*

 

In de helletocht die het leven heet is er ruimte voor iedereen maar gelieve niet allemaal tegelijkertijd door de uitgang te gaan. Er is geen uitgang. Elke uitgang blijkt uiteindelijk een ingang te zijn waardoor de tocht van voor af aan begint. Hoe simpel de route ook, de afdruk van de kaart is op onze ziel gebrand, verdwalen in het land der hopelozen is ons enige vooruitzicht. In de onmetelijke ruimte van het leven is er niemand die je kan horen schreeuwen. Laat het licht aan tijdens het slapen gaan en beeld je in niet alleen te zijn: een droomloze slaap is het kompas voor de weg naar de hemel. Maar de schuldigen zullen nooit slapen en de onschuldigen wanen zich altijd schuldig. Vrouwen en kinderen eerst: onzekerheid is tenslotte het bloed van de duivel, rondgepompt door verlangen naar het onkenbare. Lees verder »

 

Het was de straat, ordinair nat grijs asfalt midden in de jungle, waar ik haar ontmoette. Ik zag haar, in die beige zijden jurk die zich zo strak om haar welvingen spande en waarvan slechts de onderkant wapperde in de lome wind van die zwoele zomeravond, dansend op de hakken van haar rode pumps terwijl ze haar tanden bloot lachte naar onzichtbare vrienden van een lange avond, en ik poepte in mijn broek. Zij zag mij en stond direct als aan de grond genageld. Een standbeeld van glinsterend beige die als een reusachtige uitstulping uit het grijze asfalt leek te groeien. We keken elkaar aan, minutenlang, en vergaten onze plaats in het universum. Lees verder »

 

De man die achter mij bij de kassa van de Albert Heijn stond, legde een NRC Handelsblad, een Groene Amsterdammer en vier producten waarop “bewuste keuze!” stond afgedrukt op de lopende band. Hij had een mager, enigszins bleek gezicht. Een minimalistische bril prijkte op het puntje van zijn neus. Hij keek zo zuur als je zou verwachten van iemand die een NRC, Groene Amsterdammer en bewustekeuzeproducten bij de Albert Heijn koopt maar dat is misschien al te generaliserend gezegd. Immers, iedereen die bij de Albert Heijn iets koopt kijkt zuur. Boodschappen doen bij de Albert Heijn is een zuuropwekkende bezigheid. Het ruikt er zuur, de medewerkers zijn zuur, het interieur ziet er uit als opgedroogd zuur en de kassières doen er alles aan om de klant het gevoel te geven dat ze tot op het bot worden gehaat. Dat laatste is welbeschouwd niet zuur, eerder oprecht. Lees verder »

 

Even terug alweer, dat ik in Zuid in de Botticellistraat woonde. Bij de kijkavond had ik goed gedaan alsof ik een keurig meisje was, alles om aan Amsterdam-Noord te ontsnappen, maar nu ik deed of ik hier thuis was, viel ik onmiddellijk uit de toon bij het interieur. Marjolein, Fleur en Karlijn heetten mijn huisgenotes, allemaal deden ze een verstandige studie en zaten ze in een studentenvereniging. Maar studentenhuis, zo zouden zij het onze niet noemen, in déze buurt, het Voorportaal van een Succesvol Vrouwenleven. In het Voorportaal waren drie S’en van hoogst belang: sport, schoonmaken en schema’s. Schema’s op de koelkast, met lijntjes met lineaal. Die werden door Fleur gehandhaafd. Fleur. Blond, bloedmooi, en bloedsaai. Lees verder »

 

De nieuwe roman Magnus van Arjen Lubach is opgebouwd rond een enkele vraag. Die wordt nergens gesteld, maar wel beantwoord: is een actief leven te verkiezen boven een passief bestaan waarin alles ‘steeds zo fucking hetzelfde is’? Merlijn Kaiser ontdekt het in Magnus: een breed uitwaaierende roman die minstens honderd pagina’s ingekort had kunnen worden. Ondanks de wijdlopigheid van het verhaal weet Lubach met Magnus wel te raken.
Lees verder »

 

Het was niet de eerste keer dat we samen over de heide liepen. Wel de laatste. Terwijl de dichtbegroeide bomen langzaam een zwarte deken over de golvende vegetatie trokken, viel ook de laatste zucht van een stel dat altijd zo om elkaar heen gevlochten was. Het houten bankje had er geen moeite mee. We waren die dag precies twintig maanden samen. Twintig maanden voorbij gevlogen, twintig maanden nog volop bezig. Ze leunde haar hoofd nog één keer tegen mijn schouder, en fluisterde woorden die me nooit meer los hebben gelaten, maar die in een oplossing van kleurstoffen de vezels van een vel papier waarschijnlijk nooit zullen vinden. Het zilveren erfstuk om haar pols tikte zachtjes tegen mijn bovenbeen, om het laatste uur van de zon aan te kondigen. Een uur dat nooit afliep. In de verte de noodklok. Lees verder »

 

‘Jaren geleden woonde ik in een verwaarloosd huis in het hart van een dennenbos, omringd door stilte die grensde aan absoluutheid [...].’ Jeroen Brouwers opent zijn grote roman De Zondvloed met deze zin, en verwijst ernaar in het recentere ‘oerboek’ In het midden van de reis door mijn leven. Niet alleen veel van zijn personages, maar ook Brouwers zelf woonde in ‘stiltegebieden’ als Exel en Rijmenam. Thans is hij gevestigd in het Vlaamse gehucht Zutendaal. Daar is hij omringd door de geesten van schrijvers-zelfmoordenaars waarmee hij zich solidair voelt. Daar drinkt hij ‘sloten jenever’ om de altijddurende angst te bezweren. Daar is hij weg van de mensen die in het gunstigste geval weerzin bij hem oproepen. Zijn boodschap: Raak me niet aan. Blijf weg van mij. Maar het allerbelangrijkste: daar schrijft hij aan een groot oeuvre. Er zijn maar weinig kunstenaars zo gecommitteerd aan het kunstenaarschap als hij, Jeroen Brouwers: schrijver. Hij is zijn schrijven en de totaliteit van zijn grootse oeuvre. Na het overlijden van Mulisch rees de vraag: wie is de grootste nog levende schrijver van Nederland? Arnon Grunberg? Nee. Jeroen Brouwers. Met voorsprong.  Lees verder »

 

Befaamd schrijver van een reeks veelgeprezen cynische kinderboeken Joep Smaling (Gouden Griffel 2002, 2004, 2008, onder andere voor Heino der Holocaustkabouter) schenkt DeJaap geheel exclusief een reeks voorpublicaties uit zijn nieuwste cynische kinderroman: Nasr: de frivole zelfmoordezel uit Zetoun. Volg als eerste de avonturen van deze ongewone ezelhengst, wiens lot al bij geboorte door Allah is voorbeschikt. Lees verder »

 

Met Revolutionary Road toonde Amerikaans auteur Richard Yates (1926 – 1992) al aan dat hij een meester is in het genadeloos beschrijven van alles wat pijnlijk is. In tegenstelling tot generatiegenoot Kurt Vonnegut (o.a. Slaughterhouse Five) aan wie Yates Cold Spring Harbor heeft opgedragen, richt hij zijn pijlen op het kleinburgerlijke leed. Zijn personages zijn zo goed als altijd modale Amerikanen die vastzitten in een onbevredigend bestaan. Lees verder »

Switch to our mobile site