<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>DeJaap &#187; Marijke Gravesteijn</title>
	<atom:link href="http://www.dejaap.nl/author/marijke-gravesteijn/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.dejaap.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Wed, 08 Feb 2012 20:00:14 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
<xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" />
		<item>
		<title>De agenda</title>
		<link>http://www.dejaap.nl/2010/01/03/de-agenda/</link>
		<comments>http://www.dejaap.nl/2010/01/03/de-agenda/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 03 Jan 2010 13:15:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marijke Gravesteijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Column]]></category>
		<category><![CDATA[zelfmoord]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.dejaap.nl/?p=2195</guid>
		<description><![CDATA[<p>Ik dwing mezelf nog een keer mijn afgrijzen te overwinnen, want ik wil nu de dood ook ruiken. Tot dan toe had ik de agenda van <a href="http://www.dejaap.nl/2009/12/1951/" target="_blank">mijn door zelfmoord overleden zoon Alexander</a> slechts één keer durven bekijken. Door het transparante, zware plastic heen, waarin de politie ‘m als bewijsstuk had gestopt, las ik op de datum van 9 juni de dingen, die Alexander nodig had voor zijn zelfdoding. </p>
<p><span id="more-2195"></span></p>
<p>In tranen had ik ze gelezen en vanaf dat moment keek ik alleen van een afstand naar de agenda, die sinds 17 juni &#8211; in het plastic opengeslagen &#8211; op mijn dressoir lag. Op die donderdag werd mijn oudste zoon, bijna acht dagen na zijn overlijden, ontdekt bij het tehuis voor ‘Beschermd Wonen’. De data na 9 juni zijn allemaal blanco.</p>
<p><strong>Ontbinding</strong><br />
De agenda heeft bijna acht dagen open op het bureau in zijn woonkamer gelegen. Naast zijn dode lichaam. Het kan niet anders of het boekje moet langzamerhand doordrenkt zijn geraakt van stank. Alexander lag immers in een bijna hermetisch afgesloten kamer, terwijl het warme junidagen waren. Wij mochten hem dan ook niet meer zien. Mijn eerste impuls, na het telefoontje over zijn dood, om naar hem toe te rennen had ik van ‘de autoriteiten’ moeten bedwingen. Niet bedwingen kan ik echter mijn drang om te weten hoe hij er, bij de vinding, heeft uitgezien.</p>
<p>Zelfkwelling of niet, ik besluit dat ik alle details over zijn uiterlijk toch wil weten. Voordat ik in het zakje met de agenda ga ruiken, wil ik zoveel mogelijk opzoeken, al is het nog zo gruwelijk. Google biedt uitkomst. Het zweet breekt me uit als ik op internet zoek en lees: ‘Drie dagen na de dood start de ontbinding. Helemaal in een warme omgeving krijgen bacteriën vrij spel’. Ik voel mijn hart steeds sneller kloppen; even moet ik stoppen met lezen, terwijl ik aan die hete kamer denk. Zijn lichaam moet groenig geweest zijn, aan de oppervlakte gemarmerd met paars/bruin. Ik lees over rottingsvocht, giftige sappen en opzwellen van het lichaam tot ik naar de w.c. ren om huilend over te geven.</p>
<p><strong>Lijkgeur</strong><br />
Iets van de oorspronkelijke lijkgeur moet in het zakje zitten, want de politie heeft de agenda er onmiddellijk ingestopt. Nog voordat de leiding van ‘Beschermd Wonen’ een ellendig, tekortschietend ‘onzonapparaat’ in zijn kamer plaatste om de stank amateuristisch te bestrijden. Ik overwin mezelf en pak het plastic zakje op alsof het een kostbare schat is. Ik leg het op mijn schoot in een makkelijke stoel. ‘Vooruit’, zo vuur ik mezelf aan, ‘het moet er toch eens van komen en misschien helpt ’t om nog meer zwaarte weg te huilen’. Voorzichtig doe ik het zakje open en steek mijn neus erin. Ik snuif de geur op, eerst aarzelend, dan dieper en dieper. Zou de herkenning van die stank diep in het onbewuste van elk mens verankerd zijn? Vanuit een primitieve oertijd misschien? Mijn God, weleens over gelezen, maar nooit in ’t echt geroken. Dat moet het zijn: een onmiskenbare, weeë, zoetige, misselijk makende lucht. Ik barst in tranen uit en weer ren ik naar de w.c. </p>
<p>Maanden later pas wil ik de confrontatie met de agenda zelf aan. Maar durf ik hem uit het plastic zakje te halen? Durf ik te kijken welke afspraken hij in de maanden voor zijn zelfmoord genoteerd heeft? Sta ik er ook bij? Met welke mensen had hij nog contact?  Zou er een aanwijzing in staan, wanneer hij definitief tot zijn beslissing was gekomen? Hoewel, durf ik met blote handen een agenda aan te raken, die bijna acht dagen vlakbij rotting, bacteriën en wellicht maden heeft gelegen? Wie weet wat voor kwalijke stoffen zich aan het papier gehecht hebben. Zouden ziektekiemen in staat zijn via de agenda voort te leven? De eerste keer dat ik het aandurf de agenda te pakken doe ik dat met plastic handschoenen aan. Ik blader heel voorzichtig. Ja, daar staan we, de mensen die Alexander zag en met wie hij af en toe praatte. Zijn ex-vrouw natuurlijk en de dominee. Met Peter uit eten. Peter naar Java. Ma met vakantie, zo zie ik mezelf genoteerd.  Kennelijk heeft hij met zijn sterfdatum rekening gehouden met degenen die op reis waren. Hoe minder pottenkijkers, hoe beter, zal hij gedacht hebben. Ergens in februari staat een afspraak met een meisje genoteerd. Ik herinner me dat opeens weer. Na de eerste afspraak volgde geen nieuwe, bedenk ik. Kennelijk is dat ook een breekpunt geweest. Hij heeft het na zijn scheiding nog één keer geprobeerd…</p>
<p>In januari lees ik de ziekenzalving. Oh ja, daar had hij zich veel van voorgesteld. Er zouden mensen uit zijn kerk bij ‘m komen en de dominee zou hem dat ritueel toedienen. Wie weet zou het hem helpen… Maar ook dat bleek ijdele hoop.</p>
<p><strong>Evangelie van Johannes</strong><br />
