niet progressief of op andere wijze van zijn eigen moraal overtuigd
vrijdag 30 juli 2010

Donatie

Ja, Jaap is mijn vriend!

Feuilleton: The Ana-files (14)

Na mijn eerste kennismaking met de groepstherapie kost het me een week later al mijn zelfdiscipline om wederom op de metro te stappen. Hoewel ik heb besloten om de groep minimaal drie sessies de kans te geven, vind ik het eigenlijk nog steeds zonde van mijn tijd. Bovendien is mijn persoonlijke weekdoel – elke ochtend een boterham – grandioos mislukt en zie ik er nogal tegenop me daar straks en plein public over te verantwoorden. En ik heb honger. Want het is bijna twee uur ’s middags. En ik heb de hele dag nog niets gegeten. Omdat ik straks op de weegschaal moet.

Vijand
Tot overmaat van ramp is de weegkamer als ik aankom in de kliniek bezet. Door iemand die kennelijk ook nogal moeite heeft de waarheid onder ogen te zien. Als ik na vijf minuten nog steeds voor de deur sta te wachten, komt de diëtist vragen of ik niet beter in de pauze kan wegen. Maar dat wil ik niet. Want ik heb dorst. En no way dat ik iets ga drinken voordat ik op die weegschaal heb gestaan. Wanneer de deur na wat voelt als een eeuwigheid eindelijk opengaat, sprint ik naar binnen, gooi schoenen en jas in de hoek en ga de confrontatie aan met de vijand. De uitslag: een halve kilo erbij. Winst voor de weegschaal deze week.

Zoals ik al gevreesd had, begint de therapie vervolgens met een evaluatie van de doelen voor de afgelopen week. Al snel blijkt dat ik beslist niet de enige ben die de afgelopen dagen jammerlijk heeft gefaald. Meer dan de helft van de groep is er niet in geslaagd zich aan de afspraken te houden. Nadat de anderen uitgebreid hun strubbelingen met de eetlijst en hun gewicht uit de doeken hebben gedaan, ben ik aan de beurt. Tien paar ogen kijken me vol verwachting aan. ‘Het is niet zo goed gegaan,’ begin ik een beetje hakkelend. ‘Door de week lukt het me meestal wel om ’s ochtends een boterham naar binnen te krijgen, maar het weekend is een heel ander verhaal. Dan hoef ik niet te presteren. En begint het grote testen. Kan ik nog net zo lang zonder voedsel als een jaar geleden? Op welk moment wordt de honger zo ondraaglijk dat ik niets anders kan doen dan iets eten?’

Feest
‘En ik ben gewoon zo kwaad’, hoor ik mezelf dan plotseling zeggen. ‘Omdat ik het allemaal zo moeilijk vind. Veel moeilijker dan ik ooit had gedacht. Veel moeilijker dan ik eigenlijk momenteel aankan. En ik ben bang. Omdat het feit dat ik inmiddels heus wel snap dat ik aan moet komen, niet betekent dat ik ook aan wil komen. Want de waarheid is dat ik die extra kilo’s doodeng vind. Omdat ik het gevoel heb dat ik met elke extra ons die de weegschaal aangeeft een stukje van mijn identiteit kwijt raak. Ik ben altijd ‘dat extreem dunne meisje’ geweest; de spaghettisliert, magere lat, lange lijs. En als ik dat niet meer ben, wie of wat ben ik dan wel?’

Mijn vraag blijft even in de lucht hangen. Aan de overkant van de kring knikt een van de anderen me begrijpend toe. Ze huilt. Ik ook, merk ik nu. Iemand geeft me een zakdoekje. Terwijl ik in mijn ogen wrijf, probeer ik mezelf weer onder controle te krijgen, maar de tranen blijven over mijn wangen rollen.

