niet progressief of op andere wijze van zijn eigen moraal overtuigd
donderdag 9 september 2010

Donatie

Ja, Jaap is mijn vriend!

Gebruik straatcultuur is leegverkoop van beschaving

In dagblad De Pers van vrijdag 26 maart 2010 staat een artikel getiteld: Fuck je Hollandse principes met als ondertitel Jongeren, investeer tijd in de leider. Het artikel behandelt de visie van schrijver Frank van Strijen, die zich heeft verdiept in de straatcultuur. De straatcultuur kenmerkt zich volgens Van Strijen onder meer door een sterk groepsgevoel en een sterke hiërarchie.

In zijn cursus omgaan met straatcultuur geeft Van Strijen onder anderen het voorbeeld van een homofiele conciërge op een school die werd gepest door een groep. De directeur van de school maakte de leider van de groep verantwoordelijk voor de handelingen van de groep. Van Strijen ‘Het voorbeeld van de conciërge heeft in de praktijk gewerkt. Het is echt gebeurd, en het pesten is gestopt’. Van Strijen vindt het een goed voorbeeld van omgaan met straatcultuur en adviseert daarom te investeren in de leiders als er nog niets aan de hand is.

Hiërarchische structuur

Zoals Van Strijen zelf opmerkt druist zijn methode in tegen de eeuwenoude gewoonte dat degene die het gedaan heeft wordt gestraft. Door de leider te straffen breek je met die gewoonte, maar gebruik je de hiërarchische structuur die in de groep al aanwezig is. Zonder zelf te hoeven integreren in de groep kan je wel je invloed uitoefenen. Hoewel die theorie vanuit pragmatisch oogpunt misschien treffend werkt, zijn er wel degelijk vraagtekens bij te zetten.

De school verschuift de verantwoordelijkheid voor de orde van een bepaalde groep naar de groepsleider, en verliest daarmee (een deel van) zijn initiatief. Nadat de afspraak is gemaakt zal een groepsleider zich geschoffeerd voelen als de school rechtstreeks ingrijpt in de groep in plaats van via de groepsleider.

Gezagsdragers

Maar is ook een principiëler bezwaar. Als de leider van de groep gestraft wordt voor het handelen van de groep, dan moet de leider zijn gezag gaan uitoefenen om de groep in het gareel te houden en zijn eigen straf te ontlopen. De school – of iedere andere gezagdragende organisatie – heeft geen invloed op de gezagsinstrumenten die binnen de groep worden gebruikt. Het laat zich denken dat onder de gezagsinstrumenten van de leider ook minder conventionele gezagsmiddelen zoals geweld zitten.

Doordat je de feitelijke handeling van het gezag uitoefenen niet zelf uitvoert, lijkt de handeling daarmee gerechtvaardigd. In werkelijkheid gebeurt onder verantwoordelijkheid van de school een handeling die (mogelijk) strijdig is met onze cultuur. Dergelijke gezagsinstrumenten zouden door een school niet moeten worden onderschreven, maar worden met de verantwoordelijkheid van de groepsleider mogelijk wel gebruikt ten bate van de school.

Bestaansrecht van groepscultuur
Dit raakt de kern van mijn bezwaar: als je de verantwoordelijkheid voor het groepshandelen overdraagt aan de groepsleider, dan erken je daarmee die groepscultuur als zodanig en geef je het bestaansrecht. Ook (of misschien juist) in de elementen die negatief afwijken van de eigen cultuur, zoals het gebruik van geweld. Daarmee gooi je de baby met het badwater weg. Je wilt de orde handhaven, en doet dat op een manier die op zichzelf in strijd is met die orde.

Daarmee creëer je een gelegenheid voor de straatcultuur om te blijven bestaan. In plaats van het gedrag af te keuren met eigen gezagsinstrumenten, zorg je ervoor dat de cultuur in stand kan blijven door er gebruik van te maken. Daarmee ontkracht je dus het gezag van je eigen samenleving. Want als deze uitzondering gemaakt kan worden, dan kunnen er nog veel meer uitzonderingen gemaakt worden. Wat in ieder geval blijkt is dat de culturele waarden niet rotsvast en onverbrekelijk zijn. En dat is een signaal dat we niet af zouden moeten willen geven.



Reacties

5 reacties op “Gebruik straatcultuur is leegverkoop van beschaving”

  1. Eric Stam zegt:

    Hmm. Als alle principiele bezwaren in de verf gezet zijn, zou die Van Strijen nu waarschijnlijk aan je vragen:

    “Wat ga jij er dan aan doen?”

    Let wel, ik zie de methode Van Strijen ook als een laatste redmiddel hoor. Zelf heb ik ook wel lesgegeven op moeilijke ROC’s, en de hier beschreven straatcultuur heb je natuurlijk ook in allerlei (gematigder) varianten. En een paar lessen daaruit zijn toch wel:

    1. Maak gebruik van de groepsdynamiek. Als de natuurlijke leiders kunnen helpen om jouw gezag te versterken; doen.

    2. Het uiteindelijke doel – de wens om die jongeren te socialiseren tot zelfstandige individuen die minder vatbaar zijn voor groepsdruk – kan via een omweg alsnog bereikt worden.

