niet progressief of op andere wijze van zijn eigen moraal overtuigd
vrijdag 3 september 2010

Donatie

Ja, Jaap is mijn vriend!

Roze politici maken homo’s bang

‘Sta je op de site van de Gay Krant? Dat levert je tientallen extra stemmen op’. De goedbedoelde tip kwam van een partijbestuurder, toen ik vier jaar geleden op de lijst stond voor de VVD in Amsterdam Oud Zuid. De beste manier om met voorkeursstemmen in de raad te komen was om publiekelijk te laten zien dat homo’s hun ‘roze stem’ bij mij kwijt konden en dat hun homoseksuele belangen bij mij in goede handen zijn. De Gay Krant bood er een platform voor. Vier jaar later is dat weer zo: alle lokale roze politici van Nederland kunnen er hun homostandpunten kwijt.

Dit initiatief biedt een interessant inkijkje in de belevingswereld van homoseksuele raadsleden. Deze is inhoudsloos. Ido Verhagen (PvdA Amsterdam Centrum) stelt dat ‘hoe hoger de gay-factor, des te leuker de stad’. Rob Dijkslag (D66 Alkmaar) wil dat het Alkmaarse homouitgaansleven weer op de kaart komt en Gerard van den Akker (Capels Belang) klaagt dat er nog maar één homosauna is in Rotterdam. Rogier Dikker (D66 Doetinchem) vindt het verheugend dat ongeveer de helft van zijn lijst van homoseksuele huize is.

Ziek, zwak en misselijk
De aanstaande roze gemeenteraadsleden blijken het eens dat homo’s ziek, zwak en misselijk zijn. Arjan Vroegh (GroenLinks Midden Drenthe) kent nog geen vijf homo’s in zijn gemeente, terwijl er 1500 moeten zijn: ‘nee, als homo wonen in een kleine plaats is niet altijd makkelijker dan in de grote anonieme stad’. Maar ook in Rotterdam veel ellende: Ben Groos (Leefbaar Rotterdam) zegt dat veel ‘hetero’-ambtenaren een andere kijk op ’de scene’ hebben dan homo’s. René Hagenaars (VVD Bergen op Zoom) klaagt over voorlichting op scholen en Hans Mekenkamp (Leefbaar Almelo) zegt dat mensen die het moeilijk hebben geholpen moeten worden. Zo ook homo’s.
Er zijn drie oplossingen waar vrijwel iedereen voor strijdt. Ten eerste homo-evenementen: Jeroen van Dijken (VVD Den Haag) wil een jaarlijks terugkerend ‘roze evenement’ om de zichtbaarheid van homo’s te vergroten. Ten tweede moet er meer educatie en voorlichting komen. Zo klaagt Axel Boomgaars (GroenLinks Amstelveen) dat ook in Amstelveen vooroordelen over homo’s bestaan die met voorlichting kunnen worden bestreden. Ten derde is meer politie-optreden nodig: Mark Wiggers (TON Almere) heeft als doel dat ‘alle homo’s zich veilig voelen en zichtbaar moeten zijn’.

Nietszeggende eensgezindheid
Tja. Alle partijen willen meer tolerantie, meer educatie, meer politieoptreden en meer zichtbaarheid. Hoe is het toch mogelijk dat als alle partijen deze mening hebben, deze utopische situatie nog niet is bereikt? Waarom meldt Paul-Jan Kuijper (D66 Delft) dan dat hij ‘een actief homo-emancipatiebeleid’ regelde, om vervolgens te zeggen dat het niet echt slaagde? Waarom wil Wytze Schouten (GroenLinks Amsterdam Zuid) minimaal 10% van zijn raadswerk besteden aan ‘roze onderwerpen’ als alle partijen allang vonden dat homo’s bescherming én zichtbaarheid verdienen?

Het antwoord is eenvoudig: de politiek gaat hier helemaal niet over. Veiligheid is belangrijk voor iedereen, niet alleen voor homo’s. De politie erkent dat. Scholen bepalen zelf hun lesinhoud en als er al regels over homovoorlichting komen, komen ze niet van de gemeente. En zichtbaarheid: daar gaan homo’s zelf over. Met andere woorden: roze kandidaten roepen wel dat ze veel voor homo’s doen, maar ze kunnen geen resultaten boeken. Maar dat geeft niks: als je homo’s bang maakt voor toenemende intolerantie, maar daar tegelijk niets aan kunt doen, heb je over vier jaar weer hetzelfde argument om extra voorkeursstemmen binnen te halen. Waar zou al dat politiek cynisme toch vandaan komen?

Chris Aalberts is docent en onderzoeker politieke communicatie. Na avonturen bij D66 en VVD is hij principieel partijloos (www.chrisaalberts.nl).



Reacties

3 reacties op “Roze politici maken homo’s bang”

  1. Quiqui zegt:

    Wat mij nou fascineert aan dit verhaal is dat al die homo-politici zich (en hun roze budget) kennelijk vooral inzetten voor de belangen van mannelijke homo’s.

  2. Elin zegt:

    Dat valt mij ook altijd op Quiqui.
    Aan de ene kant is het waarschijnlijk ook echt moeilijker om een mannelijke homo dan een vrouwelijke homo te zijn in een overwegend patriarchale maatschappij. Dit i.v.m. (latente) angsten bij veel mannen.