De rest van de sessie is een feest van herkenning. Mijn demonen en strubbelingen blijken helemaal niet zo vreemd: meerdere mensen in de groep worstelen met exact hetzelfde. En voor het eerst geeft die gedachte me troost. Want hoe belangrijk ik het ook vind om uniek en bijzonder te zijn, het is toch prettig te weten dat ik in ieder geval niet de enige gek ben in een wereld vol doodnormale mensen.

Lees hier deel 1 van The Ana-files.
Lees hier deel 2 van The Ana-files.
Lees hier deel 3 van The Ana-files.
Lees hier deel 4 van The Ana-files.
Lees hier deel 5 van The Ana-files.
Lees hier deel 6 van The Ana-files.
Lees hier deel 7 van The Ana-files.
Lees hier deel 8 van The Ana-files.
Lees hier deel 9 van The Ana-files.
Lees hier deel 10 van The Ana-files.
Lees hier deel 11 van The Ana-files.

Lees hier deel 12 van The Ana-files.
Lees hier deel 13 van The Ana-files.



Reacties

14 reacties op “Feuilleton: The Ana-files (14)”

  1. Gerrie S. Veters zegt:

    - Edit: ja. Succes met bijlezen dus. -

  2. Rob zegt:

    Interessant om te lezen dat de ziekte (of het ziek-zijn) ook bij anorexia onderdeel wordt van de identiteit kan zijn. Je ziet ook bij andere chronische aandoeningen dat de patiënt om die reden niet beter durft te worden, of zich in ieder geval niet zo durft te gedragen. Bedankt voor dit specifieke inkijkje.

    Kijk wederom uit naar het volgende deel.

  3. Rob zegt:

    ^ Niet helemaal lekker genederlandst zie ik. “wordt” mag eruit in de eerste regel.

  4. Bart Nijman zegt:

    Veertien afleveringen, één doorbraak. Hulde.

  5. J.T. zegt:

    Anna; Welke rol denk je dat je inneemt in deze (therapie-)groep? Zitten in deze groep ook jonge meiden of zijn het allemaal vrouwen van ongeveer jouw eigen leeftijd?

  6. Anna zegt:

    Rob & Bart: thanks

    J.T.: De ABN-groep wordt op leeftijd ingedeeld: dit is de 25+-groep, de jongste is geloof ik 26, de oudste 37. Over welke rol ik specifiek inneem, ben ik momenteel druk aan het nadenken: zie de volgende afleveringen voor de conclusie (excuus voor de cliffhanger, ik vind het een beetje zonde om al m’n kruit in de comments te verschieten.. ;)

  7. Alf Berendse zegt:

    Anna, een mooie aflevering weer. Kennen behandelaars en medecliënten jouw feuilleton, lezen ze mee?
    Nu ga ik iets ‘therapeutisch’schrijven, maar lees het dit s.v.p. als theorie, met mijzelf en jou als casussen.

    Je verheft aspecten van anorexia (ondergewicht, mager lichaam) tot kenmerken van jouw identiteit. Dat heb ik jarenlang gedaan met (aspecten van) ‘depressie’. Dat woord gebruik ik voor het gemak, het is een vlag die vele ladingen dekt. In 38 jaar, vanaf mijn elfde, veel uiteenlopende behandelingen en ik gebruik nog een antidepressivum.

    Scherpe kanten verdwenen bijna zes jaar geleden toen ik het hele idee identiteit losliet. De gedachte dat ik ‘iemand’ moet zijn en hoe ik moet zijn. Ik dwong mijzelf niet langer coherent te zijn en liet mijn eigen verhaal los. Ik zei niet langer: “Zo ben ik nu eenmaal.” Ik bedacht mij, na een suggestie van een psycholoog, dat ik mijn gedachten niet ben, mijn gevoelens niet, en mijn gedrag ook niet. Ik ben mijn stemming, mijn depressie niet. Ik hou mij niet meer bezig met wat ‘eigen’ aan mij is, en daardoor is geen enkele verandering van denken, voelen of gedrag wezensvreemd. Ik neem niet alleen anderen en gebeurtenissen, maar ook mijzelf ‘face value’. Althans, dat is het ideaal, een zenachtige onthechting van mijzelf; ik ben er nog niet helemaal.
    Lijkt wat op ‘Mindfulness’ ook, waarover je in deel 7 schreef.

