Je zou denken dat de val van zijn DSB-imperium van Dirk Scheringa een iets bescheidener man heeft gemaakt maar niets is minder waar. Dat hij kort na dit echec, wild om zich heen schoppend, de schuld bij derden neerlegde (lees: De Nederlandsche Bank) is wel enigszins te begrijpen. Hij wilde redden wat er te redden viel; zijn vermogen, zijn ego en vooral: zijn aanzien. Het lijkt erop dat Scheringa geslaagd is in het redden van de laatste twee en dat is om meerdere redenen verbijsterend. Lees verder »
Robin Linschoten was ooit een veelbelovend politicus. Een echte VVD-dispuutsjongen, zo eentje die een paar jaar zuipt op de sociëteit, kamermedewerker wordt en dan als de nieuwe Wiegel de Tweede Kamer binnengaat. Zoals het hoort werd hij vervolgens staatssecretaris en pats: de val. De CTSV-affaire brak zijn politieke carrière. Geheel terecht, wegens zijn grote verdiensten, kreeg deze gesjeesde rechtenstudent vervolgens bijna meteen een van de belangrijkste functies van Nederland in de schoot geworpen. Linschoten werd Kroonlid van de Sociaal-Economische Raad, een benoemd lid van de polderraad bij uitstek. Inderdaad, hij werd Kroonlid van de SER met als grootste prestatie op zijn CV het niet fatsoenlijk kunnen benoemen van een commissie.
Tot vorig jaar waren het vooral de mensen met kleine inkomens en/of grote problemen die in de schulden kwamen. Toch werden ze snoeihard veroordeeld. Men had vast teveel uitgegeven aan luxe, was gezwicht voor Leen of had slecht gerekend op de toekomst. In elk geval was het per definitie eigen schuld. De vooroordelen vlogen je daarbij om de oren: “Wie wil werken kan werken”, “In Nederland kan iedereen rondkomen”, “Luiheid wordt zwaar gesubsidieerd” en “Je wordt je huis echt niet uitgezet alleen vanwege wat geldproblemen”.
Een schoolplein, ergens in de provincie. Op het schoolplein speelden kinderen met knikkers. Dat deden ze al heel lang. Bijna allemaal waren het ook kinderen met een boel knikkers. Pappa en mamma werkten bij de bank, net zoals opa dat had gedaan. De meeste kinderen heetten Roderik of Sanne-Fleur. Ze knikkerden een beetje, maar eigenlijk ging het meer om het hebben van de knikkers. Je moest niet teveel knikkers winnen, want dat vonden de andere kinderen niet leuk.








Laatste reacties