Beste anorexia,

Ik haat je. Zo, hebben we dat maar meteen duidelijk. Als ik zou zeggen dat je mijn leven had verpest, zou ik je meer eer geven dan je verdient. Maar dat je een gigantische stempel hebt gedrukt op de afgelopen jaren moge duidelijk zijn. Zestien jaar al bepaal je mijn gedachten. Zestien jaar die ik nooit meer terugkrijg. Zoveel vermorste tijd, zoveel verspilde energie. Nooit eens onbezorgd ergens van genieten. Geen dag zonder dat zeurende stemmetje in mijn hoofd. Altijd pijn, altijd bang, altijd eenzaam. Lees verder »

 

Het voordeel van een psychisch defect is dat het een perfect excuus vormt voor al je onhebbelijkheden. Licht hysterische dramaqueen? Kan ik niets aan doen. Ik wil helemaal niet zo negatief zijn, dat is de anorexia. Chronisch te-laat-komer? Alsof ik niets belangrijkers aan mijn hoofd heb. Hallo! Ik ben in gevecht! Met mijn anorexia! Onverbeterlijke scherpe tong? Dat is natuurlijk alleen om mijn onzekerheid te overschreeuwen. En waarom ben ik zo onzeker? Juist. Lees verder »

 

Wanneer ik na maanden vechten tegen het onvermijdelijke besluit mijn werk in te lichten over mijn geheime therapiebezoek, voelt dat aanvankelijk als een opluchting. Nu wordt alles anders. Nu hoef ik niet langer de schone schijn op te houden. Stiekem te huilen op het kantoortoilet. Avonden door te brengen achter mijn computer om te voorkomen dat ik een deadline mis. Eindelijk niet meer liegen, eindelijk niet meer kansloos doorploeteren, eindelijk rust. Lees verder »

 

‘Wie wil zijn diagram op het bord tekenen?’ vraagt de psycholoog. Niemand geeft antwoord. Want hoewel iedereen het huiswerk van deze week – bedenk welke kenmerken voor jou samenhangen met schoonheid en geef deze percentages naar gelang hun belangrijkheid – heeft gedaan, weigeren we allemaal dat met de groep te delen. Veel te bang om het verkeerd te doen. Een fout antwoord te geven. Zelfs als er eigenlijk helemaal geen verkeerde antwoorden zijn. Lees verder »

 

In een van mijn vroegste jeugdherinneringen zit ik in de hal van mijn ouderlijk huis. Billen op koude tegels, armen beschermend boven m’n hoofd geheven. Een regen van schoppen en klappen daalt op me neer. Ik maak me zo klein mogelijk, de radiator prikt gemeen in m’n rug. Ik ben tien. En stout geweest. Wat ik precies verkeerd had gedaan, ben ik vergeten. Een brutale opmerking, per ongeluk omgegooid glas melk. ‘Ik deed het niet expres’ was een gevleugelde opmerking bij ons thuis. Helpen deed het nooit. Had ik maar beter moeten opletten.

Lees verder »

 

Een week na het invullen van de ‘lichamelijke gevolgen van een eetstoornis’ lijst praten we er in de groep over na. De anderen geven aan geschokt te zijn van de vele kruisjes in hun tabel. Zeggen daar echt door aan het denken te zijn gezet. En beweren nu echt iets te willen veranderen. Eerlijk gezegd verbaast me dat nogal. Ik wist namelijk allang waar al mijn klachten vandaan komen. Dat ik er de afgelopen jaren toch voor koos op allerlei manieren de symptomen te bestrijden in plaats van de bron van het kwaad aan te pakken, was slechts een dappere poging mijn kop in het zand te steken. Lees verder »

 

Hoewel er inmiddels een paar kilo’s meer van mij zijn, gaat er nog altijd slechts zelden een dag voorbij waarop niemand een opmerking maakt over mijn figuur. Heel af en toe bewonderend – ‘ik wilde dat ik zo slank was’ – maar over het algemeen bedoeld als belediging. ‘Bestaat jouw maat überhaupt wel?’ ‘Jij bent écht eng mager.’ ‘Mannen vallen niet op dun hoor, mannen vallen op rondingen.’ ‘Hier heb je een euro, kan je een boterham kopen.’ ‘Whahaha: jouw hoofd is echt heel groot in vergelijking met je lichaam.’ ‘Lollystokje.’ ‘Gratenpakhuis’. ‘Magere lat.’ ‘Sidonia.’ ‘Ondervoede hoer.’ ‘Anorexiapatiënt’. Lees verder »

 

Het huiswerk van deze week: markeer welke gevolgen van anorexia jij ondervindt. Daar gaan we dan…
Lees verder »

 

