Feuilleton: The Ana-files (12)

Waar ik het huilen na een half jaar oefenen inmiddels aardig onder de knie heb, zijn er nog steeds emoties die ik minder goed beheers. Zo doe ik niet aan woede. Nooit. Tegen mij kan je alles zeggen of doen wat je wil. Ik word toch niet boos, ik word verdrietig. De verklaring daarvoor ligt voor de hand. Om ruzie te kunnen maken, heb je zelfvertrouwen en eigenwaarde nodig. Ik bezit geen van beiden. Dus ben ik nooit gemeen, aanmatigend of vervelend, maar altijd lief, betrouwbaar en gezeglijk. De enige op wie ik ooit kwaad word, ben ik zelf. En dan ben ik meedogenloos.

Het verbaast dan ook iedereen, niet in het minst mijzelf, als ik ineens in blinde woede ontsteek. Op iemand waaraan ik nogal gehecht ben bovendien, wat het allemaal nog veel enger maakt. Hij zou er immers wel eens aanstoot aan kunnen nemen. Of weg kunnen gaan. Maar deze keer doet het er niet meer toe. Want ik heb er genoeg van om over me heen te laten lopen. Ik ben het zat om slecht te worden behandeld. En dus ben ik kwaad. Verdwenen is het meisje dat vaak tegen beter weten in probeerde de sfeer goed te houden en de boel te sussen. Ik ben een razende furie die vloekend en tierend door het huis gaat.

Boos, boos, boos
Op zich een positieve ontwikkeling – de psycholoog raadde me al maanden aan eens wat feller van me af te bijten – alleen: het gaat niet over. Ik blijf woedend. Ik ga witheet naar bed en sta de volgende ochtend nog net zo pissig weer op. Ik fiets inwendig tierend naar mijn werk en sla me daar al mopperend de dag door. Om ’s avonds nog even kwaad weer op de bank te gaan zitten. Zelfs eindeloze telefoongesprekken met vriendinnen, urenlang weken in een ontspannend schuimbad en ontelbare vellen om-therapeutische-redenen-volgeschreven vellen papier bieden geen soelaas. Ik ben boos. Boos, boos, boos.

Ik ben boos omdat ik deze week voor het eerst naar die stomme groepstherapie moet. Ik ben boos omdat ik me opwind over die stomme groepstherapie. Ik ben boos omdat het me na een half jaar nog steeds onvoorstelbaar veel moeite kost om ’s ochtends een boterham te eten. Ik ben boos omdat ik nog steeds nauwelijks zonder walging in de spiegel kan kijken. Ik ben boos omdat ik me had voorgenomen nooit meer het achterste van mijn tong te laten zien. Ik ben boos omdat het me niet lukt me daaraan te houden.


Gemakkelijkse seks

Ik ben boos omdat iedereen nog steeds schijnt te denken dat ik dom, hulpbehoevend, gek, een klein kind, onkwetsbaar of gemakkelijke seks ben. Ik ben boos omdat het me iets kan schelen. Ik ben boos omdat ik mijn hoofd nooit krijg uitgezet. Ik ben boos omdat ik pijn heb. Ik ben boos omdat ik me godverdomme had voorgenomen me nooit meer aan iemand te hechten. Ik ben boos omdat ik er van uit ga dat mensen zich toch niet aan mij hechten. Ik ben boos omdat dat telkens weer lijkt te worden bevestigd. Ik ben boos omdat ik zelf dat huis ben ingegaan, na de eerste klap weinig actie meer heb ondernomen en vervolgens thuis ben gaan douchen in plaats van aangifte te doen. Ik ben boos omdat ik me daarvoor schaam. Ik ben boos omdat ik eigenlijk vind dat het dus mijn eigen schuld is. Ik ben boos omdat ik me daarom een hoer voel. Ik ben boos omdat het niet gaat zoals ik wil, omdat het fucking nooit gaat zoals ik wil.

Ik ben boos omdat ik vooral boos ben op mezelf.

Lees hier deel 1 van The Ana-files.
Lees hier deel 2 van The Ana-files.
Lees hier deel 3 van The Ana-files.
Lees hier deel 4 van The Ana-files.
Lees hier deel 5 van The Ana-files.
Lees hier deel 6 van The Ana-files.
Lees hier deel 7 van The Ana-files.
Lees hier deel 8 van The Ana-files.
Lees hier deel 9 van The Ana-files.
Lees hier deel 10 van The Ana-files.
Lees hier deel 11 van The Ana-files.



  1. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Anna, mijn complimenten weer, voor deze aflevering. Ik hoop dat je ook nog gaat schrijven over de groepstherapie.

  2. Elin on zaterdag 30, 2010

    Je bent dus boos omdat je het gevoel hebt dat je mislukt bent, mss moet je eens wat eenvoudig vrijwilligerswerk gaan doen – je verplaatst je in andere mensen, en je voelt je direct beter.

  3. Eric on zaterdag 30, 2010

    @Elin: Mensen helpen om jezelf beter te voelen werkt in dit geval waarschijnlijk niet. Als je zo’n kei bent in jezelf wegcijferen ga je daar uiteindelijk aan onderdoor. Je geeft veel maar neemt te weinig voor jezelf. Om nog maar te zwijgen over het feit dat je anderen misschien prima helpt, maar als perfectionist daar nooit echt voldoening uit kunt halen. “Hebben ze er wel echt wat aan gehad?”, “Had ik niet beter dit of dat kunnen doen?”, “Waarom heb ik niet meer gedaan, niet beter m’n best?”

  4. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Elin, jouw remedie ‘eenvoudig vrijwiligerswerk’, tegen een gevoel van mislukking, lijkt mij niet universeel toepasbaar.
    Anna heeft een baan waar ze waarde aan hecht, ze heeft vrienden en vriendinnen, mannen zijn in haar geinteresseerd en ze schrijft ook nog eens iets zinnigs op deze website. Ik zou dus zeggen dat ze geen reden heeft zichzelf mislukt te voelen.
    Er zijn mensen die qua werk op de top van hun kunnen functioneren, successen behalen en bij wie het, als het om werk gaat, ook niet aan zelfvertrouwen ontbreekt. Maar privé kampen ze met ‘een gebrek aan eigenwaarde’ en wat ze ook doen, het is nooit genoeg.

    Je kunt twee vormen van eigenwaarde onderscheiden. De eerste krijg je al dan niet cadeau, komt voort uit hoe je als kind bent bejegend. Positieve bekrachtiging enzo. Er zijn mensen die als volwassene niets lukt, maar die wel een stevig gevoel van eigenwaarde hebben.
    En veel mensen die geen gevoel van eigenwaarde hebben ‘meegekregen’, doen als volwassene van alles om dat te compenseren, om voor zichzelf en/of anderen te bewijzen dat ze ‘waarde hebben’. Dat werkt lang niet altijd, menigeen blijft zich ondanks successen ‘mislukt voelen’.

    Gedragscognitieve therapiën richten zich dan op een ‘objectivering’ van mislukking en succes. Psychoanalytische benaderingen peuteren aan het ‘innerlijk kind’.
    Alternatieve therapiën bieden van alles, onder meer: paardentherapie (meer zelfvertrouwen als je een onwillig paard in beweging hebt gekregen); catharsis (emotionele ontlading, onder meer te bereiken met heel hard schreeuwen); lichaamsgerichte therapie (bio-energetica, haptonomie, boksen en vele andere).
    En dan zijn er natuurlijk nog de ecclectische benaderingen die van alles wat bieden. Pesso, psychoanalytisch èn lichaamsgericht, en gaat ook nog eens in op voedingsproblemen.

    Pas als dat allemaal niet helpt, lijkt mij het moment aangebroken je als Moeder Theresa in dienst te stellen van het lijden van anderen. Maar je bent natuurlijk eerst wel een jaar of vijftig bezig om elk goedbedoeld advies uit te proberen.

  5. Elin on zaterdag 30, 2010

    @Eric en Alf
    Ok, het was ook meer bedoeld als tip (vandaar dat “mss”), niet als 100 % zeker zijnde remedie.

    Een confrontatie met mensen die maatschappelijk gezien (veel) minder geslaagd zijn, maar wel het leven zo’n beetje nemen zoals het komt zonder een controlfreak te zijn, leek me wellicht een eye-opener.

    Want ook als je goedbetaald werk hebt en vrienden kun je je nog steeds mislukt voelen doordat je het gevoel hebt dat wat je doet volstrekt misbaar en inwisselbaar is. (Als je bv. hbo-programmeur bent in een groot bedrijf weet je dat ze zo een ander in jouw plaats kunnen neerzetten.) Als je dan bijv. de “buddy” wordt van een eenzame bejaarde word je direct belangrijk voor iemand, wat een zingevingsgevoel kan geven.
    Dit kan natuurlijk ook weer doorschieten in jezelf wegcijferen, maar het lijkt me dat mensen met wie je direct werkt (mits niet al te “sneu”) juist daarin ook een tegenwicht kunnen zijn door bevestiging te geven voor kleine dingen, en een soort voorbeeld te zijn van hoe je ook gelukkig kunt zijn in een “imperfect” leven.

    Als je idd een “jeugdtrauma” hebt waardoor je je gebrek aan eigenwaarde nu telkens wilt/moet compenseren, dan kan de therapeutische waarden idd wellicht beter in andere methodes gezocht worden.

