niet progressief of op andere wijze van zijn eigen moraal overtuigd
vrijdag 30 juli 2010

Donatie

Ja, Jaap is mijn vriend!

Dode popjournalistiek van OOR en Volkskrant

Als je je vak niet serieus neemt kun je op de volgende manier popjournalistiek bedrijven: schrijven over wat je wìlt horen en niet schrijven over wat je hoort. Dit aanmerkelijke onderscheid kom je nogal eens tegen. Het zegt veel over de gemakzucht van veel Nederlandse popjournalisten. In het eerste geval gaat de journalist uit van een constatering die niet helemaal strookt met het eindresultaat. Schrijven over wat je hoort vereist terughoudendheid, ervaring, kennis, tijd en inlevingsvermogen om de muziek eerst op je te laten inwerken vooraleer een oordeel te vellen.

Opvallend hoezeer recensenten uit de eerste categorie putten om het debuutalbum en het liveoptreden onlangs in Amsterdam van The Dead Weather neer te sabelen. De strekking van de recensies wordt snel duidelijk. The Dead Weather wordt verweten geen liedjes te maken. De rare kronkel hierbij is natuurlijk de veronderstelling van de scribent dat The Dead Weather overeenkomstig een of ander vermeend verwachtingspatroon en op grond van de voorgeschiedenis van sommige bandleden, liedjes met een kop en staart hadden moeten opnemen. Uh ja, hoezo? Waar staat dat geschreven? Volgens een muziekminkukel in OOR is het album ontstaan vanuit een opgewaardeerde jamsessie waaruit slechts één goede song is voortgekomen. Dat is het dan. Zou het misschien ook kunnen zijn dat de bandleden in plaats van songs schetsachtige sfeerblues wilden maken? Om maar eens wat te noemen.

Volkskrant
Tot tweemaal toe verwijt ook de Volkskrant The Dead Weather een gebrek aan goede songs. Toe maar. Recensenten Gijsbert Kamer en Menno Pot laten zich kennen als brave huisvaders die schrijven wat ze graag hadden wìllen horen en niet wat ze daadwerkelijk hoorden. Je moet maar durven.

The Dead Weather krijgt dus een lading kritiek van recensenten die hun eigen standpunt willen ‘horen’. Waarmee een curieus en excentriek album door twee veelgelezen periodieken vrij laks om zeep wordt geholpen. Ongehoord.



Reacties

22 reacties op “Dode popjournalistiek van OOR en Volkskrant”

  1. Daniël zegt:

    Popjournalistiek pfff. De overdreven fascinatie van al die jaren ‘70 relieken voor alles wat een gitaar vasthoudt, ‘The’ in de naam heeft en en allesbehalve originele muziek maakt heeft mij al eeuwen geleden doen besluiten nooit meer popjournalistiek uit de Volkskrant of OOR serieus te nemen.

  2. Popjournalisten zijn muzikanten die net niet muzikaal genoeg zijn. Het valt me wel vaker op dat er zo negatief en neerbuigend over bepaalde artiesten geschreven wordt. En dan heb je ook nog het soort dat een bepaalde artiest helemaal ophemelt. Alsof ze elkaar allemaal na praten en niet eens meer de moeite nemen om zelf fatsoenlijk een oordeel te vellen.
    Goed stuk!

  3. Frevo zegt:

    3FM begint dat probleem ook te krijgen. Bepaalde muziek wordt erg gepusht, terwijl ik me afvraag of de markt daar nu wel zo groot voor is.

  4. Roel zegt:

    Misschien heb je wel gelijk,maar ik vind de bewijsvoering wat mager…

  5. theo ploeg zegt:

    Notoire onzin. Popjournalisten vinden het niet eens interessant om zelf muziek te maken. Ik tenminste niet. En om met één voorbeeld – dat van The Dead Weather – aan te willen tonen dat er iets mis is met de vaderlandse popjournalistiek is te belachelijk voor woorden. Dat had ik niet van je verwacht, Harry. Als collega waardeer ik je namelijk erg.

  6. Dit is wat ik destijds schreef over het Dead Weather debuutalbum voor webzine Cut-Up:

    Het onkruid horehound vertakt zich in de black en white horehound, ofwel de stinkende ballote en de malrove. Beide plantjes kennen een meervoudige geneeskundige werking. De grondstof zit in drankjes tegen bronchitis, koorts, malaria en menstruatiepijn. Ook is het kruidje goed voor de spijsvertering, al hebben grote hoeveelheden een nadelig effect op het hartslagritme. In tegenstelling tot de helende werking reageert The Dead Weathers Horehound als een antidotum. Excentriek, uitdagend en onpeilbaar zuigt de band niet alleen aan de Amerikaanse bluestraditie, maar ook aan het temperament en de ambivalentie van het kwaad van respectievelijk Led Zeppelins en Nick Cave’s gestalte van diezelfde Amerikaanse traditie.