Ma bellen, lees ik verscheidene malen. Een paar keer sta ik genoteerd bij 16.00 uur op de vrijdag. Ik voel een huilbui opkomen. Waarom heb ik dat niet vaker gedaan? Hem mee uit nemen, even samen naar een gezellig café in de buurt om een biertje te drinken. Wees blij dat je het in elk geval gedaan hebt, probeer ik mezelf te troosten. Maar waarom niet vaker, gaat dat andere stemmetje er tegenin. Hij vond het zo leuk. Als ik de straat inreed waar hij zijn kamer van ‘Beschermd Wonen’ had, liep hij al te kijken of ik eraan kwam. Dan reden we samen naar een dorp vlakbij, naar ons vaste café-restaurant. Vanuit de auto liepen we naast elkaar ernaar toe. Alexander met z’n door medicatie veroorzaakte, karakteristieke gang: z’n hoofd een beetje voorover gebogen, z’n voeten in een licht slingerend loopje. Een beetje Parkinson-achtig. Maar zo aardig, zo lief. De mensen daar herkenden ons als we binnenkwamen. Wat zouden ze gedacht hebben? Steevast liepen we naar de bar, een kleine, aparte ruimte waar we altijd de enige gasten waren. Standaard bestelde ik bitterballen met mosterd bij het bier. Gelukkig dat ik hem altijd het merendeel liet opeten. We praatten wat, maar nooit zo diepgravend. Waarom heb ik hem nooit wezenlijke dingen gevraagd, waarom altijd verhalen verteld die ik beleefd had bij mijn werk en nieuwtjes over familie en vrienden? Was ik bang voor zijn nachtmerries, de schizofrenie, zijn wanen en zijn wanhoop? Hij kon me glimlachend aanhoren, ietwat achterover geleund en vaak met zijn handen gevouwen achter z’n hoofd. Ach, misschien vond ie het juist wel prettig om niet over z’n ellende te hoeven praten, zo houd ik mezelf voor. Toch was er de laatste keren iets veranderd. Dan boog ie zich voorover naar me toe en praatte indringend. Ja, over wie ook al weer? Johannes uit de Bijbel. Ik moest beslist het Evangelie van Johannes lezen. Maar waarom was dat toch? Ik pieker me suf, maar ik weet niet meer wat hij allemaal zei. Had ik nou maar beter geluisterd. Voorzichtig schuif ik de agenda, opengevouwen op de week van de 9e juni, terug in het plastic omhulsel en leg ‘m weer op z’n plek op het dressoir.<br />
<em><br />
De auteur is journalist en werkende AOW&#8217;er.</em></p>
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ik dwing mezelf nog een keer mijn afgrijzen te overwinnen, want ik wil nu de dood ook ruiken. Tot dan toe had ik de agenda van <a href="http://www.dejaap.nl/2009/12/1951/" target="_blank">mijn door zelfmoord overleden zoon Alexander</a> slechts één keer durven bekijken. Door het transparante, zware plastic heen, waarin de politie ‘m als bewijsstuk had gestopt, las ik op de datum van 9 juni de dingen, die Alexander nodig had voor zijn zelfdoding. </p>
<p><span id="more-2195"></span></p>
<p>In tranen had ik ze gelezen en vanaf dat moment keek ik alleen van een afstand naar de agenda, die sinds 17 juni &#8211; in het plastic opengeslagen &#8211; op mijn dressoir lag. Op die donderdag werd mijn oudste zoon, bijna acht dagen na zijn overlijden, ontdekt bij het tehuis voor ‘Beschermd Wonen’. De data na 9 juni zijn allemaal blanco.</p>
<p><strong>Ontbinding</strong><br />
De agenda heeft bijna acht dagen open op het bureau in zijn woonkamer gelegen. Naast zijn dode lichaam. Het kan niet anders of het boekje moet langzamerhand doordrenkt zijn geraakt van stank. Alexander lag immers in een bijna hermetisch afgesloten kamer, terwijl het warme junidagen waren. Wij mochten hem dan ook niet meer zien. Mijn eerste impuls, na het telefoontje over zijn dood, om naar hem toe te rennen had ik van ‘de autoriteiten’ moeten bedwingen. Niet bedwingen kan ik echter mijn drang om te weten hoe hij er, bij de vinding, heeft uitgezien.</p>
<p>Zelfkwelling of niet, ik besluit dat ik alle details over zijn uiterlijk toch wil weten. Voordat ik in het zakje met de agenda ga ruiken, wil ik zoveel mogelijk opzoeken, al is het nog zo gruwelijk. Google biedt uitkomst. Het zweet breekt me uit als ik op internet zoek en lees: ‘Drie dagen na de dood start de ontbinding. Helemaal in een warme omgeving krijgen bacteriën vrij spel’. Ik voel mijn hart steeds sneller kloppen; even moet ik stoppen met lezen, terwijl ik aan die hete kamer denk. Zijn lichaam moet groenig geweest zijn, aan de oppervlakte gemarmerd met paars/bruin. Ik lees over rottingsvocht, giftige sappen en opzwellen van het lichaam tot ik naar de w.c. ren om huilend over te geven.</p>
<p><strong>Lijkgeur</strong><br />
Iets van de oorspronkelijke lijkgeur moet in het zakje zitten, want de politie heeft de agenda er onmiddellijk ingestopt. Nog voordat de leiding van ‘Beschermd Wonen’ een ellendig, tekortschietend ‘onzonapparaat’ in zijn kamer plaatste om de stank amateuristisch te bestrijden. Ik overwin mezelf en pak het plastic zakje op alsof het een kostbare schat is. Ik leg het op mijn schoot in een makkelijke stoel. ‘Vooruit’, zo vuur ik mezelf aan, ‘het moet er toch eens van komen en misschien helpt ’t om nog meer zwaarte weg te huilen’. Voorzichtig doe ik het zakje open en steek mijn neus erin. Ik snuif de geur op, eerst aarzelend, dan dieper en dieper. Zou de herkenning van die stank diep in het onbewuste van elk mens verankerd zijn? Vanuit een primitieve oertijd misschien? Mijn God, weleens over gelezen, maar nooit in ’t echt geroken. Dat moet het zijn: een onmiskenbare, weeë, zoetige, misselijk makende lucht. Ik barst in tranen uit en weer ren ik naar de w.c. </p>
<p>Maanden later pas wil ik de confrontatie met de agenda zelf aan. Maar durf ik hem uit het plastic zakje te halen? Durf ik te kijken welke afspraken hij in de maanden voor zijn zelfmoord genoteerd heeft? Sta ik er ook bij? Met welke mensen had hij nog contact?  Zou er een aanwijzing in staan, wanneer hij definitief tot zijn beslissing was gekomen? Hoewel, durf ik met blote handen een agenda aan te raken, die bijna acht dagen vlakbij rotting, bacteriën en wellicht maden heeft gelegen? Wie weet wat voor kwalijke stoffen zich aan het papier gehecht hebben. Zouden ziektekiemen in staat zijn via de agenda voort te leven? De eerste keer dat ik het aandurf de agenda te pakken doe ik dat met plastic handschoenen aan. Ik blader heel voorzichtig. Ja, daar staan we, de mensen die Alexander zag en met wie hij af en toe praatte. Zijn ex-vrouw natuurlijk en de dominee. Met Peter uit eten. Peter naar Java. Ma met vakantie, zo zie ik mezelf genoteerd.  Kennelijk heeft hij met zijn sterfdatum rekening gehouden met degenen die op reis waren. Hoe minder pottenkijkers, hoe beter, zal hij gedacht hebben. Ergens in februari staat een afspraak met een meisje genoteerd. Ik herinner me dat opeens weer. Na de eerste afspraak volgde geen nieuwe, bedenk ik. Kennelijk is dat ook een breekpunt geweest. Hij heeft het na zijn scheiding nog één keer geprobeerd…</p>