    Echter ik heb ook het idee (vanuit m’n dagelijkse ervaringen) dat mensen die dat soort compensatie zoeken, dat vaak zoeken in de maatschappelijke normen van wat succesvol is (baan, huis, even succesvolle vrienden, even succesvolle partner). Zo dat het een soort “fake show” wordt, je moet opboksen tegen anderen voor je status, en je beoordeelt en wordt beoordeeld op uiterlijkheden en materiele dingen. Waardoor ze ver af drijven van eigenwaarde krijgen uit basisdingen. Vandaar dat ik denk dat sommige soorten vrijwilligerswerk mss nuttig kunnen zijn.

  6. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Elin, ik bedoel het niet lullig, maar het advies om iets voor/met ‘minder bedeelden’ te proberen heeft dezelfde waarde als het advies ‘ga toch eens iets leuks doen’. Als het probleem in het denken zit, vind je de oplossing niet in (andere) activiteiten, maar in het denken.
    Gevoel wordt niet alleen ingegeven door ervaringen en activiteiten maar ook door het denken. Je kunt van alles anders doen, maar als je denken hetzelfde blijft, heeft wat je doet (te) weinig effect op hoe je je voelt. Dat stelt de RET (een cognitieve therapie), maar is ook mijn persoonlijke filosofie, de mogelijkheid om jezelf anders te denken, te bedenken zelfs, ‘mind over mind’.

    Als een ‘jeugdtrauma’ iemands gevoel van eigenwaarde negatief beïnvloedt, kan hij zich bedenken dat hij zijn jeugdtrauma niet is. Als je volwassen bent, is een jeugdtrauma alleen nog maar een herinnering, een verhaal dat je kunt vertellen. Freud maakte menige psychologische misser, maar een ding zag hij m.i. goed: het gaat niet om de biografische waarheid van het verhaal, maar om de betekenis die je er later aan geeft. En dat heb je als volwassene in de hand: omdat het alleen nog maar een verhaal is, kun je er elke betekenis aan geven die je wilt.

    (Anna, met dit speculeer ik niet op een jeugdtrauma bij jou, en zelfs niet dat je te weinig eigenwaarde hebt ‘meegekregen’. Ik theoretiseer maar wat.)

    Iemand die voelt dat wat hij doet volstrekt misbaar en inwisselbaar is, kan op zoek gaan naar meer ‘zingeving’ in andere activiteiten. Maar gezelschap bieden aan een eenzame bejaarde kan ook zo worden overgenomen door een ander. Niemand is onmisbaar, iedereen is inwisselbaar. Dat lijkt mij een ‘fact of life’.
    Voor menigeen werkt dan ook misschien juist het tegenovergestelde van zingeving: zinledigheid, een Zen-achtige onthechting van elke vorm van betekenisgeving: betekenisloosheid is bevrijding. Maar in Zen-verhalen zijn het altijd oude mannen die het onder de knie hebben; het lijkt dus vele jaren te duren en schijnbaar is het voor vrouwen helemaal niet weggelegd. (plaats hier emoticons naar eigen keuze)

  7. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Ik moet mij corrigeren. Je kunt niet eens ‘voelen’ dat wat je doet misbaar is en jijzelf inwisselbaar, het zijn gedachten. Gaat ook op voor je mislukt ‘voelen’. Een gevoel heet een gevoel omdat je letterlijk iets voelt, er hoort een lichamelijke sensatie bij. De gedachten dat je misbaar, inwisselbaar en mislukt bent, kunnen wel tot gevoelens leiden. Welke dat zijn zal per persoon verschillen, het kan verdriet zijn maar ook angst of boosheid – daarbij heb je wel lichamelijke sensaties.

  8. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    En als ik helemaal consistent ben, moet ik stellen dat een gevoel van eigenwaarde evenmin bestaat. Het bestaan of ontbreken van eigenwaarde is een manier van denken over jezelf die is gekoppeld aan emoties, aan voelen.
    Het lullige is dit: negatieve emoties die zijn gekoppeld aan het denken over jezelf blijken veelal sterker dan positieve gedachten over jezelf. In (volgens Anneke Achttien verouderde) psychologische terminologie kun je dit neurotisch noemen, emoties die hardnekkig aanhouden, terwijl ze niet op een lijn liggen met het denken.

  9. Quiqui on zaterdag 30, 2010

    En je kunt je ook aan gevoelens van mislukt-zijn en ‘bewijzen’ van je tekortschieten vastklampen omdat het zekerheid biedt (als je ongelukkig bent, weet je wat dat betreft tenminste waar je aan toe bent). Waarbij ik overigens ook niet wil suggereren dat dit op Anna slaat.

  10. Anneke Achttien on zaterdag 30, 2010

    Volgens de cognitief psychologen wekken gedachtes gevoelens. Als het je lukt anders te denken dan ga je je ook anders voelen. Ik ben het daarmee eens. Soms is het nodig om een traumatische gebeurtenis een plaats te geven in je leven zodat er ruimte komt om de oude gedachtes over geschonden vertrouwen, falen en woede te hernieuwen. Sterke gevoelens moeten net als een orkaan uitrazen.Langzamerhand zal de woede in kracht afnemen en tot bedaren komen.
    Daders van seksueel geweld maken hun slachtoffers wijs dat er een relatie bestond tussen hem en zijn slachtoffer. Dit is onjuist, en een denkfout die vaak gemaakt wordt. Een relatie tussen twee volwassen mensen is gebaseerd op gelijkwaardigheid, wederkerigheid en respect voor elkaar. Als aan één van die voorwaarden niet voldaan wordt dan is er geen sprake meer van een relatie, er is geen contact meer, geen gelijkwaardigheid en het respect is veranderd in geweld. Dit geweld zegt alleen iets over de motieven en het gedrasg van de dader en helemaal niets over het slachtoffer. Het slachtoffer is misleid en misbruikt door de dader. Verkrachting is een daad van geweld, de dader gebruikt zijn geslachtsdeel als wapen.
    Seksueel gezonde mannen willen hun partner behagen en zetten hun geslacht liefdevol in tijdens de omgang met hun partner. Verkrachting heeft niet met seksualiteit van doen. Het is geweld. Seksualiteit is heilig en kostbaar. Het is goed om daar binnen een relatie zorgvuldig mee om te gaan. Hoertjes verlenen seksuele diensten aan mannen. Als het goed is krijgen ze daarvoor betaald. Er zijn dus grote verschillen tussen liefdevolle seksualiteit, prostitutie en verkrachting. Het is goed om over die verschillen na te denken. Het kan misschien een beetje helpen om de nare ervaring met geweld een plaats te geven. Houdt moed !

  11. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    AnnekeAchttien, sterke gevoelens hoeven niet per sé uit te razen. Er zijn ‘therapiën’ waarin met trucs de uiting van heftige gevoelens wordt bereikt. Therapeuten zeggen daarbij nogal eens dat de heftige emoties de ware emoties zijn, zo laat een mens zichzelf echt kennen. Maar ze zijn therapeutisch opgeroepen en je hebt er niets aan; in het dagelijks bestaan staan ze alleen maar van alles in de weg. Het ‘therapeutisch uitrazen’ van een emotie heeft vooral catharsis (ontlading) als doel: het maakt niet uit met welke emotie je begint, als deze op een hoogtepunt is, slaat het om in verdriet, dan gaat men heftig huilen en dat biedt opluchting.

    De RET, een cognitieve therapie, stelt ook dat gevoelens worden ingegeven door het denken. Maar inzichtgevender is dat de RET heftige gevoelens ‘ongepast’(‘inappropriate’) noemt en adviseert emoties en stemmingen te temperen. Van angstige opwinding naar zorgelijk; van depressie naar droefenis; van schaamte naar spijt; van pijn naar teleurstelling; van woede naar ergernis; et cetera.
    Voor die tempering hoeft de emotie niet eerst uit te razen, het denken kan begrenzen.

    Het nadeel van uitrazen is dat de daarop volgende catharsis weldadig voelt en menigeen vervolgens dat gevoel keer op keer wil bereiken. Nogal wat mensen met een wat lichtere psychische of emotionele klacht gaan dan ’shoppen’, aan de ene na de andere emotioneel intensieve therapie meedoen om steeds weer catharsis te ervaren.

    Dat verkrachters hun slachtoffers wijsmaken dat er een relatie tussen hen bestaat of bestond, lijkt mij geen algemene waarheid. De verkrachter die uit een struik springt, zijn slachtoffer van de fiets sleurt en verkracht, en die daarna weer zijns weegs gaat, neemt daar helemaal de tijd niet voor. Het denken van zulke verkrachters gaat niet verder dan ‘is dit een goede gelegenheid, kan ik deze vrouw aan en kan ik ermee wegkomen?’ De meeste verkrachters hebben de diepgang van een plas modder.

    En bij elke verkrachting het zwaartepunt leggen op het geweldsaspect, alsof de lustbeleving van de dader er niet toe doet, is ook een moderne misser. Als geweld het zwaarste woog, dan was mishandeling van het slachtoffer voldoende voor bevrediging. Maar een verkrachter kiest niet voor niets voor een seksuele daad.
    Er zijn variaties, het geweld kan slechts middel zijn om seksuele lust te bevredigen, dan is het niet geweld om het geweld maar instrumenteel geweld (zoals geweld bij een overval). Als een verkrachter ook zonder geweld aan zijn gerief kan komen, dan is het anders, dan is er blijkbaar naast normale seks een behoefte aan gewelddadige seks. Een andere variant is dat het geweld voortkomt uit een seksuele frustratie, bijvoorbeeld veel ervaren afwijzing door vrouwen, als het om vrijwillige seks gaat. Hoe dan ook, seksuele lust is de belangrijkste motivatie bij verkrachtingen. Een uitzondering is de verkrachter bij wie de seksuele daad niet voldoende ‘prikkels’, niet voldoende opwinding oplevert; voor hem is geweld de sterkere prikkel.