Huiswerk is een belangrijk onderdeel van de groepstherapie. Daarvoor hebben we een heus boek, waarop met koeienletters ‘Werkboek Anorexia en Boulimia Nervosa’ staat afgebeeld. Niet zo handig, zo ontdekte ik toen ik er een maand geleden in de trein pas achterkwam dat ik vergeten was de opdracht voor die week te maken. De rest van de rit probeerde ik de kaft angstvallig af te schermen van mijn medepassagiers. Openheid tegenover mijn omgeving over mijn eetstoornis is een ding; ten overstaande van een groot gezelschap onbekenden als anorect uit de kast komen, is weer iets heel anders. Sindsdien doe ik het braaf thuis, hetzij met frisse tegenzin. Huiswerk is iets dat ik al eeuwen niet meer heb gedaan. Bovendien: deze theorie is niet zo maar gebaseerd op ver van mij afstaande onderzoeken, deze theorie gaat over mij. Lees verder »

 

Wie mij voor het eerst ontmoet, zal – los van de overduidelijk fragiele gestalte – weinig vreemds aan mij opmerken. De buitenwereld ziet slechts mijn populaire alter ego: het cynische, happy-go-lucky meisje: stralend middelpunt van elk feest en altijd in voor iets leuks. Dat zij geenszins mijn gehele persoonlijkheid weerspiegelt, hoeft niemand wat mij betreft te weten. Ik ben niet normaal en zal dat misschien ook wel nooit worden, maar ik pas ervoor om als een kluizenaar door het leven te gaan. Als dat betekent dat ik af en toe toneel moet spelen, dan is dat een prijs die ik daarvoor graag betaal. Lees verder »

 

‘Wil je eigenlijk wel beter worden?’ vraagt de psycholoog in sessie nummer drie aan één van mijn groepsgenoten. ‘Je hoeft hier niet te zijn, noch kan iemand je dwingen afstand te doen van je eetstoornis. Misschien wegen de voordelen voor jou op tegen de nadelen. Misschien ben je er gewoon nog niet aan toe om afstand te nemen van de anorexia. Misschien ben je zo wel gelukkiger dan met een gezond eetpatroon en dito lichaam. Dat mag. Het is jouw lijf, jouw leven, jouw keuze.’

Terwijl anorect A. heftig ontkent – ‘natuurlijk wil ik hier zijn, vanzelfsprekend wil ik beter worden, absoluut wil ik van mijn eetstoornis af’ – overdenk ik in stilte de vraag. Want wat wil ík eigenlijk? Hoewel ik me inmiddels een half jaar geleden zelf heb aangemeld, voelen de wekelijkse bezoekjes aan de kliniek doorgaans meer als door iemand anders opgelegde straf dan als een cadeautje. Lees verder »

 

Ondertussen rijgen de dagen zich volgens een vast patroon aaneen. Ik slaap, ik werk, ik revalideer, ik eet, ik huil, ik schrijf, ik praat, ik ga naar therapie. Als iemand vraagt hoe het gaat, roep ik opgewekt: ‘prima, met mij gaat álles goed. Ik voel me top. Echt, het gaat géwéldig’. Maar dat is natuurlijk gelogen. Want de waarheid is dat mijn geheime dubbelleven me steeds zwaarder valt. En dat ik moe bent.
Lees verder »

 

Na mijn eerste kennismaking met de groepstherapie kost het me een week later al mijn zelfdiscipline om wederom op de metro te stappen. Hoewel ik heb besloten om de groep minimaal drie sessies de kans te geven, vind ik het eigenlijk nog steeds zonde van mijn tijd. Bovendien is mijn persoonlijke weekdoel – elke ochtend een boterham – grandioos mislukt en zie ik er nogal tegenop me daar straks en plein public over te verantwoorden. En ik heb honger. Want het is bijna twee uur ‘s middags. En ik heb de hele dag nog niets gegeten. Omdat ik straks op de weegschaal moet.
Lees verder »

 

Maanden heb ik er tegenop gezien: het begin van de groepstherapie. Het leek me maar niks, zo’n kamer vol andere eetgestoorden. Want wat als de overige anorecten allemaal veel dunner blijken te zijn dan ik? Ik ben nogal competitief ingesteld, dus als ik dan toch een anorect ben, wil ik wel graag de allerbeste anorect van het westelijk halfrond zijn. En wat heb ik er in hemelsnaam aan mijn diepste geheimen te delen met een groep vreemden, die ook nog eens voor minimaal de helft zal bestaan uit boulimiapatiënten?

Lees verder »

 

Waar ik het huilen na een half jaar oefenen inmiddels aardig onder de knie heb, zijn er nog steeds emoties die ik minder goed beheers. Zo doe ik niet aan woede. Nooit. Tegen mij kan je alles zeggen of doen wat je wil. Ik word toch niet boos, ik word verdrietig. De verklaring daarvoor ligt voor de hand. Om ruzie te kunnen maken, heb je zelfvertrouwen en eigenwaarde nodig. Ik bezit geen van beiden. Dus ben ik nooit gemeen, aanmatigend of vervelend, maar altijd lief, betrouwbaar en gezeglijk. De enige op wie ik ooit kwaad word, ben ik zelf. En dan ben ik meedogenloos.

Lees verder »

Switch to our mobile site