<p>In januari lees ik de ziekenzalving. Oh ja, daar had hij zich veel van voorgesteld. Er zouden mensen uit zijn kerk bij ‘m komen en de dominee zou hem dat ritueel toedienen. Wie weet zou het hem helpen… Maar ook dat bleek ijdele hoop.</p>
<p><strong>Evangelie van Johannes</strong><br />
Ma bellen, lees ik verscheidene malen. Een paar keer sta ik genoteerd bij 16.00 uur op de vrijdag. Ik voel een huilbui opkomen. Waarom heb ik dat niet vaker gedaan? Hem mee uit nemen, even samen naar een gezellig café in de buurt om een biertje te drinken. Wees blij dat je het in elk geval gedaan hebt, probeer ik mezelf te troosten. Maar waarom niet vaker, gaat dat andere stemmetje er tegenin. Hij vond het zo leuk. Als ik de straat inreed waar hij zijn kamer van ‘Beschermd Wonen’ had, liep hij al te kijken of ik eraan kwam. Dan reden we samen naar een dorp vlakbij, naar ons vaste café-restaurant. Vanuit de auto liepen we naast elkaar ernaar toe. Alexander met z’n door medicatie veroorzaakte, karakteristieke gang: z’n hoofd een beetje voorover gebogen, z’n voeten in een licht slingerend loopje. Een beetje Parkinson-achtig. Maar zo aardig, zo lief. De mensen daar herkenden ons als we binnenkwamen. Wat zouden ze gedacht hebben? Steevast liepen we naar de bar, een kleine, aparte ruimte waar we altijd de enige gasten waren. Standaard bestelde ik bitterballen met mosterd bij het bier. Gelukkig dat ik hem altijd het merendeel liet opeten. We praatten wat, maar nooit zo diepgravend. Waarom heb ik hem nooit wezenlijke dingen gevraagd, waarom altijd verhalen verteld die ik beleefd had bij mijn werk en nieuwtjes over familie en vrienden? Was ik bang voor zijn nachtmerries, de schizofrenie, zijn wanen en zijn wanhoop? Hij kon me glimlachend aanhoren, ietwat achterover geleund en vaak met zijn handen gevouwen achter z’n hoofd. Ach, misschien vond ie het juist wel prettig om niet over z’n ellende te hoeven praten, zo houd ik mezelf voor. Toch was er de laatste keren iets veranderd. Dan boog ie zich voorover naar me toe en praatte indringend. Ja, over wie ook al weer? Johannes uit de Bijbel. Ik moest beslist het Evangelie van Johannes lezen. Maar waarom was dat toch? Ik pieker me suf, maar ik weet niet meer wat hij allemaal zei. Had ik nou maar beter geluisterd. Voorzichtig schuif ik de agenda, opengevouwen op de week van de 9e juni, terug in het plastic omhulsel en leg ‘m weer op z’n plek op het dressoir.<br />
<em><br />
De auteur is journalist en werkende AOW&#8217;er.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.dejaap.nl/2010/01/03/de-agenda/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>15</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Forever young</title>
		<link>http://www.dejaap.nl/2009/12/17/1951/</link>
		<comments>http://www.dejaap.nl/2009/12/17/1951/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Dec 2009 13:22:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marijke Gravesteijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Column]]></category>
		<category><![CDATA[Aplhaville]]></category>
		<category><![CDATA[forever young]]></category>
		<category><![CDATA[zelfmoord]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.dejaap.nl/?p=1951</guid>
		<description><![CDATA[<p>Mijn <a href="http://www.dejaap.nl/2009/11/de-vuilniszak/" target="_blank">zoon Alexander</a> en ik zijn naar de psychiater geweest op die mooie dinsdag in mei. Ik ben heel optimistisch. Het gaat goed met ‘m. Hij wil zijn studie Geschiedenis uitbreiden en heeft afspraken gemaakt bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Hij wil zelfs met de trein op en neer terwijl hij eigenlijk niet eens per bus durfde te reizen. Hoe is het mogelijk? Is de schizofrenie dan toch te temmen? De psych en ik hebben wel geprobeerd om hem wat af te remmen. Rustig aan. Maar als het hem niet zou lukken met de trein, dan kan hij altijd logeren bij zijn zus in Lisse.</p>
<p><span id="more-1951"></span></p>
<p><strong>Forever young</strong><br />
Nee hoor, Alexander ziet het helemaal zitten. Vrolijk gestemd rijd ik weer met ‘m naar huis. &#8216;Blijf je hier eten?&#8217; &#8216;Ja graag. Biertje? ja lekker&#8217;. Ik zet intussen de tv aan. We treffen het eind van het nos-journaal en de sterreclame begint. Bijna wil ik opstaan en naar de keuken lopen als ik toch op het puntje van m’n stoel blijf zitten. Bij de <em>commercial</em> hoor ik plotseling een melodie die me treft. Ik herken ‘m, die heb ik eerder gehoord. Hoge, ijle mannenstemmen: ‘<em>Heaven can wait we ‘re only watching the skies. Hoping the best, but expecting the worst. Sooner or later they all will be gone. Why don’t they stay young</em>’. Die tekst onthoud ik op dat moment niet, want ik kijk naar Alexander. Vaak houden wij van dezelfde muziek. En tot mijn grote verbazing staat de normaal zo sombere, parkinson-achtige figuur daar bij de TV vrolijk te dansen. Hij speelt luchtgitaar en met drumgebaren speelt en zingt hij het refrein volop mee. Ik heb hem lange tijd niet zo opgewekt gezien. Hè jammer de reclame is afgelopen, maar één zin klinkt na in mijn hoofd. ‘<em>Forever young, forever young, I want to stay for ever young’</em>.</p>
<p>&#8216;Wat een goeie song&#8217;, zeg ik tegen hem. &#8216;Ja nou&#8217;, beaamt hij. Hij praat ineens enthousiast door: &#8216;Weet je wat ik ook zo’n goed nummer vind? <em>Who wants to live for ever</em>, van Queen&#8217;. &#8216;Ja&#8217;, antwoord ik argeloos. &#8216;Dat nummer heb ik geloof ik op cd&#8217;. Het eten is klaar en we gaan aan tafel.<br />
<strong><br />
Zelfmoord</strong><br />