    Verkrachting vooral zien als daad van geweld heeft veel te maken met de dader zien als psychopaat (vroeger sociopaat genoemd), het ‘ontmenselijken’ van de dader. Het is prettiger verkrachters te zien als psychisch gestoorde monsters, in plaats van als mannen die collega, buurman of zelfs echtgenoot en vader kunnen zijn. Door psychopathologie toe te passen op geweldsdaden wordt echter ook de intentionele kwaadaardigheid ervan ontkent en van de dader zelfs een slachtoffer gemaakt: hij kon er niets aan doen, hij is ziek.

    Bij verkrachting is de daad en het geweld echter overwogen, tussen de impuls tot verkrachting en de daad zit tijd, tijd die de dader gebruikt om zijn kansen te berekenen. Als het een ziekte was, een oncontroleerbare impuls, dan besprong de verkrachter de eerste de beste vrouw die hij tegenkwam, desnoods midden in een winkelcentrum.

    En met anorexia heeft dit weinig te maken.

  12. Anneke Achttien on zaterdag 30, 2010

    @Alf Fijn dat jij je zo goed kunt verplaatsen in de belevingswereld van verkrachters en weet hoe daders denken en voelen. Ik schrijf vanuit slachtoffers van seksueel geweld. Dat is een geheel andere uitgangspositie. Seksueel geweld is geweld waarbij het wapen een seksueel karakter draagt. Je laatste zin dat anorexia en seksueel geweld los van elkaar staan vind ik ronduit wreed en onthutsend. Yek !

  13. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Anneke, je deed uitspraken over daders: ‘Daders maken hun slachtoffers wijs …’ en ‘de dader gebruikt zijn geslachtsdeel als wapen’. Maar dat moet ik dus lezen als uitspraken van slachtoffers over daden.

    Ik weet niet wat daders denken en voelen, ik denk na over wat voor denken en voelen je kunt rijmen met de daden. Een lul is geen wapen, anders gaf elke vrouw zich wel over aan de eerste de beste potloodventer.

    En hoezo kunnen anorexia en seksueel geweld niet los van elkaar staan? Is elke anorexiapatiënt ooit slachtoffer geweest van seksueel geweld, volgt op verkrachting vanzelfsprekend anorexia?

  14. Anneke Achttien on zaterdag 30, 2010

    Alf,
    Ik ben zolangzamerhand goed zat van jou. Je zin “een lul is geen wapen, anders gaf elke vrouw zich wel over aan de eerste de beste potloodventer ” vind ik weerzinwekkend. Je stelt daarmee dat vrouwen zich graag overgeven aan gestoorde mannen als potloodventers.
    Vrouwen die verkracht zijn hebben pijnlijk geweld ondergaan. Dat geweld is veroorzaakt mbv diverse technieken en wapens. Ik vind het niet kies hier op te schrijven hoe vrouwen ongewenste penetratie ervaren. Op seksueel geweld kan anorexia volgen, natuurlijk kun je deze stelling niet omdraaien zoals jij doet. Gelukkig wordt door de discussie met jou je ware aard wel zichtbaar en dat vind ik belangrijk . Ik vind het fijn om te merken dat ik inmiddels zoveel ervaring met types zoals jij hebt opgedaan dat ik je moeiteloos kan fileren zodat je gestoorde opvattingen voor iedereen hier duidelijk worden. Als Anna begrijpt wat ik hiermee bedoel dan is mijn doel bereikt. Wat ze met die kennis doet mag ze natuurlijk zelf weten maar ik zou haar adviseren schrijfcontact met jou hier te vermijden om zichzelf te beschermen tegen jou agressieve idioterie die je in eerste instantie verpakt als betrokkenheid. Niet in tuinen ! Lijkt op dadergedrag !

  15. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Kind, kind, wat ben je toch een opgewonden standje. ‘Een lul is een wapen’ is beeldspraak, met enig cynisme trok ik deze beeldspraak door. Ik heb niets verpakt als betrokkenheid, ik ben een theoreticus. Als jij het idee wilt hebben dat jij mij fileert, mij best, denk wat je nodig hebt om je ego te beschermen. Goed dat jij mijn ware aard hebt gevonden, ik zocht er al een tijdje naar. Ik draaide geen stelling om, jij vond het weerzinwekkend dat ik anorexia en verkrachting los van elkaar kan beschouwen, maar blijkbaar kun je dat zelf ook.

    En nu stel jij je op als beschermer van Anna, met het advies schrijfcontact met mij te vermijden. Want mijn schrijven doet jou denken aan dadergedrag. Welk gedrag? Maken mijn gedachten over verkrachting van mij een potentiële verkrachter? Ik ga niet mee in makkelijke algemeenheden, dat is alles.

  16. Anneke Achttien on zaterdag 30, 2010

    @Alf. Zoals jij al eerder hier hebt opgeschreven ben je zo narcitisch als de neten. Kun je ook niets aan doen, sneu genoeg. Jij bent geen theoreticus . Jij bent een narcist en gebruikt om die reden graag moeilijke woorden. Je denkt niet wetenschappelijk, je stapelt denkfout op denkfout.
    Je spreekt jezelf tegen in je berichten. Theorie is namelijk algemeen, niet individueel. Jij wilt van beide walletjes eten. Nu ik kritiek uit op hoe je schrijft over seksueel geweld plaats je je opmerking opeens tussen aanhalingstekens. Had je meteen moeten doen, Nu ben je ongeloofwaardig. Ik zou zeggen, koop een spiegel. Anna heeft ernstige problemen, helaas Maar geeft door hoe ze schrijft helder aan dat ze snapt hoe het bij haar werkt. Dat inzicht heb jij niet. En je bent er om die reden stukken slechter aan toe dan Anna. Mensen zonder zelfinzicht leven hun tekortkomingen uit op anderen. Dat doe jij hier ook. Dat is dadergedrag.
    Anna beschermt zichzelf wel ,en besluit zelf wel of ze wel of niet reageert op wat jij hier schrijft. Ik geef er mijn mening over. Niks mis mee.

  17. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Anneke, waarom heb jij het nu zo nodig iemand die het gewoon inhoudelijk niet met jou eens is en dat beargumenteerd, in casu ik, persoonlijk aan te vallen?

  18. Anna on zaterdag 30, 2010

    Goed, aangezien dit nog steeds over mij gaat, zal ik anders ook gewoon even iets zeggen?

    Alf: ik ga grotendeels mee in je betoog. Of verkrachting en anorexia volledig los van elkaar staan, weet ik zo net nog niet. Ik ken sowieso twee andere anorecten met soortgelijke ervaringen. Dat zou toeval kunnen zijn, maar feit is wel dat iemand zonder eigenwaarde een gemakkelijke prooi is. En ik maak natuurlijk zelf wel uit tegen wie ik wel en niet praat.

    Anneke: Fijn dat jij je zo goed kunt verplaatsen in de belevingswereld van slachtoffers en weet hoe slachtoffers denken en voelen.
    Alleen jammer dat het voor geen kant klopt.
    Je hoeft me het verschil tussen liefdevolle seks, verkrachting en prostitutie niet uit te leggen hoor. Zoals ik je al meerdere malen heb uitgelegd, ben ik niet debiel. En ook geen slachtoffer trouwens. Dat ik het weet betekent echter niet dat ik het ook zo voel.
    Seks is heilig? Nee hoor, voor mij niet per se.
    Er is me wijsgemaakt dat er sprake was van een relatie tussen mij en meneer de verkrachter? Nee hoor, geenszins. Het was me eigenlijk wel direct duidelijk dat dat niet het geval was.
    Alf heeft daarnaast gelijk als ie zegt dat verkrachting niet alleen een geweldsdaad is. In dit geval was het geweld toch echt grotendeels instrumenteel, namelijk bedoeld om iets voor elkaar te krijgen. Seks dus. Anders had ie me natuurlijk ook gewoon alleen flink in elkaar kunnen meppen.
    Vraagje: ik heb je nu al herhaaldelijk laten weten dat ik niet op je ‘hulp’ zit te wachten. Toch blijf je het continu aanbieden en maak je elke discussie over dit onderwerp persoonlijk. Op een behoorlijk agressieve manier bovendien. Best geestig dat je dat vervolgens anderen verwijt. Maar wie is hier nou eigenlijk de narcist?
    En ‘houdt moed’ is zonder t trouwens.

    Overigens voel ik me helemaal niet mislukt. Ik vind m’n leven momenteel vrij kut, dat is iets heel anders. Eigenlijk vind ik dat ik het gezien de omstandigheden verdomde goed doe. Bovendien vermoed ik dat bejaardenbillen wassen of blindegeleidehonden uitlaten niet heel erg veel gaan uithalen bij het verwerken van de verkrachting. Dus.

  19. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Anna, ik begrijp wel dat er een relatie kan zijn tussen verkrachting en anorexia. Bijvoorbeeld ook het pubermeisje dat met anorexia op verkrachting (al dan niet incestueus) reageert om haar seksuele aantrekkingskracht te verminderen. Met mijn opmerking ‘En met anorexia heeft dit niets te maken’ bedoelde ik dat AA’s betoog over verkrachting en mijn reactie erop ‘off topic’ waren. Jij noemt wel een verkrachting, maar je verhaal gaat over anorexia.