    Nu denk ik dat identiteit vooral een rol speelt in de omgang met anderen, het maakt het makkelijker je plaats en houding te bepalen, het is de basis van gedrag en uitingen. Ik heb het voordeel dat ik geen enkele noodzakelijke en/of ongewenste omgang met anderen heb. Ik werk bijvoorbeeld niet, ik hoef tegenover niemand iets op te houden of te bewijzen. Ik hoef ook anderen geen ‘ik’ te presenteren.

    Bij psychoanalyse (in welke vorm dan ook), bij het zoeken naar psychische achtergronden van een ‘kwaal’, wordt ontstaan en ontwikkeling van de kwaal in verband gebracht met ‘het verhaal’ van de cliënt. Jij schreef in deel 6 dat je jouw levensverhaal had opgeschreven, ontdaan van alle leuke gebeurtenissen. Daarmee construeer je een ‘verklarend’ verhaal, een verhaal dat past bij actuele problemen. Daar is niets mis mee, bij een psychoanalytische benadering is het verhaal van groot belang, ook al is het niet compleet. Als je problemen koppelt aan het verhaal en je kunt afstand nemen van het verhaal (‘ik ben mijn verhaal niet, mijn geschiedenis niet’), kun je ook makkelijker afstand nemen van je problemen. Ze nemen in intensiteit af, ze verliezen hun ‘biografische meerwaarde’ en zijn alleen nog ervaringen in het hier en nu.

    Het werkt hetzelfde als je problemen koppelt aan identiteit (‘zo ben ik nu eenmaal’). Daarmee geef je problemen een meerwaarde die ze niet verdienen. Je kunt dan moeizaam proberen de problemen in het hier en nu te beëindigen of te verkleinen, maar daartegen protesteert je identiteit. Afstand nemen van je identiteit kan dan helpen, is mijn ervaring.

    En vaardigheden of mogelijkheden die je wilt behouden omdat ze positeve kenmerken van je identiteit zijn, raak je niet eens kwijt. Bijvoorbeeld jouw discipline en wilskracht die je nu gebruikt om niet of weinig te eten, blijven bestaan als je stopt met anorexia. Het zijn geen ‘ziektesymptomen’, maar karaktereigenschappen. Misschien zijn ze door de anorexia sterker ontwikkeld, dat is alles. Noem dat dan maar met enige ironie ‘ziektewinst’.

  8. @Alf Je bent heel veel niet schrijf je. Wat ben je nog wel nu je, zogenaamd onthecht en geisoleerd van de samenleving, rondzweeft. Blij dat er mensen zijn die gewoon om 6 uur opstaan en brood gaan bakken dat een paar uur later in de winkels ligt. Wie zorgt eigenlijk voor jouw inkomen nu jij zonder identiteit als een free rider door het leven gaat ? En zou Anna dat ook zo moeten doen volgens jou ?

  9. Dhr. DeLuxe zegt:

    Anna, je bent bang: vanzelfsprekend. Maar je bent ook heel sterk en ’stoer’: je doet het maar mooi, en je durft er over na te denken, te twijfelen EN te schrijven.

    Stiekum ben je al een heel eind!
    Ik ril soms bij wat je schrijft, maar als partner van een ex-patiënt (genezen!) wil ik je graag een hart onder de riem steken: je bent goed bezig! Heel goed.

    Hou vol, hoe ongelooflijk het nu ook moge voelen, er komt een tijd dat je hier ZONDER angst of stress op TERUG KUNT KIJKEN. In de tussentijd zul je vast nog hobbels op je pad vinden, maar ook die kun je aan, ik weet het bijna zeker.

