Tom Rustebiel

Alpe d’Huez: Hoezo Nederlandse berg?

 Sport  Reageren uitgeschakeld
jul 222011
 

Vraag eens ’n willekeurige Nederlander naar de meest bekende Tourcol. Wedden dat je als antwoord l’Alpe d’Huez krijgt? Je zou hierdoor het idee kunnen krijgen dat deze berg legendarisch, loodzwaar, enorm hoog of wonderschoon is. Maar niets is minder waar.Tweeduizend meter. Dat is ongeveer de grens, die de cols van de colletjes onderscheidt. Boven die grens hebben we in Europa fameuze puisten als de Galibier, Izoard, Agnello, Tourmalet, Iseran, Croix-de-Fer, Gavia, Grossglockner, Stelvio, Kronplatz, Pordoi, la Covatilla, Sierra Nevada en San Bernardino. De Alpe blijft steken op ‘slechts’ 1860 meter. Dan de historie. De Galibier dook in 1911 voor het eerst op in het Tourparkoers. Ook de Aubisque maakte al vroeg zijn debuut, waardoor het vandaag de dag de meest beklommen Tourcol is.

Lees verder op Het is Koers >>>

jul 212011
 

‘Weerzinwekkend’, ‘onmenselijk’ en ‘levensgevaarlijk’, slechts een greep uit de reacties nadat met de Ballon d’ Alsace, de Col Bayard en de Côte de Laffrey de eerste bergen in de Tour opdoken. ,,Fietsende dwergen krabbelen moeizaam tegen bergreuzen op’’, schreef Henri Desgrange in L´Auto, het organiserende blad. Nu, meer dan een eeuw later, is dat alles niet meer van toepassing. De bergen zijn geaccepteerd. De Col ‘d Izoard is één van die roemruchte Tourklassiekers. In 2011 staat hij weer op het program. De Izoard behoort dus tot de prehistorie van het cyclisme. Er zijn dan ook veel heroïsche verhalen geschreven, op de flanken van deze Alpenreus. En die zijn niet allemaal even fraai. In de Tour van 1923 doen de wildste complottheorieën de ronde. In de etappe over de Izoard moesten respectievelijk de Belgische favorieten Léon Scieur en Firmin Lambot opgeven om duistere redenen. De eerste had koffie in zijn bidon, waarna hij ongelooflijke maagkrampen kreeg. En van Lambot was het crankstel doorgezaagd. Ook een andere buitenlander, Ottavio Bottecchia, zwalkte over de flanken van de Izoard. Hij was ook vergiftigd, maar won desondanks de Tour. Vier jaar later vond Bottecchia op mysterieuze wijze de dood. Een boer bekende dat hij de Italiaan vermoordde, omdat hij druiven van zijn wijngaard at. Maar op het tijdstip van overlijden waren de druiven nog niet eens rijp. Een latere lezing gaf de schuld aan de maffia, maar de meest recente versie wijst de beschuldigingen aan jaloerse fascisten toe.

Lees verder op Het is Koers >>>

Sestriere: Met dank aan de Giro

 Sport  Reageren uitgeschakeld
jul 202011
 

Welbeschouwd is Sestriere geen echte Tourcol. Want het was de Giro, die de Italiaanse berg in 1911 voor het eerst bezocht. En ook dit jaar deed de Giro Sestriere weer aan, in een etappe die gewonnen werd door Vasili Kirijenka. Tijdens de 202 kilometer lange rit van Mondovi naar Turijn moest men de col beklimmen. ‘De Rossingnoli’s, Gerbi’s, Corlaita’s en Galetti’s werkten zich traag omhoog in een man-tegen-man-strijd, op de stoffige weg, die enerverend lang en bij herhaling ontzettend lastig was.’ Dat schreef de organiserende krant La Gazzetta dello Sport na afloop van de rit. Geen van voornoemde toppers kwam overigens als eerste boven, die eer was weggelegd voor Carlo Oriani. Twee jaar later zou hij de Giro winnen en nog een paar jaar later stierf hij, aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Lees verder op Het is Koers >>>

jul 162011
 

Vier keer eerder lag de finish van een etappe op Plateau de Beille. Vier keer eerder won de uiteindelijke tourwinnaar die etappe. Dat belooft! Plateau de Beille is een wintersportoord in de Franse Pyreneeën. De plaats ligt in de regio Midi-Pyrénées in het departement Ariège. Het wintersportstation ligt op een hoogte van 1780 meter, dicht bij de Spaanse grens. De statistieken zijn indrukwekkend: Een gemiddelde over twee kilometer van bijna 10 procent, 1255 hoogtemeters in een kleine 16 kilometer én een gemiddeld stijgingspercentage van bijna 8 procent. De col doemt dan ook als een muur op, wanneer je in het dorpje Les Cabannes het marktplein opdraait. Toch is Plateau de Beille een groentje in dit overzicht van fameuze Tourcols. Het debuut van de col in 1998 zorgde meteen voor spektakel. Marco Pantani reed er de gedoodverfde Tourwinnaar Jan Ullrich op achterstand. Het was de voorbode van wat zou volgen in de rit naar Les Deux Alpes, waar Pantani de Duitser nog meer minuten aansmeerde en daardoor de Tour kon winnen. In 2002 bereikte opnieuw een groot renner als eerste de meet op de Pyreneeënreus: Lance Armstrong. Heras en Beloki konden de Amerikaan lang volgen, maar moesten in de finale het hoofd buigen. Twee jaar later eenzelfde scenario, al was het nu Ivan Basso die Armstrong voor moest laten gaan. In 2007 was Plateau de Beille voor het laatst het decor van een schitterend schouwspel. Alberto Contador en gele trui-drager Michael Rasmussen knalden de berg op alsof het een massasprint was. Slag om slinger demarreerden Contador en Rasmussen bij elkaar weg, totdat de Deen het opgaf. Contador mocht winnen, eindwinst in de Tour was immers toch al zo goed als zeker. De uiterst pijnlijke afloop is bekend.