    Aan de andere kant vraag ik me vaak af of de balans niet te ver doorslaat.
    Mannelijke homo’s houden i.h.a. meer van, of zijn beter in, aandacht trekken, maar dat wil nog niet zeggen dat je ze daarom ook stelsematig meer aandacht behoeft te geven.
    Bovendien verdien(d)en zij, als paar, vaak meer dan vrouwelijke homo’s omdat die werden opgevoed als dat ze later toch op hun man’s centen konden teren, en tegenwoordig bij de zoektocht naar een goedbetaalde baan ook wel moeite hebben met de (informele) procedures in mannenbolwerken.

    Een dieptepunt wat dit betreft, en voor zover ik weet, was eens een column van Beatrijs Ritsema in HP/de Tijd.
    Het COC had besloten wat aan de emancipatie van lesbische moslima’s te doen.
    (Die hebben namelijk ook problemen met hun seksualiteit, duh.)
    Zij betoogde dat dit niet nodig was, omdat in die badhuizen (of hoe dat heet) voor vrouwen in islamitische landen, al volop aan lesbische dingen werd gedaan; en dat het nu ook heimelijk gebeurde omdat vrouwen vaak samen zijn zonder mannen i.v.m. die cultuur.
    Allemaal heel leuk en aardig, maar kennelijk kwam het niet in haar hoofd op dat lesbische moslima’s ook in het OPENBAAR willen kunnen zoenen en hand in hand lopen en kunnen SAMENWONEN (trouwen nog zelfs daargelaten) zonder dat de familie dochterlief verstoot.

    Anywayz… waarom dat politieke gedoe als in de column geschetst niet werkt, geen duidelijk idee, maar wellicht dat men (politici) vooral homo’s uit de eigen kring kent die het goed voor elkaar hebben (en geen last hebben van rondhangende homohatende dorpsjongens en allochtonen) en het dus niet als noodzaak ziet.

  3. Wytze Schouten zegt:

    Beste Chris Aalberts,

    Terecht commentaar dat de standpunten van de roze kandidaten veel op elkaar lijken. Dat merkte je ook op de paar roze debatten die in aanloop naar de verkiezingen zijn gehouden.

    Maar dat politici niets aan de speficieke wensen en problemen van homo’s, lesbo’s en transgenders kunnen doen, ben ik niet met je eens. Dat de kandidaten van vier jaar geleden er niet in zijn geslaagd om alle sociale problemen op te lossen, wil niet zeggen dat de politiek dan maar moet zwijgen over die problemen. Het betekent ook niet dat roze kandidaten die het probleem blijven aankaarten cynisch zijn.

    Binnen elke partij en binnen elke fractie maakt het nog altijd uit of er wel of niet iemand bij zit die gevoel heeft voor de wensen en belangen van deze ene, diverse achterban. Ik was zo’n kandidaat (helaas zal ik deze vier jaar ook niet verder komen dan kandidaat) en ik vind het niet meer dan logisch om als kandidaat te laten weten wie ik ben en waar ik voor sta.

    Eén van de dingen waar ik me als raadslid wilde inzetten was een homomuseum in Amsterdam. Typisch iets waar de overheid een hele duidelijke kans heeft om wél iets concreets te realiseren. En typisch iets wat niet van de grond komt als roze kandidaten in de campagne hun mond zouden houden over roze onderwerpen.

    Transgenders, lesbo’s en homo’s zijn net gewone mensen, maar ze hebben ook te maken met specifieke problemen. Veiligheid is een zorg van iedereen, maar adolescente jongens die homo’s en transgenders in elkaar slaan zijn een bijzondere zorg van homo’s en transgenders. Die zorg moet zich vertalen in het beleid van politie, justitie, reclassering en andere organisaties.

    Natuurlijk vinden alle partijen dat, als je ze er naar vraagt. Maar sommige partijen maken er meer werk van dan andere. En daarbij maakt het uit of er een roze kandidaat in de fractie zit, wat dat voor iemand is en wat voor prioriteiten hij of zij heeft.

    Als je deze thema’s belangrijk vindt, is het fijn dat je op de site van de Gaykrant een indruk kunt opdoen van die roze kandidaten. Ook al hebben ze geen toverstokje waarmee ze binnen vier jaar alle problemen oplossen.

    Ik ben het ook niet met je eens dat roze politici niets meer doen dan kiezers bang maken. Er zijn reële problemen en die moeten benoemd worden, ook als er geen pasklare oplossingen zijn. Raadsleden spreken de zorgen en wensen en ervaringen van burgers uit: dat is hun rol als volksvertegenwoordigers.

    Het is aan de gemeente- en stadsdeelbesturen om op basis daarvan beleid te ontwikkelen en uit te voeren. En als dat beleid geen vruchten afwerpt, dan moeten volksvertegenwoordigers druk op het bestuur zetten om met een betere aanpak te komen.

    In al die dingen klinken de belangen van lesbo’s, transgenders en homo’s een stukje minder door als roze kandidaten stil blijven en zich braaf beperken tot generiek beleid voor iedereen.

    Vriendelijke groet,

    Wytze Schouten

Laat een reactie achter