    ‘Iemand zonder eigenwaarde is een gemakkelijke prooi’, schrijf je. Ik onderscheid verschijnselen wat explicieter: anorexia is niet hetzelfde als geen eigenwaarde hebben. Een gebrek aan eigenwaarde kan wel de ‘common cause’ zijn van anorexia èn een gemakkelijke prooi zijn. Er is dan geen relatie tussen verkrachting en anorexia, er zijn twee andere relaties: tussen eigenwaarde en verkrachting, en tussen eigenwaarde en anorexia.

    Ik ga er zondermeer vanuit dat jij dit ook wel weet. Maar ik leg zout op slakken omdat de psychiatrie zeer slecht is in fenomenologie: verschijnselen onderkennen en beschrijven, onderlinge relaties ontdekken, betekenis geven aan de verschijnselen en de relaties, ingaan op hoe de verschijnselen worden ervaren, de verschijnselen onderscheiden van de ervaring van de verschijnselen. (Ik leg dit maar een beetje uit om te voorkomen dat ik word beschuldigd van gebruik van een moeilijk woord.) De gebrekkige fenomenologie maakt het bijvoorbeeld mogelijk te spreken over allerlei ziektes, terwijl er geen bewijzen van ziekte zijn.

    Ik hoop overigens dat ik niet veel de indruk maak dat ik over jou schrijf. Je schrijft een verhaal en er zjn reacties die aanzetten tot denken, ook de onzinnige reacties. Ik reageer vooral theoretisch en daar kan op worden geschoten, ook door AA. Jammer dat niet iemand met wat meer denkvermogen het ook doet.

  20. Elin on zaterdag 30, 2010

    @Alf
    “Elin, ik bedoel het niet lullig, maar het advies om iets voor/met ‘minder bedeelden’ te proberen heeft dezelfde waarde als het advies ‘ga toch eens iets leuks doen’. Als het probleem in het denken zit, vind je de oplossing niet in (andere) activiteiten, maar in het denken.”

    Met dat laatste kan ik het niet helemaal eens zijn. Je denken kan veranderen door doen.
    Ik geloof gewoon niet in een absolute distinctie tussen “denken” en “doen”.
    Je hersens veranderen door de activiteiten die je doet. Feit. (Niet 100% altijd natuurlijk, bij elk wissewasje. En het hoeft niet van een shock-effect te zijn, maar gewoon door stelsematige exercitie van… iets.)
    En na hersenbeschadiging/psychische stoornis verandert je gedrag natuurlijk ook.
    Het is een wisselwerking. Maar waarom altijd proberen het DOEN te veranderen door bij het DENKEN te beginnen? M.i. kan het ook andersom.

    Wat je zegt dat dat vrijwilligerswerk net zo goed inwisselbaar werk is, ja dat is natuurlijk wel zo. Ik vraag me alleen af, of je dat ook zo voelt als je dat doet. Ik denk dat het toch wel anders is, omdat je een soort band met een persoon krijgt. Eigenlijk bedoelde ik meer dat laatste, hoeft niet per se vrijwilligerswerk te zijn, als je maar nuttig kan zijn voor iemand zonder dat je een masker hoeft op te houden o.i.d. (wat bij vrienden vaak wel zo is, helaas).
    Overigens voer ik hier geen propaganda voor billenwassen of gebouwen in Roemenië oplappen ;) heb zelf nooit als vrijwilliger iets gedaan.

    “Het lullige is dit: negatieve emoties die zijn gekoppeld aan het denken over jezelf blijken veelal sterker dan positieve gedachten over jezelf.”
    Ik weet niet of dit waar is (dus zal ik je geloven), maar wat dan ook weer zo is, is dat mensen positieve herinneringen uit hun leven beter onthouden dan negatieve herinneringen.

    Maar goed, dit allemaal even zuiver theoretisch gezien dan, want inmiddels begrijp ik dat dit niet op Anna slaat omdat ze zelf zegt dat ze zich niet “mislukt” voelt.
    Dat dacht ik dus omdat ze zo boos op zichzelf was in de column (wat mensen doorgaans worden door een gevoel te kort te schieten), en vanwege de zin “Om ruzie te kunnen maken, heb je zelfvertrouwen en eigenwaarde nodig. Ik bezit geen van beiden.”
    Wat me iets anders lijkt dan je leven kut vinden…
    En nu gaat het ook opeens weer over verkrachting, ik wist niet dat dat meespeelde.
    Enfin, ik begrijp dus niet helemaal hoe je je voelt Anna, maar soit.

  21. Anneke Achttien on zaterdag 30, 2010

    Dag Alf, ik heb je al eens eerder aangeraden om de Hoofdsom van Kuiper te bestuderen. Je gebruikt weer op onjuiste gronden een moeilijk woord. Je kennis over de psychiatrie schiet ernstig tekort. En nee, je schrijft niet over Anna. Dat is zowat het enige dat klopt in je verhaal.

    Dag Anna, natuurlijk ben je het niet eens met mijn beschrijving over dadergedrag. Dat kan nu ook nog niet want je zit nog midden in je verwerkingsproces. Natuurlijk snap ik wel dat je het verschil tussen prostitutie en liefdevolle sex kent. Blijkbaar is dat onderscheidt nog niet duidelijk genoeg voor je want je gedachtes bepalen je gevoelens immers. Ik heb je geen hulp aangeboden maar een advies gegeven. Dat kun je opvolgen of niet. Dat is geheel aan jou. Ik schrijf net zo persoonlijk als jij doet. Betekent niet dat er een directe relatie is tussen ons of dat ik dat wil. Alf heeft over zichzelf geschreven dat hij erg narcistisch is en zo gedraagt hij zich hier ook. Daar past een scherpe reactie bij. En ik ben het van harte met je eens, je doet het verdomde goed !

  22. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Anneke Achttien, als je van Kuiper wat meer had gelezen (onder meer het boek ‘Verborgen betekenissen: psychoanalyse, fenomenologie, hermeneutiek’), dan had je het misschien niet over een moeilijk woord.

    Over mijn schrijven over mijn narcisme heb ik al geschreven dat ik er voor jou wat emoticons bij had moeten plaatsen. Jij bent blijkbaar niet in staat ironie en cynisme uit een tekst te halen. Ik heb nergens geschreven dat ik erg narcistisch ben, ik schreef over mijn score bij een test. Je zult begrijpen dat ik niet veel waarde hecht aan zo’n test, maar dat kun jij dan weer wijten aan mijn narcisme.

    Jouw opmerking dat Anna het nog niet met jou eens kan zijn omdat ze in een verwerkingsproces zit, is weer ronduit beledigend. Je ontkent dat zij nu tot helder denken in staat is. Maar slijmerig voeg je eraan toe dat zij het verdomde goed doet.

    Ik zal na deze reactie nog wel ingaan op jouw kortzichtige visies, domheid moet worden bestreden, maar niet langer op jouw persoonlijke aanvallen.

    Elin, ook ik heb hier en daar wat te snel geformuleerd. Kom ik nog op terug.

  23. Anneke Achttien on zaterdag 30, 2010

    Tsja Alf, dat doe je steeds, eerst iets opschrijven en als er dan kritiek op komt corrigeer je het weer. Zo kom je overal lekker makkelijk onderuit en ben je nergens op aanspreekbaar. Anna is prima tot denken in staat. Je verwart helder en logisch denken met elkaar. Anna is in therapie en gedurende een therapie doe je nieuwe inzichten op. In dat proces zit ze nu. Die verwerkingsprocessen lopen globaal via dezelfde stappen. Het is niet erg moeilijk om in te schatten waar Anna nu staat in dat proces. Vanuit die inschatting mijn opmerking.

    Anna gaat goed vind ik. Ik wil niet dat jij weet hoe dat in elkaar steekt daarom schrijf ik hier niet op waarom ze goed bezig is. Je hebt al eerder geschreven immers dat het je niet om Anna te doen is hier. Ik wens je veel plezier met je strijd tegen je eigen windmolens !

    Oh ja, nog dit. Ik begrijp de moeilijke woorden die je gebruikt erg goed. Punt is dat jij het verborgene in de psychiatrie belangrijk vindt en ik de openbare,toegankelijke en toegepaste psychiatrische kennis. Dat laatste sluit ook het best aan bij de columns van Anna vind ik.

  24. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Elin, als iemand al doet wat goed is voor hem/haar, maar zich toch niet goed voelt, dan blijft van de ‘drieeenheid’ denken, voelen en doen, toch alleen het denken over om te veranderen? Natuurlijk, iemand kan een geheel nieuwe ervaring hebben die tot een heel andere levenshouding leidt, maar hoe vaak komt dat voor?

    ‘Je hersenen veranderen door wat je doet. Feit’, schrijf je. Bij verschillende activiteiten zijn verschillende hersengebieden actief, maar dat is geen echte verandering van de hersenen, dat hoort er gewoon bij. Hersendelen die verband houden met allerlei vaardigheden kunnen ook worden ontwikkelt. Maar ik had het over verandering van voelen als doel. Is er actie denkbaar die invloed heeft op de neurofysiologie die naar men aanneemt verband houdt met het voelen? Door hardlopen zou dopamine toenemen en dat levert de ‘runnersrush’ op. Maar dat soort effecten ‘beklijft’ niet, het leidt niet tot een blijvende verandering van het voelen. Hoe je je bij iets voelt, de eigen ‘gebruikelijke’ emoties en stemmingen, reacties op gebeurtenissen, wordt ingegeven door hoe je de gebeurtenis waardeert. Dat is individueel, daarom lacht of huilt niet iedereen bij dezelfde gebeurtenis. Een blijvende verandering van waarderingen kan leiden tot een blijvende verandering van gevoelsreacties.