Lees verder op Het is Koers >>>

Tour: Col d’Aubisque: Wimme!

 Sport  Reageren uitgeschakeld
jul 152011
 

De Aubisque staat in de schaduw van zijn hogere buurman de Tourmalet, maar verder doet hij niet voor hem onder. De Tourmalet en de Aubisque hebben tezamen vele vroege Tours gekleurd. Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is de Tourmalet vaker verkozen boven de Aubisque. Het is nog steeds de meest beklommen berg uit de Tourhistorie. Door de ‘geringe’ hoogte van de col is de top vaak in nevelen gehuld, de wolken blijven hangen tussen de hoger gelegen bergen. Toch is de berg erg lastig. De eerste vier kilometers stijgen rond de vijf procent. Als het dorp Eaux Bonnes bereikt wordt stijgt het naar acht procent, even buiten het dorp zelfs tot 13 procent. Het beboste dal van de Valtentin wordt almaar nauwer tussen de bomen. Na het skidorp Gourette loopt de route het smalle dal uit. Vanaf daar klimt het nog even verder. De laatste kilometers zijn nog lastig met continue stijgingspercentages tussen acht en tien procent. Het is vaak hondenweer op de Aubisque wat voor een incidentrijke, bijna mythologische, Tourgeschiedenis heeft gezorgd. Zo werd in de jaren ‘70 een herder door de bliksem getroffen terwijl de renners passeerden. De man was op slag dood, de renners merkten er niets van.

Lees verder op Het Is Koers >>>

Tour: Luz-Ardiden: Col van de doorbraak

 Sport  Reageren uitgeschakeld
jul 142011
 

Natuurlijk, de tuimelpartij van Lance Armstrong en Iban Mayo staat ons nog vers op het netvlies. Maar toch is de geschiedenis van Luz-Ardiden niet zo roemrucht als die van de Tourmalet, die ervoor op het programma staat. Logisch ook, de berg werd pas in 1985 voor het eerst in de tabellen opgenomen. In dat jaar beet Pedro Delgado het spits af met ritwinst op de Pyreneeënreus, in een Tour die gewonnen zou worden door Bernard Hinault. Een historische editie, want in 1985 werd er voor het eerst gereden met de nu onmisbare clickpedalen. Een doorbraak in efficiëntie én veiligheid. In 1987 tikte Dag Otto Lauritzen als eerste aan, hij boekte de eerste Noorse ritzege ooit in de Tour. Luz-Ardiden is een skioord, op 1720 meter gelegen in de Franse regio Midi-Pyrénées en het departement Hautes-Pyrénées. Vanuit het dorpje Luz-Saint-Saveur verlaat het peloton de D12 en kiest het de smalle Route de l’Ardiden. Meteen gaat het bruusk omhoog, ruim vijf procent gevolgd door een passage van twee kilometer waar het klauteren tegen acht procent is. Het gaat hier vooral rechtdoor. Na de eerste haarspelden zijn de volgende kilometers respectievelijk zeven, tien en negen procent steil.

Lees verder over Luz-Ardiden op Hetiskoers.nl >>>

Tom Rustebiel schrijft voor iedere bergetappe een voorbeschouwing

jul 092011
 

Toegegeven, Super-Besse is geen indrukwekkende col. Maar omdat het de eerste serieuze finish omhoog is, kijken de protagonisten er tóch reikhalzend naar uit. Het wapengekletter zal hevig zijn, door de tijdsverliezen van onder anderen Samuel Sanchez en Alberto Contador eerder deze Tour. Un petit histoire. Een loper, zo betitelen Vlamingen de beklimming naar Super-Besse. Nimmer klautert de route steil richting de kruin. Gelegen op de zuidflank van Puy de Sancy is het een brede weg, die uitgerold is naar het jonge skidorp. In het begin krijgen de coureurs nog wat vergezichten voorgeschoteld, terwijl het asfalt amper vijf procent stijgt. Al rap bereiken de coureurs een plateau, waarop de route zich voortzet. Tot iets voorbij het Lac Pavin is het drie kilometer pedaleren aan amper twee procent, tot het de laatste twee kilometer toch nog een beetje serieus wordt. Na een korte afzink volgt een venijnige passage van ruim acht procent, met aaneengesloten de slotkilometer die zo’n vier procent stijgt. Geen percentages, die gevleugelde klimmers doen suizebollen.

Bij iedere bergetappe geeft Tom Rustebiel een voorbeschouwing op DeJaap/Hetiskoers.nl. Lees verder op hetiskoers.nl >>

Lees verder »

Switch to our mobile site