Ebru Umar

 

Het is eigenlijk een obligate vraag. “Hoe is het?” Maar wel een die gepast is. Ik heb deze mensen een maand niet gezien; op zich niet zo erg, het zijn slechts de eigenaars van mijn favoriete restaurant. De boel is opgeknapt zie ik. Aan de binnenplaats is met de komst van de zomer aandacht besteed. De muur met de aangrenzende winkel is gedeeltelijk doorgebroken zodat je van het restaurant naar binnen kunt lopen. Ik loop nieuwsgierig door, het is mooi geworden. Ze verkopen traditionele shit: Turkish Delight, zowel voorverpakt als vers, Turkse koffie en thee (meuk dus) en wat frutsels in de vorm van glazen en kommetjes. Ik zie toeristen die hier en masse neerstrijken zich zeker wel tegoed doen aan dit soort souvenirs. Lees verder »

 

Oké dan, ik biecht het op. Ik heb het idee gestolen. Ik hoorde Henk Spaan op Radio 1 zijn Ochtendhumeur-column voorlezen over hoe goed de Franse PTT wel niet werkt en dacht: “Dát is een column.” Het is dus niet écht gestolen, ik ben gewoon getipt. Ik dacht dat ik de enige was die zich kapot ergert aan PostNL. De enige die zich afvraagt waarom mijn lenzen er vijf dagen over doen om bezorgd te worden, de enige bij wie de post van de buren consequent bij mij bezorgd wordt – en mijn post bij hen uiteraard – en de enige die al dagen last heeft van onbezorgde post. Ik denk wel vaker uniek te zijn – wishful thinking dus. Lees verder »

 

Picture this: je staat in de keuken van een van de allerrijkste mensen van Nederland. De omvang en uitrusting van die keuken valt nog wel mee, het is de hal die imponeert. Die is net zo groot als mijn woonkamer – en geloof me, mijn woonkamer is groot. In de hal brandt de openhaard die in mijn huis ontbreekt. Ik bevind mij in het epicentrum van het kapitalisme en zweet peentjes in mijn jurkje dat aandacht trekt: “Is dat Missoni? Zal wel een flinke rib gekost hebben.” Rare opmerking maar ik schiet in de lach: “Há, een paar ribjes. Ik zit in m’n Missoni periode dus heb nog wat vriendjes van die jurk erbij gekocht!” Lees verder »

 

Wat voor veel Joden Israël is, is Turkije voor een doorsnee gastarbeiderskind: het beloofde land. Hoe het met de Joden zit weet ik niet, maar er is geen Nederturk te vinden die niet is opgegroeid met de gedachte ‘later’ naar Turkije te gaan. Later. Hoe mensen zich dat jaren en jaren hebben wijsgemaakt, ik weet het niet. Ik weet wel dat ik er nooit over gepiekerd heb later naar Turkije te gaan. Ben je belazerd. Mijn rationaliteit won het als kind al van de emotie: ja, Turkije is zálig. ZALIG. Maar halló, natuurlijk is Turkije zalig. Ik was er met vakantie. Ik was het gemiste kleinkind. Ik was bijzonder want ik sprak verschillende talen. Ik werd op handen gedragen. Poppedopje. Vakantie. Maar het jaar bestond uit zes weken vakantie, die tien dagen Zermatt en wat stedentripjes uitgezonderd. Een doorsnee dag in een doorsnee jaar zag er anders uit. Met verplichtingen de het leven léven maken. Naar school. Balletles. Pianoles. Buitenspelen. Huiswerk maken. Een beetje meisje zou zich voornemen om ‘later’ elke dag een vakantiedag te laten worden en als middel daarvoor een man in te zetten. Lees verder »

 

Het fijne aan een buitenhuis is dat er geen verplichtingen zijn. Anders dan relaxen. Alles wat mijn leven tot mijn leven maakt in Nederland, vervalt hier. Ik ben onbekend – anders dan die ‘Hollandse’, ik doe niet aan outfitjes – behalve dan die in Nederland door zou gaan voor campingsmoking, en mijn ego is afwezig – vooral dat laatste is een verademing. Lees verder »

 