    Maar het primaat van denken over voelen, of andersom, is een eeuwenoud geschil. In het woord emotie zit bijvoorbeeld het primaat van het voelen besloten, het is afgeleid van ‘emovere’: dat wat in beweging zet. Ik geloof meer in ‘het denken leidt, gevoelens volgen’.

    Over mensen met een staaf door een hoofd waardoor sommige hersengebieden niet meer functioneren, had ik het niet, maar die staaf of een andere vorm van hersenbeschadiging is ook geen gedrag.
    En de ‘psychische stoornis’ is een grijs gebied. Wat is echt een psychiatrische stoornis en wat is ongelukkig denken? Mijn ervaring is dat je ook mensen in een psychose (hallucinaties, wanen) tot realistische uitspraken kunt brengen waarmee hun gevoel (bijvoorbeeld angst) verandert. Alleen bij hen beklijft dat weer niet goed, een ander moet hen ‘bij de les’ houden.

    Nuttig zijn voor een ander kan een gevoel van eigenwaarde opleveren. Het nadeel is wel dat je het dan dus van anderen moet hebben. Je bent zekerder van jezelf als je eigenwaarde voortkomt uit wat je voor jezelf doet. Dat komt wel in de buurt van een vorm van narcisme, aan jezelf genoeg hebben. Bijvoorbeeld de kunstenaar wie het niet gaat om positieve reacties op zijn werk, maar om het creëren op zichzelf.

    “Het lullige is dit: negatieve emoties die zijn gekoppeld aan het denken over jezelf blijken veelal sterker dan positieve gedachten over jezelf.”
    Hiermee doelde ik op mensen die met een psychisch/emotioneel probleem naar een psychiater gaan (of psycholoog, of andere therapeut). Aannemelijk is dat bij hen negatieve gedachten, gevoelens en ook negatieve herinneringen op de voorgrond staan, anders zochten ze geen hulp. Stel je een man voor die met op deporessie gelijkende klachten naar een psychiater gaat, maar vertelt dat hij geen enkele reden heeft depressief te zijn. Geen negatieve gedachten, geen negatieve ervaring of herinnering. De psychiater heeft dan niets met hem te bespreken, maar zal gaan peuteren tot hij iets negatiefs vindt waarmee hij de klachten kan verklaren. Of hij moet het hebben over ‘neurofysiologische pech’: de man kent geen aanleiding tot zijn psychische klacht, er is opeens zomaar iets mis gegaan met de stofwisseling in zijn hersenen.

    ‘Je leven kut vinden’ is inderdaad iets anders dan geen zelfvertrouwen en/of eigenwaarde hebben, maar het is dan ook geen erg preciese uitspraak. Geen zelfvertrouwen en/of eigenwaarde hebben komt m.i. dichter in de buurt van ‘jezelf kut vinden’ en dat leidt dan tot je leven kut vinden. Een beetje therapeut zou Anna meteen het vuur aan de schenen leggen: ‘Je schrijft dat je geen eigenwaarde hebt en het leven nu kut vindt. Durf je te zeggen dat je jezelf nu kut vindt?’ Als ik een beetje speculeer op basis van wat zij over zichzelf schrijft, zou zij heel goed kunnen zeggen ‘Nee, dat vind ik niet.’
    ‘Dus je hebt wel eigenwaarde’, zegt de bijdehandte therapeut dan, ‘laten we hier volgende week over doorgaan. Gesprekstherapie is grotendeels een verbaal spel.

  25. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Anneke, ons steeds terugkerende ‘geschil’is niet dat jij de openbare, toegankelijke en toegepaste psychiatrische kennis belangrijk vindt en ik het verborgene in de psychiatrie. Ik sta kritisch tegenover de psychiatrische ‘kennis’.
    Er is wel kennis mogelijk over de psychiatrie (visies, behandelmethoden en dergelijke) maar de psychiatrische visie zelf is niet gebaseerd op feiten. Er zijn slechts hypothesen. Ik vervang dat gebrek niet door ‘het verborgene’, integendeel, ik probeer te komen tot een zuiverder beschrijving van de verschijnselen. Op verkeerde beschrijvingen volgen verkeerde visies, de psychiatrie is ook in staat geheel aan de verschijnselen voorbij gaan. Er heerst nergens zoveel pretentie als binnen de psychiatrie.

    Jij schrijft: ‘(…) verwerkingsprocessen lopen globaal via dezelfde stappen. Het is niet erg moeilijk om in te schatten waar Anna nu staat in dat proces.’,
    Er is geen schema of stappenplan voor de verwerking van een negatieve gebeurtenis. Kübler-Ross is al een tijdje uit de tijd. Stellen dat het wel zo is, is de patiënt in een behandelkeurslijf wurmen. Verwerking is een individueel proces dat samenhangt met hoe iemand de gebeurtenis waardeert. Ik heb vrouwen gekend die hun schouders ophaalden over verkrachting. Het is niet aan een therapeut om dan te zeggen ‘dat kan niet, het moet je hebben geraakt, ergens in jou zit verdriet of woede.’ De verwachting van de therapeut bepaalt de ervaring van de patiënt niet.

    Jij schrijft: ‘Anna gaat goed vind ik. Ik wil niet dat jij weet hoe dat in elkaar steekt daarom schrijf ik hier niet op waarom ze goed bezig is.’
    Ik weet nooit hoe het bij een ander ‘in elkaar steekt’, hoe het komt dat het met hem of haar goed gaat. Maar dat weet niemand van een ander, niemand heeft een inkijkje in de psyche van een ander. Het is een ‘black box’ (Skinner), je kunt weten wat er in gaat en wat er uit komt, maar wat zich in de tussentijd afspeelt, weet je nooit. Je weet slechts wat de ander over zichzelf zegt, over hoe hij/zij zich voelt en hoe dat zo gekomen is. Dat mag je niet beschouwen als een inkijkje in de psyche, dat is ook slechts wat uit de ‘black box’ komt. Als je van de patiënt zelf nooit als feit kunt weten hoe het in elkaar steekt, waar haal jij dan de pretentie vandaan dat je het van Anna weet?

    Een behandelaar weet zelfs nooit of zijn inzet echt heeft geholpen. Een geslaagde behandeling wordt afgesloten met een uitspraak van de patiënt: ‘ik voel mij goed/beter nu, ik kan zonder behandeling verder’. De behandelaar weet nooit of dat waar is, hij moet zich er dan bij neerleggen dat de patiënt het laatste woord heeft. Niet meer dan dat: het laatste woord, de zeggenschap om naar eigen inzicht de behandeling te beëindigen. Alleen bij een dwangopname kan de psychiater zijn pretentie werkelijk omzetten in daden. Dan kan hij zeggen: ik geloof helemaal niet dat het goed met je gaat en daarom blijf je nog een tijdje hier, achter gesloten deuren.’

    Veel therapeuten, psychiaters en psychologen hebben de pretentie het beter te weten dan de patiënt. Ze zeggen: ‘als jij het zelf zo goed weet, waarom kom je dan bij mij?’ Ze onderkennen dan te weinig dat zij willen praten over aspecten van het probleem, of vermeende oorzaken, waar de patiënt geen boodschap aan heeft. In het ergste geval, als de patiënt zich niet voegt naar de visie van de psychiater die toevallig tegenover hem zit, zegt de psychiater dat de patiënt zich onbehandelbaar opstelt. Hij steekt zelden de hand in eigen boezen, hij verwijst zelden door naar een collega die met een andere visie misschien beter met de patiënt uit de voeten kan.
    Jij doet hetzelfde in jouw reacties. Als Anna het niet met jou eens is, dan komt dat omdat zij er nog niet aan toe is.

    Ik beoordeel niet of een ander ‘goed bezig’ is. De therapeut gist niet naar het proces, maar laat de ander vertellen of hij/zij zelf vindt dat wat hij/zij doet het gewenste resultaat heeft. Hij kan de vraag stellen ‘waarom denk jij dat dit wel werkt en waarom dat niet werkte? Hij kan ook tegenstellingen benoemen die hij eventueel denkt waar te nemen: ‘je zegt dat je je goed voelt, maar ik vind je er verdrietig uitzien.’ De antwoorden en reacties neemt hij ‘face value’, hij kanze geen waarheidsgehalte geven, hij kan op zijn best een intuïtief vertrouwen of wantrouwen hebben.

    Het compliment ‘je bent goed bezig’ geven cliënten van de GGz overigens elkaar ook vaak, vooral met een ironische of cynische ondertoon. Iemand met anorexia smeert een iets dikker laagje boter op brood, ‘je bent goed bezig’, zegt een tafelgenoot, en iedereen aan tafel grinnikt.

  26. Anneke Achttien on zaterdag 30, 2010

    @Alf Ik blijf bij mijn standpunt dat jij je redeneringen opbouwt vanuit denkfouten over wetenschap en psychiatrie. Daardoor is de psychiatrie voor jou een blackbox. Je hebt niet genoeg kennis anders zou e.e.a voor jou net zo transparant zijn als voor mij.

  27. Anna on zaterdag 30, 2010

    Tip: Google eens op de naam Alf Berendse. Kom je daarna even terug om je te verontschuldigen voor je arrogante houding? Bedankt.