Drie weken later is hij dood. Een zelfmoord met een ellendige nasleep. Na de begrafenis schiet opeens de herinnering aan die reclame door mijn hoofd. Wat was dat ook al weer? Iets met forever young. Geen wonder dat Alexander het een goed nummer vond. Hij blijft het nu zelf, bedenk ik in tranen. De muziek, en vooral de titel,  blijft mij achtervolgen. Juist omdat het een gedeeld moment was van ons laatste plezier. En achteraf zie ik pas de dubbele bodem. Hij noemde nota bene ook Queen nog! Terwijl hij juist van Rammstein en <em>heavy metal</em> hield. Ik kan me wel voor m’n kop slaan: waarom doorzag ik ’t niet? Ik was horende doof en ziende blind.</p>
<p><strong>Alphaville</strong><br />
Die muziek wil ik absoluut hebben, besluit ik. Wie zou mij kunnen helpen om ‘m te vinden? ik pieker, maar herinner me alleen <em>forever young</em>. De melodie raakt totaal geblokkeerd in mijn hoofd. Ik vraag het aan kennissen. Ik probeer ’t hen uit te leggen, maar ze zijn terughoudend. ‘Zoon gek, bij moeder ook een steekje los’, zie je ze denken. &#8216;Bob Dylan zou kunnen&#8217;, zegt een vriendin. Jammer dat ik niet in staat ben om de melodie voor te zingen. &#8216;Iets met hoge mannenstemmen&#8217;, probeer ik… Aarzelend noemt iemand ‘Alphaville’. &#8216;Ik weet geen namen&#8217;, zeg ik wanhopig.</p>
<p>In een flits besluit ik naar V&#038;D te gaan. Die jongen daar op de platenafdeling wist vroeger alles. Je hoefde hem maar één regel te zeggen of voor te zingen en hij wist feilloos wat je bedoelde. Ach, dat is 15 jaar geleden. Het zou een wonder zijn als die jongen er nog werkte.</p>
<p><strong>V&#038;D</strong><br />
Het is bloedheet buiten op die vrijdag in juli. Ik loop over straat met maar één doel: het vinden van <em>forever young</em>. Bij V&#038;D is het iets koeler maar toch voel ik druppels zweet over mijn rug lopen. Ik neem de roltrap naar de cd- en boekenafdeling en kijk zoekend rond. Zou ik die jongen nog herkennen van vroeger? Ik begin alvast in de bakken met cd’s te graaien. Dit gaat op deze manier niet lukken, denk ik. Ik moet hulp hebben. Transpirerend loop ik naar een blonde jongeman toe. Ik zie een diamantje in zijn oor. &#8216;Kunt u mij helpen, ik zoek <em>forever young</em>&#8216;, zeg ik wat onbeholpen. &#8216;Welke bedoelt u?&#8217; vraagt hij. &#8216;Wist ik het maar&#8217; antwoord ik stamelend. &#8216;Mijn zoon is pas overleden. Hij heeft zelfmoord gepleegd en heeft bijna acht dagen dood op zijn kamer gelegen voor hij gevonden werd. Het laatste leuke moment dat ik met hem had was die muziek, <em>forever young</em>. Maar ja, we hoorden de muziek bij de reclame, een of andere<em> commercial</em>. Verder weet ik er helemaal niets meer van&#8217;.Ik voel wat druppels op mijn voorhoofd parelen.</p>
<p>De jongeman is duidelijk aangedaan. Hij pakt me bij mijn arm en neemt me mee naar een computer. &#8216;Ik zoek wel op internet&#8217;, zegt hij. Trillend van emotie sta ik bij hem. &#8216;Tja&#8217;, zegt ie uiteindelijk. &#8216;Het kunnen verschillende nummers zijn. Ik ga wel voor u zoeken hier&#8217;. Hij loopt naar de bakken met cd’s, pakt elke cd en leest alle nummers. Talloze hoesjes passeren de <em>revue</em>. Verzamel cd’s, hits uit de jaren 80, 90, 70. Hij schudt zijn hoofd: “Ik begrijp er niks van. Die moeten we hier toch hebben”. Ik sta er werkloos bij, maar eigenlijk moet ik toch ook wat doen. Lukraak pak ik een cd, zet m’n leesbril op en ik pluis de nummers na. Niks, nada, noppes. Ik klamp me inmiddels aan de muziek vast alsof het een reddingsboei is. Als ik die vind, dan is alles weer normaal.</p>
<p>Een verkoopster komt naar ons toe, een aardige jonge vrouw, die ik hakkelend uitleg waar het om gaat. Ze gaat onmiddellijk meezoeken. &#8216;Ik begrijp er niets van&#8217;,  zegt ook zij. &#8216;Het moet zo’n bekend nummer zijn&#8217;. Robbie, zoals die jongen met het diamantje heet, geeft het niet op. Hij is nog zeker drie kwartier bezig. Inmiddels is mijn shirt doorweekt. We overleggen met ons drieën. Robbie zegt: &#8216;Het is nu vrijdag, morgen en zondag ben ik vrij en ga ik thuis verder zoeken. Weet u wat, schrijf even uw  telefoonnummer op en uw naam. Als ik wat vind, dan bel ik u na het weekend&#8217;.</p>
<p>Onverrichter zake ga ik naar huis. Teleurgesteld.</p>
<p><strong>Mevrouw Gravesteijn</strong><br />
Maandagmiddag gaat de telefoon. De aardige cd-verkoopster aan de andere kant van de lijn: &#8216;Ik heb hier iets voor u liggen bij de kassa&#8217;. &#8216;Ik kom eraan&#8217;, roep ik. Jammer genoeg is Robbie er zelf niet, maar de verkoopster geeft mij een cd met een briefje erop. Ik lees:’ Voor mevrouw Gravesteijn. Mag gratis meegegeven worden’.  Zijn handtekening staat eronder. Het meisje: &#8216;Robbie heeft vijf nummers die hij kon vinden met forever young hierop gezet. Hij hoopt dat uw song erbij zit&#8217;. Ik ben opgetogen en race met een onverantwoorde snelheid naar huis om te horen of het echt de muziek is. </p>
<p>Gelukkig ben ik alleen en kan ik in m’n eentje geconcentreerd luisteren. Ik trek een stoel bij de stereo en ik doe met kloppend hart het schijfje de cd-speler in. Er gaat van alles fout omdat ik de installatie nog niet goed ken. Mijn God, hoe krijg ik hier geluid uit; wat er op die zwarte knopjes staat is bijna onleesbaar. Het zweet breekt mij uit als ik mijn bril er bij opzet. Hè eindelijk; als eerste vult de stem van Bob Dylan de kamer. Het is forever young maar niet dè forever young. Hopelijk nummer 2. Een andere stem vervult de kamer: het lied van Bob Dylan maar dan door een ander gezongen.</p>
<p><strong>Diamonds are forever</strong><br />
Nog drie nummers te gaan… Bij het derde schieten me meteen de tranen in de ogen. Ja, dat is de melodie van de commercial. Hoge mannenstemmen en een ijle melodie ‘<em>Heaven can wait only watching the skies. Let us die young or let us live forever, we don’t have the power, but we never say never. It ’s so hard to get old without a cause. I don’t want to perish like a fading horse. Youth is like diamonds in the sun and diamonds are forever</em>. En dan het hartbrekende refrein Forever young, forever young. I want to stay forever young’. </p>
