Haal de pendels, de wichelroedes en de wierook maar van stal: de maand van de spiritualiteit is aangebroken. De komende dertig dagen kan men overal in het land koffiedik laten kijken, tarotkaarten aanschaffen en mooie verhalen horen over Jezus, Swami, Mohammed en pratende buideldieren. Gewetenloze sekteleiders, schrijvende huismoeders en kerkelijken met missionarisdwang kunnen hun hart ophalen: podia zat om hun bijgeloof te vieren, zieltjes te winnen en te sprenkelen met wijwater. De scientology-kerk gaat rond met de geldbak, stichtelijke woorden vloeien rijkelijk en de dogma’s worden gretig ingezogen. Alsof het postmodernisme een fictie is worden de grote verhalen weer van stal gehaald.
Zelden komen rampen eenzaam als verspieders. Na het boek kwam de film, na de film komt nu het televisieprogramma. Met Kluun dus. Snikkelprozascribent Kluun om precies te zijn. Dat batterijtje opladen in een kanker- en Kluunvrije enclave zit er voorlopig niet in. Hoe het zit: Reinout Oerlemans heeft Kluuns literaire meesterwerk Komt een vrouw bij de dokter verfilmd. Die film gaat net zo’n succes worden als het boek, want er wonen in Nederland tenminste één miljoen Viva-meisjes die gehuild hebben bij Komt een vrouw bij de dokter en er bestaan ook nog “mannen” die Kluun echt goed vinden, dus die filmzalen komen wel vol.
In 2003 verscheen in alle stilte het boek Komt een vrouw bij de dokter, de debuutroman van Raymond van de Klundert alias Kluun. Een uitleg hierover zal overbodig zijn, maar kort door de bocht gaat het over een notoire schuinsmarcheerder wiens vrouw thuis ligt dood te gaan aan kanker. In 2006 kreeg het boek dan ook pas de aandacht die het verdiende en won Kluun zelfs de Publieksprijs voor het Nederlandse boek. Wat volgde was een intense media-aandacht voor ex-reclameman Kluun.








Laatste reacties