  28. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Anneke, kom nu eens met argumenten. De psychiatrie is voor mij geen ‘black box’, de psyche van een ander is voor iedereen een black box. Maar leg mij dan mijn denkfouten uit, die moeite doe ik ook als ik op jou reageer.

  29. esther on zaterdag 30, 2010

    Heb Alf Berendse gegoogled en ben onder de indruk.. al helemaal van het feit dat hij met engelengeduld nog steeds de discussie aan gaat met AnnekeAchttien..
    Ik zeg: Alf Berendse een vaste column op DeJaap!

  30. esther on zaterdag 30, 2010

    Konden we AnnekeAchttien maar eens googlen om te zien waar zij toch al die vermeende expertise vandaan haalt. Daar ben ik erg benieuwd naar.

  31. Bert Brussen on zaterdag 30, 2010

    Tsja, het zijn natuurlijk altijd de anoniemen met de grootste bek. Respect dus voor Alf Berendse, niet voor Anneke18.

  32. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Wat een bijval, en respect van Bert Brussen zelfs (elders hebben hij en ik pogingen gedaan elkaar onderuit te halen). Maar ja, ik ben ontstellend narcistisch en ook positieve reacties gaan langs mij heen. Excuses, het is sterker dan ik ben. Morgen kleed ik mij in jute, wentel ik in stof, strooi ik as op mijn hoofd en gesel ik de rug die weigert te buigen voor AA’s superioriteit.

  33. Anneke Achttien on zaterdag 30, 2010

    @Alf. Denkfout : In de psychiatrie is “de psyche” helemaal geen onderwerp.

  34. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Anneke, dat is weer slechts een stelling, onderbouwing en argumenten ontbreken. Lekker makkelijk weer om mij zo een denkfout te verwijten.

    De psyche is de geestelijke gesteldheid van een persoon, een deel van het bewustzijn; mentale staat is een synoniem. In de VS heeft men het over ‘mental disorders’, in Nederland over ‘psychische stoornissen’. De psychiatrische ‘ziektenleer’ heet psychopathologie, ziekten van de psyche. Geestelijke gezondheid (denk aan de brancheorganisatie Geestelijke Gezondheidszorg Nederland) is een synoniem van psychische gezondheid, in het Engels ‘mental health’.

    De psyche is een samenspel van hoe iemand zichzelf ervaart (met name hoe iemand over zichzelf denkt), en van stemmingen en gevoelens, en cognities zoals waarneming, gewaarwording en betekenisgeving, en de zelfcontrole over die aspecten. Volgens Van Dale: het geheel van veronderstelde innerlijke processen en verrichtingen dat een verklaring kan bieden voor gedrag.

    De psychiatrie houdt zich bezig met mensen die een klacht hebben over hoe zij zichzelf ervaren, of over hun stemmingen en emoties, die vreemde cognities hebben (hallucinaties en wanen) en/of bij een of meer van die aspecten een verlies van zelfcontrole ervaren.
    De klacht wordt primair meestal geformuleerd als ‘ik voel mij niet goed’ en in de verklaring ervoor komt altijd een vorm van controleverlies over een of meerdere aspecten van de psyche voor.

    Bij psychotherapie worden de problemen benaderd op basis van waarnemingen van gedrag en communicatie, en hypothesen over hoe de psyche deze beïnvloedt. Bij de biologische psychiatrie worden de problemen benaderd op basis van hypothesen over neurofysiologie, en de directe invloed van neurofysiologie op aspecten van de psyche.
    De definitie van psychiatrie is ‘een medisch specialisme dat zich bezighoudt met diagnose en behandeling van psychische ziektebeelden, c.q. geestesziekten, c.q. mentale stoornissen’.

    In niet-pathologische zin is de psyche nauw verwant aan identiteit (een vorm van beleving van het zelf), hoe deze is ‘gestructureerd’, wat de aspecten ervan zijn en wat de relaties tussen die aspecten zijn. Freud verdeelde de psyche in ‘Es, Ich + Über-Ich’, een theorie waar men in Nederland weinig waarde aan hecht. In de Nederlandse psychiatrie houdt men zich meer aan cognitie en affect als belangrijkste aspecten van de psyche. Eventueel voegt men er gedrag aan toe, dat is echter geen aspect van de psyche maar een uiting ervan. Wel kom je daarmee uit op de drie-eenheid denken, voelen en gedrag, waar elke psychiatrische behandeling zich op richt. Psyche dus, en gedrag.

    Maar goed, wat is volgens jou dan het onderwerp van de psychiatrie en waarom heeft de psyche daar niets mee te maken?

  35. Elin on zaterdag 30, 2010

    Zo, dit is een erg lange thread geworden.

    @Alf: “Is er actie denkbaar die invloed heeft op de neurofysiologie die naar men aanneemt verband houdt met het voelen?” & “Hoe je je bij iets voelt, de eigen ‘gebruikelijke’ emoties en stemmingen, reacties op gebeurtenissen, wordt ingegeven door hoe je de gebeurtenis waardeert. Dat is individueel, daarom lacht of huilt niet iedereen bij dezelfde gebeurtenis.”

    Hier zou ik echt wat langer over moeten nadenken. Wat het eerste (de “oplossing”), als wel wat het laatste betreft (of ik het daar mee eens ben). Ik weet het eigenlijk nog niet precies, hoe ik hier exact over denk (relatie denken/voelen/actie & individualiteit), buiten wat ik al gezegd heb. Dus, ik zal helaas geen antwoord kunnen geven op je bericht.

    Dat stoornissen een grijs gebied zijn etc, daar was ik al van overtuigd.

    Dit vind ik trouwens wel interessant: http://www.nici.ru.nl/cgi-brain/index.cgi?page=pressrel;lang=nl
    Hiermee probeert men ook wel de gevoelens en “wanen” van mensen te veranderen, door ze het betreffende hersengebied (wat voor die gevoelens/”wanen” zorgt) te leren manipuleren. Eerst wordt bepaald welk gebied dat is. Vervolgens moeten mensen bijv. een spelletje pong spelen tegen de computer. Het pong batje gaat dan bijv. omhoog of omlaag als je de golven in dat gebied resp. onderdrukt of niet. Zo leren mensen bepaalde hersenactiviteiten die eerder onbewust of automatisch waren, te beheersen. Heeft al psychoses bij mensen verminderd. Voor gevoelens, zeker bij anorexia, lijkt het me echter moeilijker, of slechter, toepasbaar.

  36. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Mijn belangrijkste punt is dat gedrag gevoelens, met name stemmingen, slechts op korte termijn verandert. Wie depressief is, kan gaan schoonmaken of hardlopen en zal zich dan wat beter voelen. Maar als de depressie stevig is, zal deze niet lang na de activiteit terugkeren. Belangrijk voor het effect van actie is het onderscheid tussen emoties en stemmingen.

    Emoties zijn kortstondige reacties op gebeurtenissen, pieken in het gevoel die je op veel manieren kunt temperen, onderdrukken; je kunt jezelf ervan afleiden, je kunt jezelf ervan verlossen door een andere emotie ‘aan te gaan’. Emoties hebben hun eigen (neuro)fysiologie en je kunt iets gaan doen met een (neuro)fysiologische uitwerking die niet samengaat met die van de emotie. Een voorbeeld: je kunt niet zingen en tegelijkertijd bang zijn.

    Stemmingen zijn hardnekkiger, gemoedsaandoeningen van langere duur (al is het maar een uur), gelijkmatiger en meer verbonden aan iemands psychische staat, ook aan hoe iemand zichzelf ziet. De stemming die ieder mens waarschijnlijk altijd wil, is er een van vreugde (dat is wat concreter dan ‘ik wil me gelukkig voelen’). Negatieve emoties verpesten dit in eerste instantie tijdelijk, maar ze kunnen omslaan in een stemming als er niet goed mee wordt omgegaan (wat weer in het denken zit). De emotie verdriet kan bijvoorbeeld omslaan in de stemming depressie.

    Stemmingen en specifieke emoties gaan ook niet altijd samen: je kunt niet depressief en tegelijkertijd kwaad zijn, het lichaam staat dat niet toe. Van een aanhoudende depressie kun je je dus bevrijden door kwaad te blijven. Maar ja, hou dat maar vol en prettig voel je je er ook niet bij.

    Van kortstondige hersenmanipulatie verwacht ik ook slechts kortstondig resultaat en dus een betere uitwerking op emoties dan op stemmingen. Men experimenteert er al decennia mee, en de bekendste vorm, de elektroshock, heeft ook niet meer dan een tijdelijk stemmingsverbeterend effect. Een hersenmanipulatie met langdurig effect was de lobotomie, een opzettelijke ernstige beschadiging van de hersenen met het effect van een paardenmiddel.

    Maar een beter gestuurde, verfijjndere elektrische manipulatie van de hersenen kan vast wel psychische klachten verminderen. Vooralsnog neemt men aan dat beïnvloeding van de prikkeloverdracht tussen hersencellen werkt. Daarvoor zet men nu medicijnen in die zorgen voor meer of minder neurotransmitters die de prikkels overbrengen. Je zou dat kunnen vervangen door een directe elektrische prikkeling van de cellen.

    De medicijnen genezen echter niet, na stoppen van medicatie keert de oude toestand terug (te weinig of teveel neurotransmitters). Bij elektrische prikkeling verwacht ik hetzelfde, als je ermee stopt nemen de prikkels weer af.