    Ik wens je heel veel kracht en ‘eigenliefde’. Je bent het waard!
    Hang tough, cookie! ;-)

  10. Alf Berendse zegt:

    Anneke Achttien, jij maakt er weer iets persoonlijks van, deze keer met een nauwelijks verholen moralisme. ‘Free rider’, durfde je ‘free loader’ niet aan?

    Als je mijn reactie goed had gelezen, stelde je niet de vraag wat ik nu wel ben. Ik heb daar geen antwoord op, ik stel mijzelf die vraag niet meer. Ik rentenier, ik heb een mecenas, ik heb tien miljoen gewonnen in de staatsloterij, ik word onderhouden door mijn hoogbejaarde moeder, ik zit in de wao, ik ben met een rijke vrouw getrouwd, ik ben de baas van een drugkartel en delegeer alle werk. Kies maar, het gaat jou niets aan hoe ik aan een inkomen kom.
    Dat heeft ook niets te maken met wat ik schreef over de mogelijke positieve effecten van onthechting. Ik maakte slechts het punt dat onthechting moeilijker is als je in noodzakelijke en/of ongewenste relaties een beroep moet doen op een eigen identiteit. Maar het kan altijd, ook als ik strontschepper zou zijn of CEO van Unilever.

    Jij vult in dat ik geïsoleerd van de samenleving leef. Wat weet jij van mijn leven, niks toch?

    Anna moet volgens mij helemaal niets. Misschien bedoelde je te vragen of het goed zou zijn voor Anna, of zij zich er beter bij zou voelen, als ze als een ‘free rider’ door het leven gaat. Geen flauw idee, ik vul niets voor haar in.

  11. Susan zegt:

    @ Alf: Ik lees met veel belangstelling je uiteenzetting/casus. Een strevenwaardige staat van zijn. Hoewel ik wel wat moeite heb met ‘een zenachtige onthechting van mijzelf’.
    Het is misschien zout op slakken leggen, maar taalgebruik is in mijn ogen enorm bepalend voor de benadering van problemen en ik merk dat ‘onthechting van mijzelf’ voor mij zwaarder klinkt dan volgens mij je bedoeling is.
    Op een andere website (die ik zo snel even niet terug kan vinden, sorry) werd in dit geval gerefereerd aan (onthechting van) ‘ego’ en ‘zelf’ (als de kern die overblijft en wie je bent).

    Ik merk dat mijn voorkeur in dit geval blijft uitgaan naar het gedachtegoed van de RET. En de vraag die je je telkens kunt stellen: Is dit (gedrag/gevoel/gedachte) realistisch?

    Wat ik me afvraag is; als je alles (gedachten, gevoel, gedrag) benadert als iets dat niet je identiteit bepaalt, dan geldt dit ook voor positieve gedachten. Terwijl die in veel gevallen enorm kunnen bijdragen in het herstelproces.
    Het lijkt bijna een soort winkelen: ‘Deze gedachte is niet constructief, die neem ik niet mee. Maar die.. Ja, die helpt me, dus die mag blijven.’

    Ik ben benieuwd hoe je hier tegenaan kijkt.

  12. Alf Berendse zegt:

    Susan, bij aanvang van een herstelbehandeling hoeft de patiënt niet te kiezen tussen negatieve en positieve gedachten, positieve gedachten zijn dan helemaal niet nodig. En aan het einde hoeft ook niet te worden gekozen, als de negatieve zijn verdwenen. En tussen die twee zit leegte. Althans, zo is het verloop van herstel menigmaal.