    ‘You blink when you breathe and you breathe when you lie, you blink when you lie’, rapt Jack White bezeten vanachter zijn drumkit de Horehoundblues. Zangeres Alison Mosshart is dan al helemaal los gegaan als bitch met borderlinesyndroom. Haar teksten dagen uit, trekken aan en stoten af. ‘I never know what I’m gonna do’, schreeuwt ze op gegeven moment, snakkend naar een nacht zonder gedoe, ‘where I can lay low, die slow’ (in No Hassle Night). Zou Jack White het Buffalomes bedoelen waarmee hij in I Cut Like A Buffalo, gorgel, gorgel, stik, stik opzwepend en psychotisch ‘is that you choking?’ vraagt aan een vrouwspersoon?

    En maar dreigen en anticiperen met die verhalende drumstijl van hem, waarmee White de sfeer binnen deze impressionistische blues rekt en strekt van traditie naar modern, van diabolisch naar ondubbelzinnig. Voor je het weet roep je de duivel in eigen persoon af met je gehannes en je ‘you blink when you lie’. En jawel hoor, daar doemt Lucifer al, de New Pony van Bob Dylan en kraait Mosshart aan de leiband ‘how much longer’ diens litanie aan vervreemdende sexuele connotatie. Moet je maar niet een couplet uit de originele Dylansong weglaten waaruit blijkt dat de song misschien wel op Mosshart zelf slaat: ‘and long black shaggy hair hangin’ in her face’. Tijdens In Will There Be Enough Water? wanneer de countryblues lankmoedig knispert, wordt duidelijk hoe verpletterend de omtrekkende verontrusting is geweest van The Dead Weather op de gevangen luisteraar. ‘Just because you caught me does that make it a sin?’

  7. Frans Gal zegt:

    Harry vind TDW wel goed, twee andere mensen niet. Waarom is de mening van Harry Prenger de maat, en die van pakweg Menno Pot niet? Daarbij zit in de ’slechte’ recensies besloten dat ook deze scribenten de plaat als excentriek en curieus vinden. Het waardeoordeel (goed of slecht) valt alleen anders uit.

  8. Frans Gal zegt:

    ‘Tijdens In Will There Be Enough Water? wanneer de countryblues lankmoedig knispert, wordt duidelijk hoe verpletterend de omtrekkende verontrusting is geweest van The Dead Weather op de gevangen luisteraar’

    Dank Harry, voor dit brevet van onvermogen.

  9. Hans van Milner zegt:

    Er is ook niks als pop”journalistiek”. Schrijven over muziek, maar ook film, boek, theater zal nooit objectief zijn. Je kan niet over de nieuwe CD van Andre Rieu schrijven als jezelf al jarenlang met lange haren en een zwart bandshirt hebt rondgelopen, bij wijze van extreem voorbeeld. Ik lees graag stukken over muziek of een filmrecensie of wat dan ook, maar neem het ook altijd met een korreltje zout. Het zijn opinie’s, meer niet.

  10. Het is een tendens in de popjournalistiek die me al langer opvalt: een plaat zou niet goed zijn als er geen echte liedjes op staan.

    Toen de Red Hot Chili Peppers tien jaar geleden Californication uitbrachten, merkte een recensent op dat ze eindelijk hadden geleerd liedjes te schrijven. Alsof de Peppers daarvoor geen fatsoenlijke platen hadden gemaakt. En ik vind hun platen met ingang van Californication lang niet zo spannend.

    Wat betreft The Dead Weather vind ik Horehound helemaal geen jamplaat met kop noch staart, het barst van de catchy hooks. Maar ik snap het verwijt ook niet, wat is er mis met jamplaten?
    Als het liedje het criterium is, vallen heel wat grote klassieke componisten, klassiekers (ik denk aan There’s a Riot Goin’ On van Sly & The Family Stone, Fun House en Raw Power van Iggy & The Stooges, Swordfishtrombones van Tom Waits) tot zelfs hele genres (minimal music, experimentele muziek, ambient, maar punk net zo goed) buiten de boot.

    Juist met jammen ontgin je – als je het goed doet – nieuwe muzikale landschappen, in plaats van vast te blijven zitten in conventies en omlijnde songstructuren. Miles Davis deed het op Bitches Brew en ontdekte de jazzrock.

    Het enige dat telt is dat de muziek goed is. Wat mij betreft is Horehound de plaat van het jaar en hun gig in de Melkweg een van de beste waar ik ooit bij ben geweest. Jammer dat Menno Pot de enige was die een vervelende avond had. :)

    Lees meer:
    http://elsyncopatio.hyves.nl/blog/28496920/Liedje/FU-S/
    http://www.depers.nl/cultuur/348636/Beste-rockplaat-van-het-jaar.html

  11. Daar ik het hele dode weer niet kende heb ik de traks die ik op youtube heb gevonden eerst ff geluisterd.
    En natuurlijk heeft iedereen deze geluiden in de jaren 70 al eens gehoord, alleen niet zo. En daarom gaat het dacht ik, en om het feit dat je nummers kan afhoren zonder de neiging te hebben het geluid af te zetten.
    Aan die voorwaarden voldoen zij ruimschoots.
    En tja, recensenten zijn ook maar recensenten en die van OOR zijn er volgens mij sinds de jaren dat er nog jaargangen vol werden verzameld door mij, niet beter op geworden.

