Mark Wagemakers

 

“KKhomo! Ga je moeder n*ken!” A) Iéts in die zin klopt niet. B) Het is me meerdere malen verwenst. Zomaar. Op straat. Na een avondje stappen. Op internet. Tijdens het shoppen naar kloeke kerstsnuisterijtjes. Het gekke is dat zulks prima getolereerd wordt door de opvoeders. Sterker nog; achter de roomblanke muren in de Amsterdam Osdorpse schotelflats wordt de kleine ondeugden geleerd dat homoseksualiteit een ziekte is. Iets waar men zelf voor kiest. Dat het een bestrijdbaar kwaad is. En de kleine jochies krijgen van de linkse salonsocialisten en rechtse elite de schuld. Terwijl we het ze eigenlijk niet eens kwalijk kunnen nemen. Het zou hetzelfde zijn als we iedere dag poep zouden eten; je raakt er vanzelf aan gewend. Lees verder »

 

Steeds vaker laait de discussie op of psychiatrisch zieken gebruik mogen maken van de euthanasiewet, die sinds 1 april 2002 van kracht is. Op papier is dat gewaarborgd, in de praktijk blijkt het lastiger dan gedacht. In de wet staat dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Want wanneer heb je genoeg geleden? Wanneer is het uitzichtloos? Wanneer kom je niet meer in aanmerking voor een afgrijselijke, langzame dood (of erger; een mislukte poging), maar voor de dood op recept, zoals ze dat in christelijke kringen zeggen? Kortom: wanneer mag je op een humane manier dood? Lees verder »

 

Als ik twee dagen mijn medicijnen niet inneem, krijg ik een terugval. Een akelig woord, dat niets meer betekent dan dat ik verzink in mijn negatieve gewoontes. Fascinaties voor de dood, een trekkende melancholie, excessief drankgebruik. Veel seks, altijd geil, maar ook altijd depressief. Als ik die luttele achtenveertig uur niet het stofje escitolapram tot me neem, krijg ik verschijnselen waar de wannabe-bourgeois enkel van kan dromen. Wat Lou Reed bezingt en wat William Shakespeare beschrijft. Maar geloof me; het zit allemaal tussen jullie oren. Lees verder »

Switch to our mobile site