Je ziet de man zo over het hoofd. Hij zit op een krukje, op straat. Voor hem staat zijn werkuitrusting: een kistje dat hij zelf in elkaar heeft getimmerd en waar zelfs laatjes in zitten. Daar zitten mini-lepeltjes in. En kwastjes. Ik zie hem ook niet, ik loop voorbij en hoor iets tegen me geroepen worden: “Abla, zal ik je laarzen poetsen?”. ‘Abla’ – dat ben ik. Het is een respectvolle aanduiding; binnen een Turks gezin noem je de oudere broers en zussen niet bij hun naam maar ‘abla’ of ‘abi’ – dat laatste is voor jongens. Lees verder »

 

Ach ja. De social media. Had je vroeger een website nodig om te bestaan, tegenwoordig voldoet Twitter. Quel armoe! De gekkies die het aantrekt zijn legio, hun teksten het bewijs dat het Nederlandse onderwijs niet meer te redden valt. We zijn gedoemd tot middelmaat. Twitter is een geval apart maar écht onbegrijpelijk zijn Facebook en LinkedIN. Van beide media snap ik niets. Mijn Turkse vrienden en familie zaten er al rond 2006 op – “Ebru, écht iets voor jou.” – Ja dank je de koekoek. Dat stomme Hyves was me al opgedrongen, en dan nu de variant in het Engels zeker. Egniet. Om vervolgens in 2007 er toch maar op te gaan, althans, dat zegt m’n FB timeline. Lees verder »

 

Negentien dagen oud was het jongste baby’tje dat Robert M misbruikt heeft. NEGENTIEN dagen. Natuurlijk kun je alles zeggen over ouders die hun negentien dagen oude baby’tje aan een ander toevertrouwen maar daar gaat het niet om. Dat die ander, een volwassen man, het in zijn hoofd haalt met een baby’tje van negentien dagen oud dingen te doen waar je nou ja. Laat maar. Het is misselijkmakend. Robert M verdient de doodstraf. Hoewel dat eigenlijk nog te mild is. Er gaat geen lijden aan vooraf en lichamelijk lijden is wat ik die man gun. Lees verder »

 


En weer buitelt op Twitter iedereen over elkaar heen: OMG DE PERS STOPT!!! De usual suspects doen huiliehuilie. Een ‘kwaliteitskrant’ houdt er mee op. Gratis maar niet goedkoop was de slogan. Nee, 45 miljoen euro afkoopsom. En dat is dit jaar hè, gewoon voor het stopzetten van de persen en mensen die redactietje speelden duidelijk te maken dat voor niets de zon op gaat maar een krant maken geld kost. Geld dat als je geen abonnees hebt, elders vandaan moet komen: adverteerders. En bij een gebrek aan adverteerders uit de zakken van Marcel Boekhoorn c.q. de begroting van Wegener. Ja mensen, tot sint-juttemis zou dat doorgaan. Natuurlijk! In wat voor wereld leven jullie?
Lees verder »

 

Ooit werkte ik met een vrouw die niet wist wie Stanley Burleson is. Dat staat ongeveer gelijk aan niet weten wie Arnie Alberts is – en dan nóg erger. Tegelijkertijd heeft het geen zin om eromheen te draaien, het is gewoon een feit: een groot deel van de samenleving kijkt neer op het entertainment dat musical heet. Niet zo verrassend dat dat hetzelfde deel van de samenleving is dat neerkijkt op GTST, ONM en hoe al die soaps maar mogen heten. De grachtengordel. OSM. De mensen met smáák. Fatsoen. Zij Die Weten Hoe Het Hoort. Lees verder »

 

Zeg me wie je bent. Wie. Ben. Jij? Waarom zou ik jou moeten kennen? Serieus moeten nemen? Why? Omdat je me weet te vinden via Twitter (OMG, applaus!), Facebook (nope!) of via comments bij mijn columns? Wie ben jij? Anders dan iemand die tijd teveel had om me te melden hoe slecht ik wel niet ben. Verwaand. Over het paard getild. Excuusallochtoon. Vrouw. En de mooiste: ‘dat Theo zich in zijn graf zou omdraaien’. Theo is gecremeerd. Just saying. Wie ben jij, ontzettende nobody met een mening? Lees verder »

 