<p>Ik explodeer in een huilbui waar geen eind aan komt. Ik strompel huilend naar het dressoir en pak Alexanders foto erbij. Op de foto is hij slank, lachend en ondeugend en is hij door de fotograaf betrapt op zijn bruilloft terwijl hij een sigaretje rookt. Ik kus de foto ‘Oh oh, wat was je toch leuk, wat kon je vroeger toch lachen en wat een humor’. Die gedachte wordt wreed doorkruist als ik weer een beeld van hem zie, liggend in het duister op de grond; in slaaphouding, maar dood.</p>
<p>Nooit zou hij meer bellen en roepen &#8216;ha ma’tje, hoe is het met je hart?&#8217; Nu zou ik antwoorden: &#8216;Alexander, je brak mijn hart&#8217;. Een intens verdriet stijgt op vanaf mijn buik naar boven en komt als een waterval van tranen naar buiten. Ik pak er een rol keukenpapier bij en snikkend hoor ik de hoge mannenstemmen <em>forever young</em> zingen. Alexander, jij blijft altijd jong in mijn gedachten; hoe oud ik ook mag worden.  </p>
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mijn <a href="http://www.dejaap.nl/2009/11/de-vuilniszak/" target="_blank">zoon Alexander</a> en ik zijn naar de psychiater geweest op die mooie dinsdag in mei. Ik ben heel optimistisch. Het gaat goed met ‘m. Hij wil zijn studie Geschiedenis uitbreiden en heeft afspraken gemaakt bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Hij wil zelfs met de trein op en neer terwijl hij eigenlijk niet eens per bus durfde te reizen. Hoe is het mogelijk? Is de schizofrenie dan toch te temmen? De psych en ik hebben wel geprobeerd om hem wat af te remmen. Rustig aan. Maar als het hem niet zou lukken met de trein, dan kan hij altijd logeren bij zijn zus in Lisse.</p>
<p><span id="more-1951"></span></p>
<p><strong>Forever young</strong><br />
Nee hoor, Alexander ziet het helemaal zitten. Vrolijk gestemd rijd ik weer met ‘m naar huis. &#8216;Blijf je hier eten?&#8217; &#8216;Ja graag. Biertje? ja lekker&#8217;. Ik zet intussen de tv aan. We treffen het eind van het nos-journaal en de sterreclame begint. Bijna wil ik opstaan en naar de keuken lopen als ik toch op het puntje van m’n stoel blijf zitten. Bij de <em>commercial</em> hoor ik plotseling een melodie die me treft. Ik herken ‘m, die heb ik eerder gehoord. Hoge, ijle mannenstemmen: ‘<em>Heaven can wait we ‘re only watching the skies. Hoping the best, but expecting the worst. Sooner or later they all will be gone. Why don’t they stay young</em>’. Die tekst onthoud ik op dat moment niet, want ik kijk naar Alexander. Vaak houden wij van dezelfde muziek. En tot mijn grote verbazing staat de normaal zo sombere, parkinson-achtige figuur daar bij de TV vrolijk te dansen. Hij speelt luchtgitaar en met drumgebaren speelt en zingt hij het refrein volop mee. Ik heb hem lange tijd niet zo opgewekt gezien. Hè jammer de reclame is afgelopen, maar één zin klinkt na in mijn hoofd. ‘<em>Forever young, forever young, I want to stay for ever young’</em>.</p>
<p>&#8216;Wat een goeie song&#8217;, zeg ik tegen hem. &#8216;Ja nou&#8217;, beaamt hij. Hij praat ineens enthousiast door: &#8216;Weet je wat ik ook zo’n goed nummer vind? <em>Who wants to live for ever</em>, van Queen&#8217;. &#8216;Ja&#8217;, antwoord ik argeloos. &#8216;Dat nummer heb ik geloof ik op cd&#8217;. Het eten is klaar en we gaan aan tafel.<br />
<strong><br />
Zelfmoord</strong><br />
Drie weken later is hij dood. Een zelfmoord met een ellendige nasleep. Na de begrafenis schiet opeens de herinnering aan die reclame door mijn hoofd. Wat was dat ook al weer? Iets met forever young. Geen wonder dat Alexander het een goed nummer vond. Hij blijft het nu zelf, bedenk ik in tranen. De muziek, en vooral de titel,  blijft mij achtervolgen. Juist omdat het een gedeeld moment was van ons laatste plezier. En achteraf zie ik pas de dubbele bodem. Hij noemde nota bene ook Queen nog! Terwijl hij juist van Rammstein en <em>heavy metal</em> hield. Ik kan me wel voor m’n kop slaan: waarom doorzag ik ’t niet? Ik was horende doof en ziende blind.</p>
<p><strong>Alphaville</strong><br />
Die muziek wil ik absoluut hebben, besluit ik. Wie zou mij kunnen helpen om ‘m te vinden? ik pieker, maar herinner me alleen <em>forever young</em>. De melodie raakt totaal geblokkeerd in mijn hoofd. Ik vraag het aan kennissen. Ik probeer ’t hen uit te leggen, maar ze zijn terughoudend. ‘Zoon gek, bij moeder ook een steekje los’, zie je ze denken. &#8216;Bob Dylan zou kunnen&#8217;, zegt een vriendin. Jammer dat ik niet in staat ben om de melodie voor te zingen. &#8216;Iets met hoge mannenstemmen&#8217;, probeer ik… Aarzelend noemt iemand ‘Alphaville’. &#8216;Ik weet geen namen&#8217;, zeg ik wanhopig.</p>
<p>In een flits besluit ik naar V&#038;D te gaan. Die jongen daar op de platenafdeling wist vroeger alles. Je hoefde hem maar één regel te zeggen of voor te zingen en hij wist feilloos wat je bedoelde. Ach, dat is 15 jaar geleden. Het zou een wonder zijn als die jongen er nog werkte.</p>
<p><strong>V&#038;D</strong><br />
Het is bloedheet buiten op die vrijdag in juli. Ik loop over straat met maar één doel: het vinden van <em>forever young</em>. Bij V&#038;D is het iets koeler maar toch voel ik druppels zweet over mijn rug lopen. Ik neem de roltrap naar de cd- en boekenafdeling en kijk zoekend rond. Zou ik die jongen nog herkennen van vroeger? Ik begin alvast in de bakken met cd’s te graaien. Dit gaat op deze manier niet lukken, denk ik. Ik moet hulp hebben. Transpirerend loop ik naar een blonde jongeman toe. Ik zie een diamantje in zijn oor. &#8216;Kunt u mij helpen, ik zoek <em>forever young</em>&#8216;, zeg ik wat onbeholpen. &#8216;Welke bedoelt u?&#8217; vraagt hij. &#8216;Wist ik het maar&#8217; antwoord ik stamelend. &#8216;Mijn zoon is pas overleden. Hij heeft zelfmoord gepleegd en heeft bijna acht dagen dood op zijn kamer gelegen voor hij gevonden werd. Het laatste leuke moment dat ik met hem had was die muziek, <em>forever young</em>. Maar ja, we hoorden de muziek bij de reclame, een of andere<em> commercial</em>. Verder weet ik er helemaal niets meer van&#8217;.Ik voel wat druppels op mijn voorhoofd parelen.</p>
