Johannes van de Bank

 

Waar een klein land groot in kan zijn! In klagen en in het oprichten van stichtingen, clubjes, verenigingen en andere vormen van intellectuele (kuch) samenscholing. Ik kan niks bedenken waarvoor geen clubje bestaat in Nederland. Mijn meest recente ontdekking is de ‘Nederlandse Vereniging tot bevordering van zondagsrust en zondagsheiliging’. Daar gaat het fragiele stukje christen-reputatie dat we met elkaar probeerden op te bouwen. Lees verder »

 

Het is misschien het verdiende loon van ‘ons’ (toegegeven, er zijn nogal wat subgroepjes) als christenen, maar we zijn wel erg veel kwijtgeraakt. En dan doel ik ditmaal niet kleinzerig op de prominente plek in de maatschappij en bijbehorende priviléges die er ooit waren. Als er Eén was – en naar ik geloof uiteraard nog steeds is – die in gelijke rechten geloofde, dan was het Christus wel. Nee, ik doel op de feestdagen, Bijbelse begrippen en geloofshelden. Op kerst, het Gouden Kalf en op Jezus zelf. Ik stel voor dat we terughalen wat van ons was… Lees verder »

 

Dankzij een overigens mooie persoonlijke blog/column van @liefdevollid nam ik een tijdje geleden kennis van het bestaan van een voor mij nieuwe politieke partij: de Atheïstische Seculiere Partij. Laat ik de jongens – het zijn vast vooral jongens – vanaf nu met ASP aanduiden. Mijn hart sloeg een slag over. Niet uit angst. Ik dacht niet: “Nu is het over met ons christenen in Nederland”. Ik dacht: “Yiha, na de Partij van Feest en een aantal andere malle splintergroepjes is er weer een grappig politiek initiatief.” Lees verder »

 

Tot gisteravond riep ik nog wel eens bijdehand dat ik op een bepaalde manier een fundamentalist ben. Fundamentalist in die zin dat ik mijn christelijk geloof vrij serieus neem en mijn vertrouwen stel op een Goddelijke Macht. Na de vreselijke tragedie in Oslo zal ik terughoudender zijn hiermee; veel terughoudender. Zelfs al bedoelde ik het uiteraard altijd lichtelijk zelfspottend. De vermeende dader wordt echter getypeerd als ‘christen fundamentalist’. En ik pas ervoor om met zo’n beestachtig heerschap vereenzelvigd te worden. Allereerst even waarom ik mezelf eerder gerust licht schertsend als fundamentalist zou hebben getypeerd. Zonder schroom. De reden ligt besloten in mijn christen-zijn. Als christen bouw je persoonlijk op een rots. Terwijl ik in daily life toch echt gewoon in een rustige jaren zestig wijk woon. Eekhoorntjes in de achtertuin en rollatorende bejaarden en spelende kleuters delen de stoep en de weg gemoedelijk als het buiten ook maar even droog is. Zo’n buurt. Met huizen die als fundament net geen hout meer hebben, maar beton. Vermoed ik. Lees verder »

 

Beste Thijs, ik neem de vrijheid om je te schrijven. Dat doe ik graag openbaar. Dat geeft een heerlijk gevoel van… vrijheid. Vrijheid van meningsuiting is blijkbaar ook vrijheid van zelfverheerlijking. Althans, zo lijkt het als je jouw website – de website van Thijs Kleinpaste – bezoekt. Allemaal quotes ter meerdere glorie van Thijs Kleinpaste. Logisch eigenlijk, ook. Als je geen geloof hebt in een ander of in De Ander dan moet je toch op zoek naar het goddelijke in jezelf. Het liefst opgetekend uit de monden van derden. Het lijkt warempel verdacht veel op de Psalmen. Je weet wel, dat boek dat samen met andere boeken als De Bijbel wordt betiteld. En door mij als gelovige zelfs als Gods Woord. In de Psalmen wordt de loftrompet gestoken – soms letterlijk via een bazuin – en lof toegezongen aan één Iemand. God. Lees verder »