    Bij de medicatie tegen een stemming was dan ook het uitgangspunt dat het gebruik ervan tijdelijk is. Tijdens het gebruik voelt iemand zich beter en kan hij veranderingen in denken en/of leefstijl uitproberen, die hem voor langere tijd beter doen voelen, uiteindelijk ook zonder de medicatie. Lukt dat onvoldoende, dan blijft men medicijnen slikken (en dat komt misschien wel vaker voor dan tijdelijk gebruik). In het geval van elektrische prikkeling zou men bij een chronisch probleem dus levenslang van de techniek gebruik moeten maken: regelmatig een kleine shock, of wanneer het nodig is.

    Zowel bij medicijnen als elektrische prikkeling speelt nog een vraag, maar die kan proefondervindelijk worden onderzocht: in welk hersengebied moet de prikkeling worden beïnvloed? Is manipulatie van de cortex genoeg of moet men voor een goed effect afdalen naar de hypothalamus? Als de elektrische prikkeling heilzaam gaat zijn, dan zullen de wetenschappers nog lange tijd zeggen: ‘de patiënt zegt dat het helpt, hij voelt zich beter, maar wij weten eigenlijk niet waardoor’. Dat gaat nu ook op voor de medicijnen.

  37. Elin on zaterdag 30, 2010

    @Alf: ik begrijp en waardeer je bericht en zo, maar gezien je bericht voor een groot deel over medicijnen “vs.” elektrische stimulatie ging: wat betreft BCI (zie de link die ik gaf in mijn vorige post), gaat het helemaal niet om elektrische prikkeling, maar om mensen zelf te leren bepaalde hersengolven te onderdrukken m.b.v. feedback. Die feedback wordt wel gelezen m.b.v elektrische (of magnetische) elektroden maar die zenden dus niks uit.

  38. Anneke Achttien on zaterdag 30, 2010

    @Alf. De psyche is als begrip een filosofische constructie.

  39. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Elin, het artikel heeft het over BCI als analyseinstrument: hersenen koppelen aan een computer zodat te zien is welke hersengebieden actief zijn. Vervolgens kunnen bij problemen hersendelen worden gestimuleerd. Het artikel noemt daarbij wel directe electrische prikkeling als methode: “Geimplanteerde elektrodes kunnen niet alleen de natuurlijke activiteit van de hersenen detecteren maar ook rechtstreeks zenuwcellen prikkelen.”

    En ook bij neuro-feedback wordt na het electronisch meten van hersenactiviteit (een EEG) een electrode op het hoofd geplaatst om specifieke hersenactiviteit te stimuleren of te verminderen.
    Neuro-feedback baseert zich op ‘neural pathways’, de weg die een reeks zenuwprikkelingen aflegt door de hersenen. Door deze te ‘verleggen’, middels directe prikkeling, worden andere hersengebieden actief.

    Voorbeeld: bij peiling van een depressieve stemming van een persoon (middels een vragenlijst) is keer op keer dezelfde weg te zien op een EEG (afgenomen tijdens het invullen van de vragenlijst). Men gaat er dan vanuit dat de prikkelingen niet in staat zijn een andere weg te volgen; depressie en route lijken onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Men noemt dit ook wel de neurale reflex: op specifieke cognitieve input volgt in de hersenen een vaste weg van zenuwprikkelingen. Door herhaalde directe stimulering van andere hersengebieden probeert men, bij wijze van spreken, een andere weg vrij te maken voor de zenuwprikkelingen.

    Tijdens de electrische prikkeling krijgt de patiënt ook cognitieve prikkels (geluiden, beelden), er zou dan een relatie ontstaan tussen de nieuwe input en de nieuwe weg van de zenuwprikkelingen. Dit verschijnsel wordt operante conditionering genoemd. Denk aan boek en film ‘A Clockwork Orange’: de gewelddadige hoofdpersoon wordt gedwongen naar zeer gewelddadige films te kijken, terwijl hij zich tegelijkertijd middels hersenprikkeling zwak, ziek en misselijk voelt. Het idee daarachter is dat hij voor altijd geweld zal associëren met onaangename sensaties en aldus niet meer gewelddadig zal zijn.

    Neuro-feedback is de electronische variant van het hondje van Pavlov.

  40. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Anneke Achttien, natuurlijk is de psyche een filosofische constructie, het is een abstract concept. Maar de betekenis die aan het woord psyche wordt gegeven omvat verschijnselen zoals ik die heb genoemd, en de psychiatrie houdt zich met die verschijnselen bezig.

    Ik herhaal mijn vraag, waar houdt de psychiatrie zich volgens jou dan mee bezig, met welke verschijnselen, en waarom mag het woord psyche niet voor die verschijnselen worden gebruikt?

  41. [...] The Ana-files. Lees hier deel 10 van The Ana-files. Lees hier deel 11 van The Ana-files. Lees hier deel 12 van The Ana-files. 0 [...]

  42. Elin on zaterdag 30, 2010

    Alf, wat neuro-feedback betreft (althans als bij BCO toegepast) klopt je verhaal niet.
    Volgens mij heb jij het gewoon over elektrische stimulatie zoals veelal vroeger toegepast, maar dat is het dus niet.

    Op die site staat o.a.: “In Brain Computer Interfacing (BCI) wordt een rechtstreekse verbinding tussen computer en hersenen gemaakt waarbij de gebruiker met gedachten een computer aanstuurt, OF de computer de hersenen stimuleert”.
    Waar ik naar verwees, was de hersens->computer BCI, niet de computer->hersens BCI.

    Bijv. wat betreft mensen met wanen werd hen door de hersen->computer BCI geleerd zelf bepaalde golven in een gebied (wat voor de wanen zorgde) te onderdrukken.
    Op een gegeven moment konden ze dat zelfstandig doen OF gebeurt het automatisch.
    Hierbij gaat het voor zover ik weet ook niet om de neurale banen, dat is moeilijk te beheersen, maar om activiteit op een of twee hersengebieden.

    Het gaat tijdens het leerproces in zekere zin om operante conditionering in de betekenis dat de patient bijv. het spelletje pong verliest als hijzelf een bepaalde golf niet onderdrukt/versterkt.
    Dit is echter niet hetzelfde als de klassieke (Pavlov) conditionering zoals in a Clockwork Orange waarbij associatief wordt gewerkt, waarbij je een CS, UCS en reflex hebt.

    Het gaat overigens ook niet altijd om operante conditionering: niet noodzakelijk leert men mensen bepaalde golven in een bepaald gebied automatisch te onderdrukken. Het kan ook zijn, dat ze mensen leren DAT en HOE ze die kunnen onderdrukken.

    Computer->hersen BCI (“sensory input” BCI) wordt voor zover ik weet enkel en alleen ingezet bij het stimuleren van de zenuwen/neurale gebieden betreffende het gehoor en visie bij resp. auditief en visueel gehandicapte mensen. Hier gaat het dus om iets heel anders ( heeft een ander, niet-psychiatrisch doel).

    Zie verder ook http://computer.howstuffworks.com/brain-computer-interface.htm

  43. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Elin, dank voor je reactie, zo denk ik nog eens ergens over na. We moeten maar hopen dat Anna het niet erg vindt dat we nogal off topic zijn.

    Voor zover ik weet bestaan er niet twee vormen van neuro-feedback, een met electrische prikkeling, en een zonder.
    Het artikel gaat ook over het mogelijke tweerichtingsverkeer met BCI en ik ging meer in op het rechtstreeks prikkelen van hersendelen. Dat wordt dan overigens, voor zover ik heb begrepen, niet door de computer zelf gedaan, die toont slechts het resultaat. Er wordt gewerkt met electroden voor de meting en andere electroden voor de prikkeling. Ik las ergens op het www dat een apparaatje dat zelf tweerichtingsverkeer aankan, wel in de maak is. Of er zelfs al is. Zo’n apparaatje hoeft er niet te komen als het niet ook zou gaan om electrische prikkeling van hersendelen.

    Iemand in een waan ziet op het scherm bepaalde hersenactiviteit. Dan onderdrukt hij zijn waan en ziet hij andere hersenactiviteit. Maar hoe onderdrukt hij zijn wanen? Dat kan door mentale actie, maar theoretisch ook door electrische prikkeling van hersendelen. Als het alleen mentale actie is, voegt het niets toe aan wat de persoon met wanen al kan of juist niet kan. Een stevige waan verdwijnt niet, lijkt mij, door een spelletje pong, ook niet als iemand daarbij op een computerscherm andere hersengebieden ziet oplichten. De patiënt zal dat eerder in zijn waan betrekken. Uit het artikel maakte ik ook op dat wel gaat worden geëxperimenteerd met het electrisch stimuleren van hersendelen voor een psychisch effect.

    Ik beschouw operante conditionering en klassieke conditionering als varianten; het is anders maar toch hetzelfde. Bij klassieke conditionering zijn er drie stappen: aandachttrekker (belletje), stimulus (UCS, eten), respons in gedrag (kwijlen). Na geslaagde conditionering is de aandachttrekker voldoende voor de respons. Bij operante conditionering zijn er twee stappen en is de volgorde anders: gedrag gevolgd door bekrachtiger of bestraffer. De bekrachtiger of bestraffer bij operante conditionering werkt als de UCS bij klassieke conditionering. En, ik kan het mis hebben, in A Clockwork Orang gaat het toch om operante conditionering?, een bestraffer volgend op gedrag. Het gedrag tijdens de conditionering was het (met plezier) kijken naar geweld.