<p>De jongeman is duidelijk aangedaan. Hij pakt me bij mijn arm en neemt me mee naar een computer. &#8216;Ik zoek wel op internet&#8217;, zegt hij. Trillend van emotie sta ik bij hem. &#8216;Tja&#8217;, zegt ie uiteindelijk. &#8216;Het kunnen verschillende nummers zijn. Ik ga wel voor u zoeken hier&#8217;. Hij loopt naar de bakken met cd’s, pakt elke cd en leest alle nummers. Talloze hoesjes passeren de <em>revue</em>. Verzamel cd’s, hits uit de jaren 80, 90, 70. Hij schudt zijn hoofd: “Ik begrijp er niks van. Die moeten we hier toch hebben”. Ik sta er werkloos bij, maar eigenlijk moet ik toch ook wat doen. Lukraak pak ik een cd, zet m’n leesbril op en ik pluis de nummers na. Niks, nada, noppes. Ik klamp me inmiddels aan de muziek vast alsof het een reddingsboei is. Als ik die vind, dan is alles weer normaal.</p>
<p>Een verkoopster komt naar ons toe, een aardige jonge vrouw, die ik hakkelend uitleg waar het om gaat. Ze gaat onmiddellijk meezoeken. &#8216;Ik begrijp er niets van&#8217;,  zegt ook zij. &#8216;Het moet zo’n bekend nummer zijn&#8217;. Robbie, zoals die jongen met het diamantje heet, geeft het niet op. Hij is nog zeker drie kwartier bezig. Inmiddels is mijn shirt doorweekt. We overleggen met ons drieën. Robbie zegt: &#8216;Het is nu vrijdag, morgen en zondag ben ik vrij en ga ik thuis verder zoeken. Weet u wat, schrijf even uw  telefoonnummer op en uw naam. Als ik wat vind, dan bel ik u na het weekend&#8217;.</p>
<p>Onverrichter zake ga ik naar huis. Teleurgesteld.</p>
<p><strong>Mevrouw Gravesteijn</strong><br />
Maandagmiddag gaat de telefoon. De aardige cd-verkoopster aan de andere kant van de lijn: &#8216;Ik heb hier iets voor u liggen bij de kassa&#8217;. &#8216;Ik kom eraan&#8217;, roep ik. Jammer genoeg is Robbie er zelf niet, maar de verkoopster geeft mij een cd met een briefje erop. Ik lees:’ Voor mevrouw Gravesteijn. Mag gratis meegegeven worden’.  Zijn handtekening staat eronder. Het meisje: &#8216;Robbie heeft vijf nummers die hij kon vinden met forever young hierop gezet. Hij hoopt dat uw song erbij zit&#8217;. Ik ben opgetogen en race met een onverantwoorde snelheid naar huis om te horen of het echt de muziek is. </p>
<p>Gelukkig ben ik alleen en kan ik in m’n eentje geconcentreerd luisteren. Ik trek een stoel bij de stereo en ik doe met kloppend hart het schijfje de cd-speler in. Er gaat van alles fout omdat ik de installatie nog niet goed ken. Mijn God, hoe krijg ik hier geluid uit; wat er op die zwarte knopjes staat is bijna onleesbaar. Het zweet breekt mij uit als ik mijn bril er bij opzet. Hè eindelijk; als eerste vult de stem van Bob Dylan de kamer. Het is forever young maar niet dè forever young. Hopelijk nummer 2. Een andere stem vervult de kamer: het lied van Bob Dylan maar dan door een ander gezongen.</p>
<p><strong>Diamonds are forever</strong><br />
Nog drie nummers te gaan… Bij het derde schieten me meteen de tranen in de ogen. Ja, dat is de melodie van de commercial. Hoge mannenstemmen en een ijle melodie ‘<em>Heaven can wait only watching the skies. Let us die young or let us live forever, we don’t have the power, but we never say never. It ’s so hard to get old without a cause. I don’t want to perish like a fading horse. Youth is like diamonds in the sun and diamonds are forever</em>. En dan het hartbrekende refrein Forever young, forever young. I want to stay forever young’. </p>
<p>Ik explodeer in een huilbui waar geen eind aan komt. Ik strompel huilend naar het dressoir en pak Alexanders foto erbij. Op de foto is hij slank, lachend en ondeugend en is hij door de fotograaf betrapt op zijn bruilloft terwijl hij een sigaretje rookt. Ik kus de foto ‘Oh oh, wat was je toch leuk, wat kon je vroeger toch lachen en wat een humor’. Die gedachte wordt wreed doorkruist als ik weer een beeld van hem zie, liggend in het duister op de grond; in slaaphouding, maar dood.</p>
<p>Nooit zou hij meer bellen en roepen &#8216;ha ma’tje, hoe is het met je hart?&#8217; Nu zou ik antwoorden: &#8216;Alexander, je brak mijn hart&#8217;. Een intens verdriet stijgt op vanaf mijn buik naar boven en komt als een waterval van tranen naar buiten. Ik pak er een rol keukenpapier bij en snikkend hoor ik de hoge mannenstemmen <em>forever young</em> zingen. Alexander, jij blijft altijd jong in mijn gedachten; hoe oud ik ook mag worden.  </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.dejaap.nl/2009/12/17/1951/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>13</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De vuilniszak</title>
		<link>http://www.dejaap.nl/2009/11/30/de-vuilniszak/</link>
		<comments>http://www.dejaap.nl/2009/11/30/de-vuilniszak/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Nov 2009 13:24:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marijke Gravesteijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Column]]></category>
		<category><![CDATA[verstikking]]></category>
		<category><![CDATA[zelfmoord]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.dejaap.nl/?p=1678</guid>
		<description><![CDATA[<p>De agenda had bijna acht dagen lang naast het dode lichaam van mijn 40-jarige zoon Alexander gelegen. Via de politie kreeg ik die terug en het boekje lag lange tijd in een transparant plastic zakje op het dressoir in mijn woonkamer. Ik durfde de confrontatie met de inhoud van de agenda niet aan. Bang als ik was om de datum van zijn zelfmoord, 9 juni, onder ogen te zien. Wat zou mijn oudste – aan schizofrenie lijdende – zoon er opgeschreven hebben? Erger nog leek het me om in het zakje de stank van zijn ontbindende lichaam te ruiken. Het papier had die ongetwijfeld in zich opgenomen. Tot ik mezelf eindelijk over de drempel dwong. </p>
<p><span id="more-1678"></span></p>