    3. Wanneer die natuurlijke leiders zich laten ‘gebruiken’ om jouw (bredere) orde te handhaven, zoals het congierge-voorbeeld laat zien, dan heeft dat op zichzelf al een effect op diezelfde groepscultuur. Concreet: die anti-maatschappelijke houding vermindert, en daarmee ook de sterkte van het groepsgevoel.

    4. Die leiders zullen hun autoriteit ten dele gaan ontlenen aan hun vermogen om te fungeren als mediator tussen groep en buitenwereld. Wanneer dat vermogen respect gaat afdwingen, krijgt datzelfde gedrag navolging. Gevolg wederom: de groepscohesie zelf verzwakt op den duur, want meer leiders staan op.

    Tot slot: de kenmerken van de straatcultuur verdienen nu niet bepaald een status aparte. Het willen horen bij een groep, en het willen bepalen van iemands status in de hierarchie, is veel wijdverbreider dan we willen toegeven. De anti-maatschappelijke waarden in zo’n groep moeten worden aangepakt, en het vertrouwen in maatschappelijke instituties moet worden verhoogd. That’s all. Die straatcultuur ontgroeit men dan wel weer.

  2. De leider aanspreken op het gedrag van de groep is toch heel gewoon? Als het Nederlands elftal faalt, moet de coach weg. Als een bedrijf faalt, wordt de CEO hierop aangesproken. Ik vind de aanpak van Van Strijen onzinnig, maar dit aanspreken van de leider past juist in de samenleving waarin we leven: de gezaghebber is verantwoordelijk voor zijn ondergeschikten.

  3. Elin zegt:

    @Linda: in dit geval is het anders.
    De leider is in de straatcultuur niet de leider omdat ‘ie de voor de samenleving geschikte kwalificaties heeft (evt. bewezen met diploma’s, maar sowieso door te leren/werken/resultaten boeken).
    De leider is daar gewoon degene met de grootste bek, het breedste lichaam, de meest afgewerkte “chickies” en de meeste rapkennis.

    Als je ernaar handelt, dergelijke “leiders” even serieus te nemen als de leider van bijv. een Philips-lab, dan is het einde van de beschaving inderdaad nakende.

    Lekker voorbeeld geef je dan ook aan klasgenootjes die wél hun maatschappelijke best doen.

    En @Eric: even los van het feit of de anti-maatschappelijke houding van de straatcultuurleider (en dus z’n “posse”) vermindert door deze aanpak of niet – hij zal in elk geval dit onthouden: dat zijn manier van de leiding nemen (grote bek, dreigend lichaam, ondergeschikten intimideren, rappen, meisjes als vee behandelen etc.) vruchten afwerpt – en dit dus blijven toepassen.

    Sowieso gaat een hechte groepscultuur slecht samen met beschaving. En dan bedoel ik dus niet zoiets als een elftalgroep want zoiets wordt heel anders gevormd. Een elftalgroep (om dus maar even bij dit voorbeeld te blijven) wordt gevormd door competenties v/d spelers (die het DOEL dienen waarvoor het elftal überhaupt is opgericht), niet elke debiel met goede sociale skills kan daar even binnen lopen. Bij een straatcultuurgroepje heb je echt te maken met sociale selectie die zich baseert op het zoogdieren-gedeelte van onze hersenen zeg maar. En alle omgangsvormen van dien.

  4. Elin zegt:

    vervang “debiel” in vorige post door “incompetente luilak”

  5. Bas van der Veen zegt:

    Weet je wat al die jongens van dit soort gekwebbel denken?

    *gaap*

    Ikzelf ook trouwens.

    De boodschap van bovenstaande is immers dat we een klimop moeten snoeien met een grasmaaier en niet met een heggeschaar. Een politie-eenheid als de ME weet overigens niet beter dan het te doen zoals Van Strijen oppert. Die schakelen bij oproer ook eerst de leider uit, veelal niet de man die het hardste slaat.

    Als je de groepscultuur met wortel en tak (ha- ha-) wilt uitroeien moet je je richten op de groepsleider en niet op de individuele pionnen (die inwisselbaar zijn en vaak toch niks te verliezen hebben of zelfs niet beter weten). Dat mag de leider (en de groep) het gevoel geven dat hij serieus genomen wordt, echter, door hem op deze manier kwetsbaar te maken leg je de hele groep lam.

    In de sociale wetenschappen/filosofie noemen we deze tactiek ‘repressieve tolerantie’. En dat is een fenomeen dat al sinds jaar en dag met succes wordt toegepast.

Laat een reactie achter