    Afwijzing van negatieve gedachten en gevoelens en van zelfdestructief gedrag volstaan in het begin, de zogenoemde ‘negatieve motivatie’. Iemand met anorexia wil in het begin van een behandeling misschien helemaal niet af van onvoldoende eten en ondergewicht, maar wel van de gezondsheidsproblemen die er gevolg van zijn. Bij het beëindigen van anorexia zal het, net als bij verslaving, de eerste tijd vaak alleen gaan om discipline; het inruilen van het ene ongewenste (negatieve gevolgen van anorexia en verslaving) voor het andere ongewenste (moeten eten, drugs moeten laten staan). Tot het besef dat het een niet zonder het andere kan: voor het beëindigen van het ongewenste moet je het gewenste (mager lijf, de roes) opgeven. Dat is nog steeds geen positieve gedachte, dat is verlies moeten accepteren. De anorect en verslaafde kan zich dit bij aanvang wel bedenken, maar ervan doordrongen zijn is iets anders.

    Positieve gedachten en de positieve motivatie komen vaak pas later, de geschiedenis moet eindigen voor de toekomst kan beginnen. En ze komen dan vanzelf, omdat er een leegte moet worden ingevuld.
    Er is wat dat betreft bij een herstelproces dus helemaal niet zoveel sprake van een keuze tussen negatieve en positieve gedachten. De negatieve zijn er onvermijdelijk in het begin, en tot en met de ‘leegte’ (voor velen ook een negatieve ervaring) helpt vooral discipline iemand er doorheen. Daarna komen de positieve vanzelf.

    Ik zou wat langer moet nadenken over een andere formulering dan ‘onthechting van mijzelf’, ik bedoel het inderdaad niet zo zwaar. Ego vind ik echter nog veel zwaarder. Onthechting is ook een zwaar woord. Ik ben het met je eens dat taalgebruik enorm bepalend is voor de benadering van problemen (en ben van mening dat het psychiatrisch taalgebruik onnodig complicerend is). Negatief benoemd is het een soort onverschilligheid. Positiever bekeken is het ‘jezelf niet ophangen aan jezelf’.

  13. Quiqui zegt:

    M.i. is een ‘zelf’ vierdimensionaal: dat is fluïde en verandert met het leven mee. Krampachtig zoeken naar wie je ‘echt’ van binnen bent en dat op een of andere manier vast willen leggen (als bewijs? Voor wie dan?) schiet dan ook volkomen aan het doel van zelfacceptatie voorbij.

    Puur op biologisch niveau is het zelf een construct van het brein, dat dient om verschillende hersenfuncties tegelijkertijd efficiënt te kunnen laten draaien. Als iemand een hersenbeschadiging oploopt, verandert dan ook het ‘zelf’. Dit alles in overweging genomen zou je kunnen zeggen dat alle hang-ups die je hebt over je identiteit wel een korreltje zout waard zijn. (Aan de andere kant is de alledaagse werkelijkheid natuurlijk een jungle van zelven die zich zo goed mogelijk proberen te manifesteren en ontkom je er niet aan daarin enigszins mee te draaien. Voor zover je al een keus hebt, is het de mate waarin je boel serieus neemt).

  14. Alf Berendse zegt:

    Quiqui, grotendeels helemaal mee eens. Ik denk dat ‘identiteit’ een evolutionair belang heeft. De mens leeft niet instinctief zoals een dier, maar moet steeds opnieuw zijn relatie tot zijn omgeving (van oorsprong ‘natuurlijke’ omgeving) bepalen. Dat vereist meer zelfbewustzijn dan alleen maar gewaarwordingen van pijn, plezier, gevaar enzo. En daar komt taal nog eens overheen, de mogelijkheid die taal geeft om jezelf te ’splitsen’ in onderwerp en lijdend voorwerp: ‘ik denk over mijzelf, ‘ik ervaar mijzelf’. Uiteindelijk ontstaan in het bewustzijn vele mogelijkheden om met de omgeving en het ‘zelf’ om te gaan, en maakt iedereen daar keuzes in.
    Menigeen maakt echter wel al relatief jong definitieve keuzes en denkt dan dat jezelf ‘omvormen’ niet meer kan.

Laat een reactie achter