  44. Anna on zaterdag 30, 2010

    Anna vindt het niet erg. Maar: nieuwe aflevering mensen! Discussieer daar gerust verder

  45. Elin on zaterdag 30, 2010

    @Anna: ik blijf toch even in deze thread voor dit laatste bericht omat het dan beter aansluit.

    @Alf:
    (ik ben ziek dus excuseer me alvast voor evt. slechte structuur)

    In Clockwork Orange gaat het om klassieke conditionering, omdat de UCS gekoppeld wordt aan een CS. De CS was daarbij bijv. een blote mevrouw of beelden van geweld (als ik me de film goed herinner). De UCS was dan braakmiddel, of een schok of zo iets. Dit werd telkens gepaard. Door deze associatie, kreeg die man op een gegeven moment bijv. braakneigingen als hij een blote vrouw zag.
    Ik geloof dat één verschil tussen klassieke en operante conditionering is dat de bestraffing (kan ook belonig zijn), de UCS, bij klassieke conditionering ALTIJD iets primair biologisch is, zoals een schok (reden dat de naam UCS wort gebruikt). Bij operante conitonering, niet altijd.
    Ook gaat het bij operante conditionering, itt klassieke conditionering, niet om het aanleren van associaties, d.w.z. niet om het aanleren van reflexmatig reageren op één bepaalde stimulus.

    Maar dit terzijde.

    Het kan idd best dat bij sommige BCI/neurofeedback praktijken ook stimulatie een integraal onderdeel is, bij het leren van iets.
    Ik zou het zelf dan niet zo snel “neurofeedback” noemen omdat het feedback-element dan veel minder belangrijk wordt, in het proces, voor de patient zelf.
    Ik heb zelf een cursus over BCI gehad, en daar ging het dus alleen maar over BCI/neurofeedback los van elektrische prikkeling.
    (Tenzij dus bij hele primaire dingen als een kapotte cochlea terwijl de gehoorzenuw het nog wel deed. Dan zorgen ze voor een apparaat dat die zenuw stimuleert, maar da’s dus niet echt een “brain”-interface.)
    Ik vraag me dan ook af waarvoor zo’n tweerichtingsverkeerapparaatje waar jij het over hebt voor gebruikt gaat worden?

    Wel kan zijn, dat ze soms die prikkeling gebruiken om in het begin bij elke patient het gebied in kwestie te isoleren. Zo van “voel je nu ? Ja? Ok dan is dit het gebied”. Vaak weet men al ongeveer het gebied vanwege informatie uit de neurologie natuurlijk.
    Overigens, BCI (de niet-elektrisch-stimulerende variant) wordt vooral gebruikt om verlamden robotarmen te laten (proberen) te bedienen, of ernstig verlamden te leren met hun ogen een cursor te besturen, maar dus ook wel bij schizofrenen is er mee gewerkt.

    “Dat kan door mentale actie, maar theoretisch ook door electrische prikkeling van hersendelen. Als het alleen mentale actie is, voegt het niets toe aan wat de persoon met wanen al kan of juist niet kan. Een stevige waan verdwijnt niet, lijkt mij, door een spelletje pong, ook niet als iemand daarbij op een computerscherm andere hersengebieden ziet oplichten. ”

    Mij werd verteld van wel. Ten eerste omdat die patienten zoiets hebben van “Hey, ik kan de stemmen ZELF laten stoppen” -> besef dat stemmen toch werkelijk alleen maar in z’n hoofd zijn, en besef van macht over het eigen denken. Ten tweede omdat, als je zoiets herhaaldelijk doet, je het gebied bewust leert uit te schakelen. Als jij een tijdlang serieus zo’n spelletje speelt waarbij het “aan- en uitzetten” van het betreffende gebied voor je overwinning of verlies zorgt, zul je dat gebied langzaamaan steeds preciezer en bewuster kunnen beheersen (“aan- of uitzetten”).
    (Overigens zien ze niet zozeer hun hersengebieden op het scherm, maar vaak dus idd een cursor of element in een spelletje dat beweegt afh. van hun hersenactiviteit in een bepaald gebied.)
    Zo’n effect beklijft trouwens niet voor eeuwig.
    En het kan best zo zijn dat deze methode bij sterke wanen niet goed genoeg is – ethische bezwaren kunnen hier ook meespelen, bijv. als je het gebied alleen blijkt te kunnen isoleren door proberen de wanen eerst op te wekken…

    Om even op anorexia terug te komen. Ik denk dat dat wel te ingewikkeld is om nu zo behandeld te worden. Stel je sluit een anorexiapatient aan op een EEG. En dan wil je weten, welk gebied zo ongeveer voor de problemen zorgt. Vervolgens laat je taartjes en chocola zien en kijk je waar de walgreactie opkomt? Of zoek je naar de “omg ik ben te dik”-reactie? Het isoleren van zo’n gebied lijkt me hierbij erg vaag, maar mss dat er nog wel onderzoek naar wordt gedaan, ooit.

  46. Alf Berendse on zaterdag 30, 2010

    Elin, van neurofeedback heb ik inderdaad niet veel begrepen, blijkt na herlezen van e.e.a. De elektrode op het hoofd is niet om te prikkelen maar voor verdere meting. Als men door het EEG het gewenste hersengebied heeft gelokaliseerd is één elektrode genoeg om de hersenactiviteit in dat gebied te meten. Begrijp ik dat goed?
    Het tweerichtingenapparaat wordt gebruikt bij LENS (Low Energy Neurofeedback System). Ik durf er niets meer over te schrijven, voor ik mij er veel meer in verdiep.

    Wat ik schreef behoud ik dan maar als ‘wishfull thinking’: lokaliseer eerst het gebied waar het probleem zit, en dan een gebied dat na elektrische prikkeling het probleemgebied ‘overstemt’ of neutraliseert. En dan een apparaatje voor een ‘minishock’ die de patiënt zichzelf kan geven. Bij aanhoudende depressie regelmatig op de knop drukken om keihard te gaan lachen.

    Over wanen en stemmen horen. Ik schreef iets over BCI/neurofeedback bij een waan, jij bij het horen van stemmen. Dat zijn twee verschillende verschijnselen. Het horen van stemmen is geen waan maar een hallucinatie, een verstoorde waarneming. Hallucinaties kunnen samenvallen met wanen, maar zich ook los daarvan voordoen. In het laatste geval is de patiënt goed aanspreekbaar en kan hij ook coherent over de hallucinatie praten. Ik sprak eens iemand die stemmen hoorde en dat niet erg vond. Hij vond het wel vervelend dat de stemmen hem bekend voorkwamen maar hij niet op namen kon komen. Een paar uur later kwam hij blij naar me toe, één naam was in hem opgekomen: Clint Eastwood. Hallucinaties zijn, voor zover ik weet, goed te lokaliseren in de hersenen (overmatige prikkeling van gebieden die bij waarnemen betrokken zijn) en dan kan neurofeedback er wat mee.

    Bij een waan gaat het niet mis met de waarneming maar met betekenisgeving, met het denken. Een waan kan zich koppelen aan correcte waarnemingen: iemand ziet een rood verkeersbord zoals iedereen maar concludeert dat de communisten de macht hebben gegrepen. Een waan kan ook helemaal los staan van waarneming en slechts betrekking hebben op ervaring van het zelf. En er zijn nog andere vormen van wanen. Hoe dan ook, in de meeste gevallen wordt in een waan heel veel betrokken: iemand in een paranoïde waan heeft het niet alleen over de CIA die achter hem aanzit maar bijvoorbeeld ook over vergiftigde koffie die de instelling hem voorzet. Vandaar dat ik schreef dat bij iemand in een waan het risico groot is dat hij het spelletje pong en de electrode op zijn hoofd zal betrekken in zijn waan.

    Bij klassieke conditionering gaat het m.i. niet om bestraffing of beloning als reactie op gedrag maar om het veranderen van een reflex. Het hondje van Pavlov kwijlde bij het zien van het voedsel, maar gaat na de conditionering al kwijlen bij het belletje dat een tijdlang aan het voedsel vooraf ging. Aan het kwijlen is niets veranderd. Bij operante conditionering gaat het om het aanleren van (nieuw) gedrag: op gewenst gedrag volgt een beloning en/of op ongewenst gedrag volgt een bestraffer. Vandaar dat ik de methode in A Clockwork Orange operante conditionering noem.

    Over anorexia en een BCI/neurofeedback behandeling. Als je je richt op het emotionele en/of cognitieve aspect van anorexia (afkeer voelen bij het zien van taart, denken ‘ik ben te dik’) zal het inderdaad moeilijk zijn een specifiek hersengebied te lokaliseren, het zal verstopt zijn in de grotere gebieden voelen en denken en misschien niet te onderscheiden van ander voelen en denken. Maar je kunt je richten op het somatische aspect, het honger- en verzadigingsmechanisme dat in de hypothalamius kan worden gelokaliseerd; neurofeedback kan zich dan richten op de reacties op honger.
    Een speculatie tot slot: door directe prikkeling het hongergevoel vergroten zodat de patiënt de strijd met de honger verliest, zal niet werken. Waarschijnlijk verander je daarmee anorecten in boulimiapatiënten: toegeven aan de grote honger, maar daarna gaan purgeren om het resultaat ongedaan te maken.

  47. [...] The Ana-files. Lees hier deel 10 van The Ana-files. Lees hier deel 11 van The Ana-files. Lees hier deel 12 van The Ana-files. Lees hier deel 13 van The Ana-files. Lees hier deel 14 van The Ana-files. [...]