 

Op verschillende plekken in songschrijvend gristelijk Nederland is onlangs een klein dansje gemaakt, vermoed ik. Geen reidans als David voor de Ark des Verbonds uit. En ook geen evangelisch trancedansje zoals je ze ook bij sjamaan-liefhebbers tijdens een ‘spirituele cleansing’ wel eens ziet. Ik vermoed een ouderwets vreugdedansje. Oprecht, nog redelijk sober en vol verwachting. Want 35 procent Nederlandstalige muziek op Radio 2 is een beklonken feit dankzij de rode broeders van de SP en liberale *kuch* dames en heren van de VVD. En dat biedt kansen voor de christelijke songtekst. Die is immers vaak Nederlandstalig. Lees verder »

 

Misschien is het omdat ik zo netjes ben opgevoed. Nurture, dus. Misschien komt het omdat ik gewoon een brave borst met een reine inborst ben. Nature, in dat geval. Hoe dan ook merk ik dat een actueel hypewoord me tegen diezelfde borst stuit. Het is een drieletterwoord. Nee, niet *** en ook niet *** en zelfs niet ***. Ik bedoel: “kak”. There, I said it. Of, beter nog: ik heb het woordje ingetikt. En zelfs nu voel ik me vies. Smerig. De neiging om de boel de boel te laten en direct te gaan douchen, maakt zich meester van me. Lees verder »

 

Als christen heb ik mijn kruis te dragen. Flauwe grappenmakers zouden hier fraai mee uit de voeten kunnen. En ik ook, trouwens. Eentje dan: christen zijn vaak zo kruisgericht. Goed, dat hebben we gehad. Door met “de opdracht” waarmee ik begon. Letterlijk en figuurlijk zie ik dit namelijk als iets dat ik van The Man Upstairs dien te doen. En door het te doen, dien ik Hem dan weer. Lees verder »

 

Ooit, zo’n twintig jaar geleden, viel bij mij het muzikale kwartje. Tot die tijd luisterde ik alles wat populair was in de top 40. En uiteraard beviel het ene liedje me beter dan het andere. Maar… in the end maakte het me toch niet zo enorm veel uit. Mijn verzameling koopcassettes – we spreken hier over begin jaren ’90 – bestond uit onder andere Aswad, Simply Red en MC Hammer. Tot het moment dat Blood Sugar Sex Magic van de Peppers, Nevermind van Nirvana en Ten van Pearl Jam een einde maakten aan de onverschilligheid en me opzadelden met een last die ik tot op de dag van vandaag met me meedraag: een ontzettend goede muzieksmaak. Lees verder »

 

Natuurlijk ben ik een zalvende christenbroeder. Of malloot, als je het connaisseur Robert Engel op de man af zou vragen. Natuurlijk moet ik dan een boodschap van liefde, geluk en tolerantie brengen. Maar… Nee, geen maar. Dit wordt – ik roep het maar direct, dan kan je nog afhaken – een ongeneerd pleidooi voor enige tolerantie. Die verwacht ik overigens niet van de lezer, hoor. Lees verder »

 

Zondag ga ik voor de eerste keer dopen. Wat een openheid, denk je. “Kiest hij voor de rush van golden brown of wit snuifgoed?”, vraag je je misschien af. Of je denkt: doe het niet! Just say no to drugs… Maar, daar heb ik het helemaal niet over. Zondag ga ik voor de eerste keer iemand dopen. Wat? Nu denk je dat dopen slang is voor iets ranzigs. Je ziet twee bontkraagjes of FUBU-dragers die tegen elkaar braggen dat ze ‘die chickie diep gedoopt hebben’. Maar ook daar doel ik niet op. Totaal niet, zelfs. Ik – de jongen die vernoemd is naar de man die Jezus doopte in de rivier – ga iemand dopen met water in een kerk. Lees verder »

Switch to our mobile site