Doe mij maar de jodenster. Een rode. Met een halve maan er op. Lekker zichtbaar. Ik bedoel, als je me dan wilt oormerken: doe het dan goed. Als je me wilt discrimineren: doe het dan goed. En als je me wilt uitsluiten: DOE HET DAN GOED. Ik weet het nog makkelijker gemaakt. Verplicht bij elk artikel dat ik schrijf, elk interview dat ik publiceer en elke mail die ik verzend een disclaimer in de vorm van een rode halve maan met een jodenster er achter. Hoewel, disclaimer? Waarschuwing van mijn part. Zet het erbij ‘dit artikel is een geschreven door een allochtoon!’. Heb de ballen. Schaam je niet. Discrimineren, uitsluiten, oormerken het is van alle tijden. Het is toch vanzelfsprekend dat Máxima binnen drie maanden een Nederlands paspoort heeft en dat Mauro na tien jaar Nederland wordt uitgezet? Echt hoor, mij hoef je niet uit te leggen dat niet alle mensen gelijk zijn. Dat zijn we niet. De ene leugen is de heldenstatus waard, de ander de verdoemenis. Heus, ik ken mijn plek. Als allochtoon. Lees verder »

 

Malou van Hintum betoogt op vk.nl dat Nederlandse vrouwen voor zichzelf moeten gaan zorgen. Nog afgezien van het feit dat dat een open deur is – vervang ‘vrouw’ in haar betoog voor ‘man’ en mensen zullen naar hun voorhoofd wijzen over deze afhankelijkheidsrelatie – is het een feit dat dat niet gaat gebeuren. Het kán ook niet gebeuren in een land waarbij ‘economische zelfstandigheid’ wordt gedefinieerd als een (bruto) inkomen van 1000 euro. Duizend euro! Van Hintum vraagt zich dan ook retorisch af hoe zelfstandig je kunt zijn met 1000 euro. Lees verder »

 

“Je weigert het spel te spelen!” wordt mij toegeblaft. “Je bent zó goed, je kunt het als geen ander maar wanneer ga je nou eens ophouden met mensen de waarheid te vertellen?! De waarheid brengt je nergens! Ja, in de goot! Het is ‘ja en amen’ in hun gezicht en plein publiek. Laat ze zien dat je je plek kent. JIJ zit fout, altijd. Zij zijn de baas. Je kunt iedereen om je vingers winden. Als je maar wilt. Waarom vertel je die man nou niet hoe geweldig hij is?! Wil je die klus nou wel of niet?!” De man die mij de les leest is zo’n beetje de laatste der mohikanen bij wie ik aanklop als ik een zakelijk dilemma heb. Hij gebaart expressief. Schudt zijn hoofd, heft zijn armen op. Gelukkig zitten we in een relatief kleine BMW anders zou hij er ook nog bij ijsberen. Lees verder »

 

Het was niet echt de bedoeling om te gaan lunchen, we zouden naar de BMW-dealer om de X3 te testen maar eindigden op de Beethovenstraat. Shoppen – moet ook gebeuren. Bovendien is het best wel eens fijn om je niet aan je agenda of planning te houden. En je af en toe toch echt naar de nep Starbucks moet, de Coffee Company. “Laten we wat eten,” zei Renee. “Die koffie komt wel.” Als autistisch tikmeisje dat alles volgens to do lijstjes doet kon de change of plans van Coffee Company naar Fidelio er ook nog wel bij. Zeker omdat er plek was op het terras. Lunch op de Beethovenstraat, in het reservaat van keurige mensen die in grote auto’s rijden waarin je gezien wilt worden, veel leuker wordt het niet op de Amsterdamse stoepen waar terrassen uitgestald worden. Lees verder »

 

Het zijn niet de kutmarokkanen, de kutturken of de kutbuitenlanders in het algemeen die mij aan het huilen krijgen. Nee, het zijn die eikels die eromheen staan (meestal keurige blanke jongetjes die bang zijn) en die het laten gebeuren. Het onrecht. De onrechtvaardigheid. Die zwijgen en de andere kant uit kijken als er dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen. Die tegen jou durven te zeggen: ‘Deze vier heren zeggen dat u ze geschopt en geslagen heeft.’ Ik heb wel om mindere grappen gelachen maar picture this: Lees verder »

 

Een ‘werkbespreking’ met een tikkende meisjescollega in de Bakkerswinkel. In het Westerpark, omdat ze daar lekkere taarten hebben en nog meer dingen die niet goed zijn voor je heupen maar wel voor je decolleté. Bovendien ligt het terras van de Bakkerswinkel in de zon. Met lage houten bankjes en raar in elkaar getimmerde tafeltjes waar je voeten prima op rusten en die verder verschrikkelijk zitten maar goed, de drang naar over priced calorieën wint het van het comfort. Lees verder »

Switch to our mobile site