niet progressief of op andere wijze van zijn eigen moraal overtuigd
vrijdag 30 juli 2010

Donatie

Ja, Jaap is mijn vriend!

Hup buitenland

Het schaatsseizoen is weer begonnen. Het wordt weer een jaar lang genieten van  Mart Smeets, Ria Visser, Bart Veldkamp en al die 83 andere commentatoren die in die sport actief zijn. En dat voor zo’n margesport. Er is niets mis met margesporten als schaatsen, maar besef dat wel. En juich voor de buitenlandse schaatsers.

Elk land heeft z’n favoriete sporten. Kenia is heer en meester in het hardlopen, Egypte en Hongarije winnen alles bij de moderne vijfkamp en in  Nederland zijn we goed in hockey en schaatsen. Nederland is zelfs het enige land dat serieus met schaatsen bezig is. Een enkele Noor is nog zo gek te krijgen, 3 Amerikanen, een paar Canadezen die niet konden ijshockeyen en daar houdt het wel bij op. De Nederlandse aandacht is dan ook navenant. Zo ongeveer elk toernooi ter wereld wordt uitgezonden door de NOS, elk ‘internationaal’ toernooi wordt ook gesponsord door Nederlandse bedrijven en bijna alle prijzen gaan naar Nederland.

Dat is jammer. Schaatsen is immers een hele mooi sport waar kracht, uithoudingsvermogen, snelheid en coördinatie elkaar vinden. Bovendien de sport met de mooist uitgebalanceerde wereldranglijst ooit. Maar hoe kun je in godsnaam een sport serieus nemen waar Nederlandse C-schaatsers zich opeens in de Kazachstaanse ploeg rijden? Niet dus.

De Nederlandse verslaggeving laat heel soms doorschemeren dat schaatsen een margesport is. Maar meestal laat ze zich meeslepen met het Nederlandse polonaisegevoel. Dat gevoel waardoor bij elke kutwedstrijd in Thialf er mensen zich uitdossen alsof de WK-voetbal gespeeld wordt. Lekker op het ijs, zonder allochtonen en andere moderniteiten. Alsof er daadwerkelijk iets te winnen is. Dat gevoel waardoor mensen echt denken dat schaatsen een serieuze sport is, terwijl het alleen maar op de olympische kalender blijft omdat het er al heel lang op staat.Zoals met alles alles moet ook zeker schaatsen meer gerelativeerd worden. Een feestje is prima, maar laat weten dat het een Nederlands feestje is.

Ondertussen kun je als schaatsfan maar één ding doen: juichen voor de buitenlanders. Hopen dat Bøkko, Marsicano of Davis de Nederlanders de soep in rijden. Dat Kramer een keer niet wint, zo weinig mogelijk zelfs. Want nog langer de Nederlandse overheersing, met de oud-hollandse DSB-sfeer in stand houden, dat is funest. Dan gaat het schaatsen heel hard Dirk Scheringa achterna.



Reacties

4 reacties op “Hup buitenland”

  1. christinA eijkhout zegt:

    Het schaatsen heeft de Ard-en-Keesiecultuur overwonnen, hier komen we ook wel weer overheen, op z’n laatst als Smeets en Dijkstra gepensioneerd zijn.

  2. [...] verder over schaatsen op dejaap.nl Gaat heen en vermenigvuldig deze [...]

  3. Ilja Nieuwland zegt:

    Uit mijn hart gegrepen, en het grootste probleem is dat niemand beseft hoe erg het elders bergafwaarts gaat. Voor een Kazach is het ook niet echt lachen als-ie ineens uit de nationale ploeg wordt gereden door een dozijn voormalig Nederlandse B-schaatsers, natuurlijk.

  4. Ronald Klip zegt:

    Gelukkig is er nog het sprinten, daar doen de Nederlanders zelden mee om de medailles.

Laat een reactie achter