  12. Martijn Koetsier zegt:

    De heren Pot en Kramer slagen er in ieder geval in hun mening duidelijk te maken, iets wat de schrijver van dit stuk nogal mist. De mening over één band doortrekken naar luie journalistiek zonder verdere argumentatie is natuurlijk ook gewoon lezen wat je wilt lezen.

  13. Marc zegt:

    Beetje flauw stukje. “Ze vinden mijn favoriete bandje niet goed, dus deugen ze niet.”

    Het laatste wat ik van een poprecensent wil is een objectief, doorwrocht stuk over het hoe en waarom van een plaat. Ik wil weten wat hij of zij van de muziek vindt. Als ie daar een beetje consistent in is, kan ik vanzelf wel bepalen of mijn smaak daar wel of niet bij in de buurt komt.

    Jij weet dus nu dat wanneer Menno Pot een plaat de grond in boort, je daar maar eens naar moet gaan luisteren

  14. Henk zegt:

    Zo zie je maar weer, de (pop) journalistiek is inmiddels net zo ver verwijderd van de luisteraar/koper van plaatjes en ceedeetjes als de politiek van het ‘volk’ verwijderd is.
    Ik kan alleen maar zeggen dat iedereen (zonder uitzondering) die in mijn platenzaak de Dead Weather lp/cd heeft aangeschaft deze release als een van de beste van het jaar bestempelt.

  15. Marnix Koopman zegt:

    Een van mijn favoriete LP’s is Da Capo van Love. Met zes ijzersterke liedjes die niet eens altijd een kop en staart hebben op de A-kant. De B-kant is een 18 minuten durende anarchistische ellende van bluesy freejazz psychedelica. Een strontvervelende jamsessie. Ik begrijp die journalist van Oor wel.

  16. Rob zegt:

    Muziekrecensenten. Ach, leuke hobby. Meer niet.

  17. Bart Nijman zegt:

    Muziekjournalistiek = opinie. Je kunt proberen de sfeer in het publiek in je verhaal te betrekken en aan te vullen met objectieve feiten over de band/artiest, maar de conclusie zal altijd persoonlijk zijn. Daar is niets mis mee, want dat weet (als het goed is) iedereen die de recensie leest. Het kan zelfs tot interessante discussies, suggesties en/of nieuwe inzichten leiden voor zowel lezer als schrijver. Derhalve is het overbodig om als recensent twee ándere recensenten onkunde te verwijten omdat ze een andere subjectiviteit voor het voetlicht brengen.

    De enige zin in bovenstaand artikel waar ik me daarom in kan vinden, is “Schrijven over wat je hoort vereist terughoudendheid, ervaring, kennis, tijd en inlevingsvermogen om de muziek eerst op je te laten inwerken vooraleer een oordeel te vellen.” Van met name terughoudend en inlevingsvermogen is in het stuk van Prenger echter geen sprake als het op de mening van een ander aankomt. Misschien had iemand hem de recensies van Pot en Kamer voor moeten lezen, zodat hij ze beter op zich in kon laten werken.

  18. Alexander zegt:

    Ach, popjournalisten. Meerdere concerten meegemaakt waarbij ze niet in de zaal, maar achterin aan de bar zaten. Het stukje wekte de sterke indruk de avond tevoren geschreven te zijn, of dat men na de eerste nummers vertrokken was. Klagen over de geluidskwaliteit, terwijl die op dat moment uitstekend was. Zulke dingen.

  19. Frans Gal zegt:

    Ach, bandfans. Meerdere concerten meegemaakt waarbij ze vooraan in de zaal stonden, en terwijl het kwijl hen uit de bek liep juichten ze om iedere scheet die de doorgesnoven, arrogante ‘kunstenaars’ op het podium lieten. En zo hard mogelijk meezingen met nagelnieuw repertoire, alleen maar om te laten zien hoezeer ze fan waren. Dat alle riffs waren gejat, de teksten als kut op dirk sloegen en alle muziek van een bandje kwam, ze maalden er niet om. Ze wekten de indruk zich vantevoren te hebben voorgenomen om gewoon alles ge-weeel-dig te vinden, ook al was dat niet zo. Zulke dingen.

  20. Joep Smaling zegt:

    Beetje flauwe reactie, in de trant van: ze zijn jaloers en zeiken daarom maar af. Dat zeggen slechte schrijvers ook over hun recensenten. Je kan wel degelijk een stel eerlijke criteria opstellen en met veel contextkennis als popjournalist een fatsoenlijke recensie schrijven. Met een goede popjournalist die voldoende argumenteert en die geen criteria hanteert uit de jaren 30, is niks mis.

  21. Joep Smaling zegt:

    @Frans Gal, helemaal eens. Een popjournalist moet het kaf van het koren scheiden.

  22. Ik was bij het concert in de Melkweg, en het was geweldig. Gelukkig zijn er ook recensenten die het wel snappen: http://alternative.blog.nl/concerten/2009/11/04/concertverslag-recensiethe-dead-weather-goed-rauw-en-ranzig-in-de-melkweg.

Laat een reactie achter