<p>Op m’n tenen sloop ik naar het dressoir en keek naar de opengeslagen bladzijde. Mijn blik werd onmiddellijk naar 9 juni getrokken. In tranen las ik de benodigdheden, die hij daar had genoteerd voor zijn zelfmoord en ik dwong mezelf om de lugubere details tot me door te laten dringen: Pillen, ouzo, vuilniszakken, post-elastiekjes, wat zou hij daarmee bedoeld hebben? Ik kan tot geen andere conclusie komen: Alexander wilde zichzelf eerst bedwelmen met pillen en drank en dan de vuilniszak over zijn hoofd trekken, elastiek er om heen tot een verstikkingsdood aan toe. Ik zag die benodigdheden in zijn agenda doorgestreept staan. Nauwgezet was hij tot in de dood. </p>
<p>Bestaat er een soort synchroniciteit van gebeurtenissen, bedacht ik opeens. Ik realiseerde me namelijk dat ik een paar dagen voor zijn dood op ook in de weer ben geweest  met een vuilniszak. Op zondag 5 juni waren mijn man en ik namelijk met vakantie op Tenerife, een vulkanisch eiland met zwart zand, geheel onwetend van zich 2000 kilometer verderop afspeelde. Zo zaten wij die dag heerlijk in de zon op een terras bij het strand. Het was ochtend en we zouden de volgende dag weer naar huis gaan. Onze laatste kans dus op nog wat strandplezier. Toch was de situatie aan de boulevard anders dan voorgaande dagen. Er kwamen mensen voorbij; het begon met een paar, maar langzamerhand volgden er meer. Het waren voornamelijk jonge mensen.</p>
<p>Eerst viel het me niet zo op en dacht ik ‘misschien gaan ze naar een kerk’. Het was immers zondag. Maar na een kwartier zag ik de stroom aanzwellen tot grote groepen. Alle voorbijgangers bewogen zich met besliste passen voort op het trottoir langs ons terras. Ze gingen dezelfde kant op. Na een half uur nam het aantal passanten langzamerhand wat af, maar wie er ook aankwam, ze liepen dezelfde richting op. Ik voelde me heel onrustig en nieuwsgierig worden. Ik stootte mijn man aan: “Ik snap er niks van, waar zouden ze allemaal naartoe gaan?” Hij bleef op z’n stoel zitten, verzonken in zijn eigen pijntjes, en het liet hem zo te zien totaal onverschillig.</p>
<p><strong>Wolkenloos</strong><br />
Ik wilde er meer van weten en tuurde in de verte of ik ontwaren kon waar de stroom heen ging maar hij loste zich op achter een nevelachtige rots. Het hield nu bijna op, slechts een handjevol jongelui haastte zich nog voorbij. Ik kon het niet langer uithouden. “Ik ga kijken”,  zei ik op besliste toon. Mijn man bromde iets van laat mij hier maar zitten. Dus stond ik snel op en voegde me bij de laatste mensen die de richting van de verre rots insloegen.</p>
<p>Honderden meters verderop liepen we van de gebaande weg een stenig stuk strand op. Het uitzicht werd belemmerd door hoge rotsen. Dat wordt klimmen, dacht ik. Samen met de jongelui, die me een handje hielpen, besteeg ik moeizaam een helling. Boven op de rand stond een man, zijn silhouet scherp afgetekend tegen de blauwe, wolkenloze lucht. Hij had een grote rol donkergrijze, plastic vuilniszakken in zijn hand en scheurde er voor iedereen die het maar wilde een zak af. Op de rots stond ik even stil en keek stomverbaasd naar het uitzicht. Dat was een totale verrassing. Ik zag een schitterende, halfronde baai die van de zee tot de verre kliffen aan toe gevuld was met mensen. Het was er zo vol dat je over de hoofden kon lopen.</p>
<p><strong>Vuilniszak</strong><br />
Ik behoorde echt tot de laatst gearriveerden en het bleek net op tijd. Met een vuilniszak in m’n hand daalde ik de helling voorzichtig af en voegde me bij de menigte. Rondom mij klonken gesprekken in het Spaans waar ik werkelijk niets van snapte; wat deden die honderden mensen hier, allemaal gewapend met een plastic zak?</p>
<p>Plotseling verstomden de stemmen, boven op de rots nam de man van de zakken een megafoon ter hand en hij riep in het Spaans iets over de hoofden van de menigte heen. Tot mijn afgrijzen en verwondering sloeg iedereen tegelijk z’n grijze zak open en trok hem over z’n hoofd. Ik wilde niet achter blijven en deed ’t ook maar. Voor alle zekerheid maakte ik een gaatje in mijn zak om te zien hoe het allemaal zou aflopen. De man met de megafoon brulde een Spaanse kreet over de baai en uit honderden kelen klonk dezelfde kreet.</p>
<p><strong>Ritueel</strong><br />
Dit ritueel werd vele malen herhaald en ondertussen had ik een fascinerend uitzicht. De grote baai had een metamorfose ondergaan. Door mijn kijkgat zag een enorme, zwartgrijze massa die het hele strand bedekte. Na een paar keer schreeuwen wist ik hoe de kreet luidde en deed dapper mee. Zonder te weten wat ik eigenlijk riep. Tot het op slag was afgelopen en de mensen hun vuilniszak weer afdeden. Gezellig met elkaar pratend liepen de deelnemers terug naar het pad over de rotsen. Langzamerhand stroomde het strand leeg. Interessant om meegemaakt te hebben, dacht ik enthousiast. Hoewel ik geen notie had waarover het ging.</p>
<p>Opgewekt met mijn  vuilniszak zwaaiend liep ik terug naar mijn man op het terras. Hij reageerde amper op mijn verhaal, maar die gebeurtenis in de baai zou ik nooit vergeten door de agenda van Alexander.</p>
<p>Vier dagen later was hij dood. Zijn vuilniszak heeft hij wel even uitgeprobeerd, maar die poging tot verstikking heeft hij kennelijk afgebroken. Zo stond er in het medisch rapport achteraf. Mijn vuilniszak moet een protest tegen milieuvervuiling geweest zijn, bedacht ik later. Dat Alexander op diezelfde zondag zijn vuilniszak bekeken moet hebben, lijdt geen twijfel. Misschien heeft hij ‘m toen ook even over z’n hoofd getrokken om te voelen hoe ’t zou zijn.</p>
<p>Een krankzinnig toeval.  </p>
<p><em>De auteur is net geen babyboomer meer, AOW-er en journalist.</em></p>
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De agenda had bijna acht dagen lang naast het dode lichaam van mijn 40-jarige zoon Alexander gelegen. Via de politie kreeg ik die terug en het boekje lag lange tijd in een transparant plastic zakje op het dressoir in mijn woonkamer. Ik durfde de confrontatie met de inhoud van de agenda niet aan. Bang als ik was om de datum van zijn zelfmoord, 9 juni, onder ogen te zien. Wat zou mijn oudste – aan schizofrenie lijdende – zoon er opgeschreven hebben? Erger nog leek het me om in het zakje de stank van zijn ontbindende lichaam te ruiken. Het papier had die ongetwijfeld in zich opgenomen. Tot ik mezelf eindelijk over de drempel dwong. </p>
