bestand openbaar te maken of te verveelvoudigen.
Dat heeft te maken met de uitzonderingen op het auteursrecht die in de auteurswet opgenomen zijn. Internetters die een embedded entertainment-bestand openbaar maken en/of verveelvoudigen doen dat in praktisch alle gevallen in privé/huiselijke-sfeer. Daarvan zegt de auteurswet 1912 dat dit geen inbreuk maakt op enig auteursrecht. Dat is geregeld in artikel 16b van de auteurswet voor wat betreft de verveelvoudiging en in het bij Buma/Stemra bekende arrest Wasserij de Zon (1 juni 1979, NJ 1979, 470), voor wat betreft de openbaarmaking. In het arrest Wasserij De Zon (PDF) heeft de Hoge Raad de heersende leer neergelegd. In dit arrest bepaalt de Hoge Raad: “Wanneer iemand uitsluitend ten eigen genoegen muziek ten gehore brengt, zal het feit dat er anderen zijn die deze muziek ook kunnen horen alleen dan kunnen meebrengen dat het ten gehore brengen van de muziek als openbaarmaking in de zin van de Auteurswet 1912 moet worden beschouwd, als hij er een beroeps- of bedrijfsbelang of een soortgelijk belang bij heeft dat ook anderen dan hij zelf naar de muziek kunnen luisteren”.
Voor Buma/Stemra is het makkelijker om YouTube te verzoeken bestanden te verwijderen dan om alle beheerders van sites met embedded entertainment-bestanden te factureren. Internetters mogen er daarom op vertrouwen dat Buma/Stemra (stilzwijgend) akkoord gaat met openbaarmaking en/of verveelvoudiging indien het entertainment-bestanden niet van YouTube laat verwijderen. Bovendien valt niet te controleren of auteursrechthebbende niet zelf entertainment-bestanden op internet plaatsen om aldus sites met embedded-bestanden te kunnen factureren.
We mogen de conclusie trekken dat voor entertainment-bestanden op internet het auteursrecht uitgeput is. Tijd dus voor Buma/Stemra om op zoek te gaan naar een ander businessmodel dan het middels valse voorlichting en misleidende reclame bestelen van webloggers.
De auteur is jurist.


RSS feed
RSS atom feed



Maar ondertussen blijven ze natuurlijk wel bezig.
En, voorzover ik zie komen ze een heel eind.
Toch is in een gerechterlijke uitspraak wel eens vastgelegd dat embedden van tekst gelijk staat aan herpublicatie, wie zegt dat dat voor filmpjes niet ook op gaat? Het wachten is wellicht op een eerste rechtzaak in verband met een embedded you-tube filmpje. Verder vrees ik met christinA mee dat Buma/Stemra een heel eind komt met dit binneharken van gelden.
Over dat geld vraag ik mij al langer dit af.
Als een band een clip+plaat in eigen beheer opneemt en het op youtube zet, hoe weet Buma waar dat geld naar toe moet? En als die band in Australie zit?
En als mijn tante op de neusfluit het Wilhelmus speelt, en ik zet de clip op Hyves, krijgt mijn tante dan geld?
Zijn daar lijsten van? En Sony?
Fraudegevoelig gedoetje.
Hier twee artikelen die de redactie van DeJaap niet geplaatst heeft en nog eens helder schetsen waarom BUMA embedded niks van iemand te vorderen heeft. Ook niet van de commerciëlen:
*) Nakende problemen voor BUMA & BREIN
*) Embedded altijd legaal