<p><span id="more-1678"></span></p>
<p>Op m’n tenen sloop ik naar het dressoir en keek naar de opengeslagen bladzijde. Mijn blik werd onmiddellijk naar 9 juni getrokken. In tranen las ik de benodigdheden, die hij daar had genoteerd voor zijn zelfmoord en ik dwong mezelf om de lugubere details tot me door te laten dringen: Pillen, ouzo, vuilniszakken, post-elastiekjes, wat zou hij daarmee bedoeld hebben? Ik kan tot geen andere conclusie komen: Alexander wilde zichzelf eerst bedwelmen met pillen en drank en dan de vuilniszak over zijn hoofd trekken, elastiek er om heen tot een verstikkingsdood aan toe. Ik zag die benodigdheden in zijn agenda doorgestreept staan. Nauwgezet was hij tot in de dood. </p>
<p>Bestaat er een soort synchroniciteit van gebeurtenissen, bedacht ik opeens. Ik realiseerde me namelijk dat ik een paar dagen voor zijn dood op ook in de weer ben geweest  met een vuilniszak. Op zondag 5 juni waren mijn man en ik namelijk met vakantie op Tenerife, een vulkanisch eiland met zwart zand, geheel onwetend van zich 2000 kilometer verderop afspeelde. Zo zaten wij die dag heerlijk in de zon op een terras bij het strand. Het was ochtend en we zouden de volgende dag weer naar huis gaan. Onze laatste kans dus op nog wat strandplezier. Toch was de situatie aan de boulevard anders dan voorgaande dagen. Er kwamen mensen voorbij; het begon met een paar, maar langzamerhand volgden er meer. Het waren voornamelijk jonge mensen.</p>
<p>Eerst viel het me niet zo op en dacht ik ‘misschien gaan ze naar een kerk’. Het was immers zondag. Maar na een kwartier zag ik de stroom aanzwellen tot grote groepen. Alle voorbijgangers bewogen zich met besliste passen voort op het trottoir langs ons terras. Ze gingen dezelfde kant op. Na een half uur nam het aantal passanten langzamerhand wat af, maar wie er ook aankwam, ze liepen dezelfde richting op. Ik voelde me heel onrustig en nieuwsgierig worden. Ik stootte mijn man aan: “Ik snap er niks van, waar zouden ze allemaal naartoe gaan?” Hij bleef op z’n stoel zitten, verzonken in zijn eigen pijntjes, en het liet hem zo te zien totaal onverschillig.</p>
<p><strong>Wolkenloos</strong><br />
Ik wilde er meer van weten en tuurde in de verte of ik ontwaren kon waar de stroom heen ging maar hij loste zich op achter een nevelachtige rots. Het hield nu bijna op, slechts een handjevol jongelui haastte zich nog voorbij. Ik kon het niet langer uithouden. “Ik ga kijken”,  zei ik op besliste toon. Mijn man bromde iets van laat mij hier maar zitten. Dus stond ik snel op en voegde me bij de laatste mensen die de richting van de verre rots insloegen.</p>
<p>Honderden meters verderop liepen we van de gebaande weg een stenig stuk strand op. Het uitzicht werd belemmerd door hoge rotsen. Dat wordt klimmen, dacht ik. Samen met de jongelui, die me een handje hielpen, besteeg ik moeizaam een helling. Boven op de rand stond een man, zijn silhouet scherp afgetekend tegen de blauwe, wolkenloze lucht. Hij had een grote rol donkergrijze, plastic vuilniszakken in zijn hand en scheurde er voor iedereen die het maar wilde een zak af. Op de rots stond ik even stil en keek stomverbaasd naar het uitzicht. Dat was een totale verrassing. Ik zag een schitterende, halfronde baai die van de zee tot de verre kliffen aan toe gevuld was met mensen. Het was er zo vol dat je over de hoofden kon lopen.</p>
<p><strong>Vuilniszak</strong><br />
Ik behoorde echt tot de laatst gearriveerden en het bleek net op tijd. Met een vuilniszak in m’n hand daalde ik de helling voorzichtig af en voegde me bij de menigte. Rondom mij klonken gesprekken in het Spaans waar ik werkelijk niets van snapte; wat deden die honderden mensen hier, allemaal gewapend met een plastic zak?</p>
<p>Plotseling verstomden de stemmen, boven op de rots nam de man van de zakken een megafoon ter hand en hij riep in het Spaans iets over de hoofden van de menigte heen. Tot mijn afgrijzen en verwondering sloeg iedereen tegelijk z’n grijze zak open en trok hem over z’n hoofd. Ik wilde niet achter blijven en deed ’t ook maar. Voor alle zekerheid maakte ik een gaatje in mijn zak om te zien hoe het allemaal zou aflopen. De man met de megafoon brulde een Spaanse kreet over de baai en uit honderden kelen klonk dezelfde kreet.</p>
<p><strong>Ritueel</strong><br />
Dit ritueel werd vele malen herhaald en ondertussen had ik een fascinerend uitzicht. De grote baai had een metamorfose ondergaan. Door mijn kijkgat zag een enorme, zwartgrijze massa die het hele strand bedekte. Na een paar keer schreeuwen wist ik hoe de kreet luidde en deed dapper mee. Zonder te weten wat ik eigenlijk riep. Tot het op slag was afgelopen en de mensen hun vuilniszak weer afdeden. Gezellig met elkaar pratend liepen de deelnemers terug naar het pad over de rotsen. Langzamerhand stroomde het strand leeg. Interessant om meegemaakt te hebben, dacht ik enthousiast. Hoewel ik geen notie had waarover het ging.</p>
<p>Opgewekt met mijn  vuilniszak zwaaiend liep ik terug naar mijn man op het terras. Hij reageerde amper op mijn verhaal, maar die gebeurtenis in de baai zou ik nooit vergeten door de agenda van Alexander.</p>
<p>Vier dagen later was hij dood. Zijn vuilniszak heeft hij wel even uitgeprobeerd, maar die poging tot verstikking heeft hij kennelijk afgebroken. Zo stond er in het medisch rapport achteraf. Mijn vuilniszak moet een protest tegen milieuvervuiling geweest zijn, bedacht ik later. Dat Alexander op diezelfde zondag zijn vuilniszak bekeken moet hebben, lijdt geen twijfel. Misschien heeft hij ‘m toen ook even over z’n hoofd getrokken om te voelen hoe ’t zou zijn.</p>
<p>Een krankzinnig toeval.  </p>
<p><em>De auteur is net geen babyboomer meer, AOW-er en journalist.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.dejaap.nl/2009/11/30/de-vuilniszak/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

